Tagarchief: Monumenten

Kraagsteentje in de Centrumkerk

De huidige Centrumkerk of St. Suitbertuskerk in Geldermalsen is gebouwd in de 15de eeuw, als vervanger van een kleinere tufstenen kapel uit de 12de eeuw, waartegen aan de westzijde omstreeks 1250 een toren was gebouwd. Het koor van de oude kerk kwam waarschijnlijk niet verder dan de triomfboog van de huidige kerk.

20. CentrumkerkVoor deze triomfboog staat een doopvont van hardsteen, ‘Namens graniet’ uit omstreeks 1460. De doopvont was nog maar een goede honderd jaar oud toen de reformatie Geldermalsen bereikte. Of hier een Beeldenstorm heeft huisgehouden weet niemand, wel dat alles anders moest. Voor de reformatie stond de pastoor in het koor en stond of zat de gemeente met het gezicht naar het oosten. Vanaf de reformatie kerkte men met het gezicht naar het westen. Tegen de oostmuur van de toren kwam een preekstoel of kansel. Het ‘pontificale’ doopvont werd gedegradeerd tot voetstuk voor de brenger van het woord Gods.
Achter het koorhek bevindt zich een witmarmeren zerk. In 1684 lieten Jacob van Borssele van der Hooge, Heer van Geldermalsen, en Maria van Varick, dit grafteken maken, De restanten van de fundering van het Huis van Geldermalsen, waar zij woonden, liggen nog in het Zwarte Kamp, in de stationsbuurt. Van Borssele overleed op 19 augustus 1685, zijn vrouw in 1707. De overblijfselen van dit echtpaar zijn in 1791 overgebracht naar Parijs.

lamgods

In de kerk zijn in de zijbeuk, het schip en het koor zogenaamde kraagsteentjes aangebracht. Een kraagsteen is in een muur of kolom bevestigd en steekt daar uit. Het wordt gebruikt om een bovenliggend element van het bouwwerk te dragen: een boog, balk, kroonlijst of balkon. De kraagsteentjes geven voorstellingen uit de bijbel weer of hebben in onderling verband een symbolische betekenis.

Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen.

De kerk in Deil

De kerk in Deil is rond de twaalfde eeuw gesticht en de tufstenen toren dateert voor een belangrijk deel nog uit die tijd. Het oorspronkelijke kerkgebouw werd in Romaanse stijl gebouwd. Enkele eeuwen later, om en nabij 1640, is er een kerk ontstaan met meer de vorm van een basiliek. In het jaar 1843 is de huidige kerkzaal voltooid op de fundamenten van de vorige kerk. Het 15 meter lange koor aan de oostzijde kwam toen niet meer terug en de kerkvloer werd enkele meters opgehoogd om bij hoogwater als schuilplaats te kunnen dienen.
In de tijd van ridder Willem van Tuijl tot Bulckesteijn (rond 1500) was de katholieke eredienst nog in gebruik. Pas aan het begin van de reformatie is er met moeite afstand genomen van deze traditie.
De kerk is gewijd aan de Aartsengel Michael. Naast het hoofdaltaar waren er nog drie altaren. Die van de Lieve Vrouw, de Heilige Catharina en Sint Jan. Pas in 1615 hield predikant Ermertus Marsmanus sterk vast aan de reformatorische beginselen. In periode daarvoor is niet duidelijk welke belijdenis in de kerk in Deil werd aangehangen. De mededelingen aan de classis van de kerk uit het jaar 1596 vermeldt dat in de streek nog vele pastoors de leer van de Roomse kerk, inclusief mis, doopbediening en biecht in de praktijk brachten.

Deil_Kerk
Foto: P.J.Laurens, Wikipedia

De Deilse geschiedschrijver, dr. Rudolf Römer, en tevens predikant in Deil en Enspijk, vermeldt in de Gelderse Almanak van 1853 dat zij gehecht waren aan altaren, wijwater en beelden. Ook leefden de voorgangers vaak in concubinaat. Of dat in Deil het geval was, is niet bekend, maar in 1597 werden al gelden beschikbaar gesteld voor het pastoriehuis. Wie de eerste prediker is geweest, is ook niet helemaal zeker. Wel staat Ermertus Mersmanus als eerste vermeld op het predikantbord van Deil en Enspijk. Letterlijk valt te lezen dat Mersmanus ”op syn prive autoriteyt gecontracteert heeft om Enspieck nu en dan mede waer te neemen”.
Daarmee was het katholieke geloof sindsdien niet helemaal verdwenen. In een klassikale vergadering op 3 juli 1636 werd gemeld dat op Bulckesteijn en het Huis te Enspieck “soo notore afgoderij gepleegt wort”. Dat aan zulke zaken in Deil en Enspijk niet zo zwaar getild werd, mag blijken uit het sussende antwoord van de ambtman “dat het geïncrimineerde uit niet anders, dan Beenige oude reliquïen van muyren” bestond.
Wel zijn in die tijd al uiterlijke versieringen van het Katholieke geloof verwijderd en vervangen door borden en wapens van de plaatselijke heren en adel. Ook de harnassen hadden een plaats gevonden in de Deilse Kerk, zodat de sfeer geschapen was voor de verbeelding van exotische verhalen en voorstellingen.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van Nieuwsblad Geldermalsen op 7 augustus 2016.

