Tagarchief: Van Arkel

De Oranjeboerderij te Acquoy

Huize Acquoy staat ook wel bekend als de Oranjeboerderij. De auteur van de wandeling beschreef deze boerderij ook al in zijn wandeling. Verscholen tussen het groen ligt de boerderij aan de Lingedijk 22. De toerit leidt naar het hek met de naam Huize Acquoy op de hekposten. De boerderij ligt op een terp die net zo hoog is als de Lingedijk en dateert in de huidige vorm van 1798. Bij de belening van die akker in 1520 staat vermeld dat het gaat om “de plaats waar het hooghuis en voorburg placht te staan, met singel daar omheen en de boomgaard, duifhuis, rietplekje en de steenoven”.

08_Huize Acquoy ca 1908 met fam De Bruin_coll Rob Nas .jpg
Huize Acquoy rond 1908 met daarbij familie De Bruin. Verzameling Rob Nas. 

In 1365 kwamen ‘huis en burcht’ in handen van het geslacht Van Arkel. Dit is de eerste vermelding. Maar het kan zijn dat er al eerder een versterkt huis was, in 1305, toen Hendrik van Voorneburg heer van Acquoy was. De baronie Acquoy was een zelfstandige vrijheid tot 1795. Door het huwelijk van Anna van Egmond van Buren met Willem van Oranje is het in bezit van de Oranjes gekomen en pas in 1900 verkocht. De boerderij is gebruikt als jachtverblijf. Koning Willem III verbleef er regelmatig met vrienden en gebruikte waarschijnlijk de grote opkamer boven de kelder als onderkomen. In die historische ruimte liggen nog de originele vloerdelen van tweehonderd jaar terug.

Huize Acquoy apr 2012 inrijpoort en huis.JPG
Huize Acquoy anno 2012, bezien vanaf de poort. Foto: Helma Schouten.

Deze tekst van de hand van Helma Schouten verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Het kasteel van Gellicum

Als historicus heb ik een grote voorliefde voor kastelen. Johan Huizinga (1872- 1945) , een voornaam Nederlands historicus, introduceerde ooit het begrip ‘historische sensatie’. Kort gezegd, dat gevoel dat als je op een historische plek staat en in gedachten direct terug wordt gevoerd naar die periode in de geschiedenis. In gedachten reis je terug in de tijd. Ik heb zo’n ‘sensatie’ vaak, maar zeker bij het bezoek aan een kasteel. Ik zie de ridders, jonkheren en -vrouwen direct voor me. Ik stap zonder problemen terug in de tijd en verbeeld mij de wereld van 700 jaar geleden.

Dat gevoel had ik ook toen ik recent in Wenen voor mijn werk op bezoek was in Museum Albertina. Een museum waar kunst van de grootste kunstenaars aller tijden is te vinden, van Dürer tot Picasso. Tussen die giganten was ook een tekening te vinden van ene Abraham de Haen (Amsterdam 1707 – 1748 Amsterdam). Een tekening met het kasteel van Gellicum als onderwerp. Ik reisde in gedachten een paar eeuwen terug en belandde in de tijd dat zo ongeveer ieder dorp in onze gemeente een  kasteel bezat, sommige dorpen zelfs meerdere. De tekening werd speciaal voor mij uit het depot gehaald en even later stond ik naar onderstaande tekening te kijken, als een kind zo blij.

Kasteel Gellicum_Albertina.jpg
Ansicht des Schlosses Gellicum, © Museum Albertina, Wenen, Oostenrijk

Bovenstaande bracht mij tot de gedachten dat het aardig zou zijn, op onze website een thema te starten waar meer is te lezen over die kastelen in onze gemeente. Gellicum is dan vanzelfsprekend het eerste deel van deze serie.

Het kasteel van Gellicum, ook wel Gellikum, Gellicom en Gellinchem genoemd, dateert van vóór 1326, want uit dat jaar is de oudst bekende vermelding, in het leenregister van Gelre. In een leenregister werden de beleningen van een leenheer aan zijn leenmannen vastgelegd; dit was het zogenoemde feodale stelsel. Dat kwam erop neer dat een leenheer land bezat en rechten en plichten op delen van die bezittingen doorgaf aan een vertrouweling, de leenman. Die leenmannen vervulden in ruil daarvoor vaak militaire en bestuurlijke taken voor de leenheer. Ander belangrijk punt was dat de leenman trouw zwoer aan de leenheer. De verkregen rechten konden bijvoorbeeld betrekking hebben op de opbrengsten van het land, het gebruik van een molen of het beheer van een kasteel. Het kasteel van Gellicum was zo’n leengoed, de leenman was in 1326 Gellies van Gellinchem. De Van Gellinchems stamden waarschijnlijk af van de Van Arkels, een roemrucht geslacht in onze regio.

RP-T-1888-A-1689_Het kasteel te Gellicum, Gelderland, Cornelis Pronk, 1731
Het kasteel te Gellicum, Gelderland, Cornelis Pronk, 1731 (collectie Rijks Museum)

Volgens de legende werd het geslacht Van Arkel gesticht door Jan van Arkel, die in 983 in Arkel huwde met Rooie Jannetje. Dit verhaal valt te betwijfelen. Wat we zeker weten is dat Herbaren II van der Lede, leenman van de heerlijkheid Ter Leede (vermoedelijk gelegen net ten zuiden van het hedendaagse Leerdam), zich rond 1234-1240 bij Arkel vestigde. Hij is waarschijnlijk de echte stamvader. De Heren van Arkel hebben lang over het gebied rond Gorinchem geheerst. De macht van de familie was bijzonder groot, zeker in de veertiende eeuw. In 1382 verleenden zij bijvoorbeeld aan Gorinchem, Hagestein en Leerdam stadsrechten. De Arkelse oorlogen, een ingewikkeld conflict (1401-1412), maakte een einde aan de macht. Wellicht was het Jan Herbaren III (1275 – 1324) of  Jan Herbaren IV van Arkel (-1360) die het kasteel in Gellicum stichtte. Maar zeker is dit niet.

De familie Van Gellinchem beheerde het kasteel tot 1444. Zij stelden het kasteel in 1356 als ‘open huis’ aan de hertog van Gelre. In tijd van oorlog mocht hij daardoor troepen legeren in het kasteel.

RP-P-OB-59.071_Gezicht op Gellicum, Hermanus Petrus Schouten, , 1762 - 1822.jpg
Gezicht op Gellicum, Hermanus Petrus Schouten, 1762 – 1822 (collectie Rijks Museum)

Gellicum en Rumpt vormden tot na de Middeleeuwen gezamenlijk één heerlijkheid.
Binnen die heerlijkheid was het kasteel van Gellicum te vinden, evenals drie adellijke huizen in Rumpt: Boutenstein, ten oosten van het dorp bij de gelijknamige sluis; De Leegpoel, ten westen van de kerk en ten slotte het buitendijks gelegen Huis of Hof te Rumpt. De kastelen en huizen en de heerlijkheid werden zelfstandig verleend. Tot 1481 vielen deze lenen over het geslacht (Van Arkel) van Heukelum en daarna onder Heukelum.

De familie Van Gellinchem beheerde het kasteel tot 1444. Johan van Waardenburg, afstammeling van de in het rivierengebied machtige geslacht De Cock, trouwde met Aleid van Heukelum. Zij erfde in 1475 Huis te Rumpt en in 1482 kocht Johan daar Kasteel Gellicum bij. Dit hele bezit (inclusief twee heerlijkheden) ging via Aleid’s halfbroer en haar broer Johan uiteindelijk in 1538 over op Derica (of Theodora) van Waardenburg. Haar oudste zoon, Otto van Scherpenzeel, had al sinds 1514 het Huis te Rumpt in leen gekregen.

RP-P-1904-4006_Gezicht op het kasteel te Gellicum, Caspar Jacobsz. Philips, 1752 - 1789.jpg
Gezicht op het kasteel te Gellicum, Caspar Jacobsz. Philips, 1752 – 1789 (collecte Rijks Museum)

Deze Otto van Scherpenzeel zou om het leven komen in een poging het kasteel van Gellicum te bescherming tegen verovering. In oktober 1527 trokken vanuit het sticht Utrecht, dat onder controle stond van de Utrechtse bisschop Hendrik van Beieren, twee bisschoppelijke krijgsbenden vanuit Wijk bij Duursteden plunderend door Gelderland. Zij trokken ook naar Gellicum, dat door Karel van Gelre inmiddels was versterkt om het hoofd te kunnen bieden aan de aanvallers. Ook werden vanuit de Bommelerwaard extra troepen naar Gellicum gestuurd. Voorkomen moest worden dat de plunderaars tot de Burcht te Rhenoy konden oprukken. Deze grensvesting was in bezit van Karel zelf.

Vanuit kasteel Gellicum werd een tegenaanval georganiseerd, gericht op de achterhoede van de Stichtenaren. Met succes, een deel van de buit kon worden terugveroverd. De Gelderse troepen misdroegen zich echter en verminkten de lichamen van de overleden Stichtse troepen en hingen – ter afschikking – de lichamen op aan muren en torenspitsen. De rest van de Stichtse troepen keerde daarop terug naar Gellicum, veroverden het dorp en  vermoordden iedereen die ze tegen het lijf liepen. Daarna was het kasteel aan de beurt. Na een hevige strijd, werd het kasteel met behulp van ladders en andere werken ingenomen. Ook de verdedigers van het kasteel werden zonder genade om het leven gebracht. Onder hen was ook Otto van Scherpenzeel; hij was gedood door een schot met een handbus, een vroeg soort handvuurwapen. Voor hem werd later een gedachteniskruis geplaatst, nabij het kasteel van Rumpt. Het kasteel is verdwenen, maar het kruis is er nog en toont de volgende tekst:

Int Iaer MVcXXVII Op Sunte Severynsdach
Op’t te Rempt Blef
Doot Ot van Scerpezeel – Lefft XXVI

Byt Voer Dye Zyel Om Gods Wyl.