Molen de Vrijheid

Sinds 2010 draait molen De Vrijheid aan de Molendijk in Beesd weer regelmatig en wordt er nu, maar zeker voor in de toekomst, volop biologisch meel gemalen. Elke zaterdag vanaf 10.00 uur opent molenaar Cees de Jong de deuren voor bezoekers die een kijkje willen nemen in de molen of een bezoekje komen brengen aan de winkel met een groot assortiment meelproducten speciaal voor pannenkoeken, cake, brood, taart en allerlei andere lekkere mogelijkheden. Verder heeft de molenwinkel ook een groot assortiment ambachtelijke streekproducten.

Molen_VrijheidBeesd_TonKorevaar
Foto: Ton Koorevaar, Molendatabase

De molen is eigendom van Heerlijkheid Mariënwaerdt en is altijd goed en vakkundig bijgehouden door de familie Van Beekhuizen. Sinds 2011 is de molen in beheer van molenaar Cees de Jong. Cees volgde de driejarige opleiding tot molenaar en oefent het molenaarsvak uit als hobby. Naast de molen in Beesd is ook molen ‘De Prins van Oranje’ in Buren in zijn beheer. “Beide molens zijn heel verschillend van elkaar, maar allebei zijn ze prachtig. Molens hebben altijd al mijn interesse gehad”, vertelt hij. “Daarnaast vind ik goede voeding heel belangrijk. Deze twee passies komen mooi samen in deze korenmolens. Ik wil mijn enthousiasme voor molens en mijn passie voor goed en eerlijk eten graag overbrengen op andere mensen.” Cees organiseert regelmatig activiteiten in en rondom molen ‘De Vrijheid voor schoolklassen en groepsuitjes, maar stelt de molen ook open tijdens Open Monumentendag, de Molendagen en bijvoorbeeld de avondvierdaagse van Beesd.
Daarnaast heeft de molen een belangrijke sociale functie in Beesd. Veel dorpelingen komen langs om een praatje te maken met de molenaar of met elkaar. “Als de molen draait, is hij open voor bezoekers. Het is hier dan net de zoete inval. Iedereen is welkom en ik heb altijd koffie en thee klaar staan.” Ook voor het ruime assortiment biologische molenproducten en streekproducten weten mensen de molen te vinden. Cees vertelt: “Sinds kort heb ik ook een webwinkel, zodat de producten vanuit het hele land te bestellen zijn. Handig voor mensen die niet in de buurt wonen , maar wel graag eens van onze producten willen genieten.”
Dit jaar is molen De Vrijheid ook vertegenwoordigd op de Landgoedfair van Landgoed Heerlijkheid Mariënwaerdt. Welke producten hij precies meeneemt, vertelt Cees nog niet. “Ik wil de mensen graag verrassen met bijzondere producten!”
Kijk voor meer informatie op de website van de molen.

Dit artikel is geschreven door Willemieke Steen en is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen op 3 augustus 2016.

Pand Betuwe

Waar ooit een fourniturenbedrijf was gevestigd aan de pittoreske Voorstraat in Beesd, worden nu de beste ideeën bedacht en plannen uitgewerkt. Vergaderlocatie en kantoor-voor-een-dag Pand Betuwe opende er dit jaar haar deuren.

PandBetuwe
Foto: website Pandbetuwe.nl

Achter de Jugendstill-achtige gevel van Voorstraat 56, gaat een karakteristiek pand schuil. Sinds dit jaar zijn de verschillende vergader- en brainstormruimtes te huur. Eigenaresse Petra van der Perk heeft bij het inrichten van Pand Betuwe op smaakvolle wijze authentieke details als glas-in-lood-ramen, stenen muren en zolderbalken gecombineerd met een strakke en frisse Scandinavische uitstraling: “Ik wil dat iedereen zich hier op zijn gemak voelt en prettig kan werken. Zowel bedrijven die komen om te vergaderen, als mensen die een kantoor voor een dag willen huren.”
Van der Perk exploiteert Pand Betuwe samen met Sylvia Baars. Op Open Monumentendag openen zij de deuren van zowel Pand Betuwe als vergaderlocatie en kookstudio Het Nut, dat een paar panden verderop in de straat ligt. “We zijn trots op ons bedrijf en willen dit graag delen. We zouden het ook heel leuk vinden als mensen ons meer kunnen vertellen over de geschiedenis van Pand Betuwe.”
Kijk voor meer informatie op de website van pand Betuwe.

Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen op 10 juli 2016.

KunstFort Asperen

Op een pittoreske plek in Acquoy met een panoramisch uitzicht op de Linge, ligt KunstFort Asperen. Een monumentale plek waar kunst en cultuur in een prachtig landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie worden getoond. Een militair object als baken in het linielandschap, met als bijzonder icoon de glazen koepel op het dak.