Ofwel:

In het jaar 1527 op Sint Sverijnsdag (= 23 oktober)
Op het Rumpt bleef
Dood Otto van Scherpenzeel – leefde 26 jaar

Bid voor zijn ziel om Gods wil.

De Burcht te Rhenoy en haar verdedigers wachtte daarna hetzelfde lot, waarna de Stichtse troepen zich terugtrokken uit het gebied. Volgens de overlevering zou Otto van Scherpenzeel begraven zijn in de kerk van Gellicum.

2008-OttovanScherpenzeel-speelfilm-1200px
Over Otto van Scherpenzeel werd zelfs een korte speelfilm gemaakt, zo is te lezen in deze folder (collectie: Paul van Mook).

Derica van Waardenburg, de moeder van Otto van Scherpenzeel, had dus in 1538 kasteel Gellicum, Huis te Rumpt en de twee heerlijkheden in bezit gekregen. Zij droeg in 1550 het geheel over aan haar tweede zoon, Thomas van Scherpenzeel. Twee jaar daarvoor had hij met geweld het kasteel moeten verdedigen tegen een aanval van Joost Pieck van Asperen; hij meende aanspraak te kunnen maken op het bezit.

Het bezit van de heerlijkheid en het kasteel Gellicum werd door Thomas niet lang gekoesterd, hij deed ze in 1553 alweer van de hand. Dit waarschijnlijk om verbouwing van Huis te Rumpt te kunnen financieren. Waarschijnlijk liet Thomas ook het gedachteniskruis maken in Rumpt, ter herdenking aan zijn broer. Het kasteel kwam toen in handen van Johanna Scheiffart van Merode (1343-?).

In 1620 kwam kasteel Gellicum in bezit van de familie Tengnagell. In 1626 kreeg Alexander Tengnagell het kasteel in leen. Hij was ook degene die het rechthuis tegen de kerktoren in Gellicum liet bouwen. Het is nog steeds te vinden boven de ingang.

1985-11-Wapen-VanTengnagel-VanBoetzelaer_Gellicum_Paul van Mook
Alliantiewapen van Alexander Tengnagell en zijn vrouw Geertruid van den Boetzelaer (foto: Paul van Mook).

Rond 1750 is het kasteel verbouwd, maar zoals bovenstaande prenten van Hermans Petrus Schouten en Caspar Jacobsz. Philips laten zien, behield het kasteel zijn robuste uitstraling. Wel zijn er meer en grotere ramen te zien. De Tengnagells verhuurden het kasteel aan het einde van de achttiende eeuw. Helaas kwamen het kasteel en de bijgebouwen in die tijd in verval. In 1800 werden het kasteel en de bijhorende grond geveild, waarschijnlijk als gevolg van financiële problemen van de eigenaar. De grond kwam in bezit van verschillende eigenaren en het kasteel werd uiteindelijk in 1802 gesloopt. Alle glorie was verloren; niets in het landschap herinnert nog aan dit kasteel. Later, in 1898, werd op de plek waar het kasteel had gestaan, de rooms-katholieke pastorie gebouwd.

Hoewel, is alle glorie verloren? Nee, toch niet helemaal, want in vooraanstaande musea, als het Rijksmuseum (zie ook het Thema In het Rijksmuseum) en Museum Albertina bezitten nog schitterende prenten van het kasteel. Voldoende voor een fijne historische sensatie.

1935-RKPastorie+veranda_Gellicum_Paul van Mook
De rooms-katholieke pastorie in Gellicum, op de plek waar ooit het kasteel stond, zoals deze eruit zag in 1935 (collectie: Paul van Mook).

Bronnen

  • Kastelen in Gelderland, eindredactie Jan Vredenberg, 2013.
  • J.D.H. Harten, ‘Waarheden en onwaarheden rond het gedachteniskruis te rumpt’, in: Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. 28e jaargang, nummer 1, 2000.
  • De Gecombineerde, ‘Bidden voor de ziel van Otto Scherpenzeel’, 8 februari 1989.
  • Museumcollectie Albertina, Wenen, Oostenrijk
  • Museumcollectie Rijks Museum, Amsterdam

Geschreven door Arthur Eerelman-Hanselman
Met dank aan Paul van Mook