Als laatste stap in een jarenlange restauratieperiode van het fort, werd de glazen koepel vorig jaar opgeleverd. Het is een prachtig kunstwerk over de lichtschacht van het fort dat de regen tegenhoudt, maar de vleermuizen binnenlaat als zij hun weg zoeken naar hun winterverblijf. De architecten van bureau SLA uit Amsterdam en de glastovenaars van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam werkten samen met honderden schoolkinderen en bewoners uit de buurt om het icoon te realiseren.

 

kunstfort asperenNu de glazen koepel er is, het KunstFort dertig jaar bestaat en de Diefdijklinie wordt opgeleverd, is het tijd voor een expositie over het fort, het omliggende rivierenlandschap en de renovaties. Verboden Kringen – te zien tot en met 25 september 2016 – vertelt in actueel en historisch tekst-, film- en beeldmateriaal over het fort, de waterlinie en de Diefdijk.

Het Nut in Beesd

In Het Nut in Beesd smelten verleden en heden samen tot een inspirerende plek. Ooit was hier een filiaal van de Nutsbank gevestigd. Tegenwoordig is Het Nut een locatie voor meetings, events en kookworkshops. Modern, maar met gevoel voor historie.

Op de gevel van Het Nut aan Voorstraat 42 in Beesd prijken de jaartallen 1862 en 1887. In 1862 werd hier door de landelijke vereniging Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen de Nutsbank opgericht. In 1887 werd de Nutsbank verbouwd tot Bewaarschool. Sinds een aantal jaar is Het Nut een evenementen- en vergaderlocatie met eigen kookstudio. Eigenaar Petra van der Perk exploiteert de locatie samen met Sylvia Baars: ,,Het Nut is een bruisende plek waar mensen samen komen voor onder andere vergaderingen, brainstorms en presentaties. Het pand is gerenoveerd met respect voor historie. Zo heeft de oude bankkluis een plek in het interieur. Opvallend is de gevelversiering van het pand, met de goudkleurige bladeren en bal. Ik zou graag in contact komen met iemand die ons meer zou kunnen vertellen over de betekenis van deze symbolen.” Wie een kijkje wil nemen in Het Nut, is van harte welkom tijdens Open Monumentendag. Voor die dag opent voor de deur een terras waar bezoekers een gratis kopje koffie, appelsap van eigen oogst en iets lekkers krijgen aangeboden.

Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen.

Molen de Vlinder, een icoon in het landschap

Korenmolen de Vlinder, op de grens van Enspijk en Deil, staat op een plek waar al sinds 1650 een molen heeft gestaan. Door brand en stormen zijn eerder drie molens verwoest. Begin 18de eeuw was Gradus van Alphen er molenaar en de laatste beroepsmolenaar was molenaar Honk. De molens werden na de oorlog verdrongen door meelfabrieken en er was geen droog brood meer te verdienen door de molenaars. Van de ooit ongeveer 10.000 molens zijn er nu nog maar circa 1000 over.

In 1931 brak er brand uit in molen De Haas (Dat was de naam in 1931) en een molenmaker uit Asperen adviseerde molenaar De Heus om hem weer op te bouwen met onderdelen van een te slopen molen (Fikse uit Heukelum). Helaas werd het zo duur dat de familie De Heus de rekening niet kon betalen en vervolgens teleurgesteld is geëmigreerd naar Amerika. Enkele jaren geleden bezocht een nazaat van familie De Heus de molen en vertelde dat zijn opa zo vaak met verhalen kwam over hun molen dat hij hem ongezien zou kunnen tekenen.

Vanaf 1931 was Van de Capel de nieuwe eigenaar. Hij had de molen voor een zacht prijsje kunnen kopen en vanaf dat moment werd de molen verpacht aan molenaar Honk. Dat werd de laatste beroepsmolenaar van De Vlinder; ook hij kon het na de oorlog niet meer bolwerken en werd gedwongen te stoppen.

De molen en het huis raakten ernstig in verval. Burgemeester Kolff en notaris Docter richtten vervolgens de stichting op tot behoud van de Deilse korenmolen. Deze stichting is inmiddels opgegaan in de Molenstichting van het Geldersrivierengebied. Mede door hun inspanning, restauraties en ondersteuning van overheid en sponsoren ziet De Vlinder er nu prachtig uit.

De Vlinder

Vanaf 1970 is  er veel energie gestopt om de molens weer te laten draaien door vrijwilligers op te leiden tot molenaar. Die laten nu in hun vrije tijd de molens draaien en voeren onderhoudsklusjes uit. Zij ontvangen bezoekers, geven rondleidingen en vertellen verhalen over hun molen.

De eerst vrijwillig molenaar in 1974 was Andries van Berk (overleden). De huidige molenaar Cini van Steenis vertelt graag over molens in het algemeen en over De Vlinder in het bijzonder. Hij is al vrijwillig molenaar vanaf 1972. Als de Vlinder draait, is de bezoeker welkom. Dus niet alleen op Monumentendag.

Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen.