Categorie archief: Tricht

Rubriek Terugblikken maart 2017

In februari is er geen rubriek verschenen. Dit is de rubriek Terugblikken van maart 2017.
Deze feestelijke foto’s komen uit de collectie van het Regionaal Archief Rivierenland. Wie weet er meer van?

foto_RAR_spelweek Deze foto is genomen tijdens de spelweek Geldermalsen/Tricht. Wie zijn deze vrolijke kinderen en in welk jaar was dit? Wij vermoeden rond 1983.

foto_RAR_buurtverTrichtDe tweede foto laat de buurtvereniging Tricht zien tijdens een gezellige barbecue. Wie zijn de heren (en dame die er half opstaat) achter het vuur en in welk jaar is dit?

Reacties zijn van harte welkom via de mail: geschiedenisgeldermalsen@kpnmail.nl, via deze site of Facebook en worden gepubliceerd op deze website.

Varen met veren

In 1884 maakte een journalist een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. Zijn verslag is binnenkort op deze site te vinden.

Over de Linge waren in de tijd van de wandeling minder bruggen dan nu, maar er waren wel diverse voetveren, onder andere bij Tricht, Deil, Enspijk, Beesd, Rumpt en Rhenoy. De schrijver van de wandeling raadt ook aan om tweemaal het veer te nemen, om de kromming van de Linge af te snijden. In die tijd was het veer meestal een eenvoudige roeiboot. Vaak stond aan beide kanten een veerhuis. Daar konden reizigers even wachten, vaak met een drankje erbij. Daarom zijn er nu nog regelmatig horecagelegenheden in voormalige veerhuizen. Tegenwoordig is er in het seizoen, tussen april en oktober, nog een voet- en fietsveer actief tussen Enspijk en Mariënwaerdt.

04_Beesd_onb_Voetveer Linge_RT.jpg
Het veer bij Beesd. Jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer.

In veel dorpen langs de Linge zijn nog verwijzingen naar de veren, bijvoorbeeld in de straatnamen (Achter ‘t Veer). Ook bestaat het veerhuis in diverse plaatsen vaak nog.

Rhenoy_Linge_RS.jpg
Het Rhenoyse veer rond 1920. Verzameling Rutger Stappershoef.
Rhenoy_veer_HS_SDC13165.JPG
De huidige aanblik van de lek van het voormalige Rhenoyse veer. Foto: Helma Schouten, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

De Linge

De Linge is de langste, geheel Nederlandse rivier, en stroomt 108 kilometer lang van Doornenburg tot Gorinchem. Grote delen van de Linge zijn niet begaanbaar voor gemotoriseerde schepen. Het stuk tussen Geldermalsen en Leerdam wordt gezien als het meest pittoreske deel; de fruitbomen maken de slingerende rivier nog mooier en er is weinig scheepvaart. Zowel op als rond het water is dit hierdoor het meest toeristische deel van de rivier. Vroeger stroomde er in het voorjaar vele liters water door de rivier, afkomstig uit Europese rivieren, waardoor het land langs de Linge regelmatig overstroomde. Het stuk tussen Zetten en Elst (Gelderland) is daarentegen weinig meer dan een kaarsrecht kanaal. Boven Zoelen is de Linge een ‘kunstmatige’ rivier, de inlaat bij Doornenburg (uit het Pannerdensch Kanaal) is gecontroleerd.

IMG_5634.JPG
Het landschap langs de Linge. Foto Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Tricht in het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft een schitterende collectie. In de collectie staat de Nederlandse kunst en geschiedenis centraal en werken van een aantal van de grootste kunstenaars van de wereld zijn er te zien. Maar ook werken over of uit de dorpen in de gemeente Geldermalsen zijn er te vinden! In een serie van een aantal artikelen gaan we op zoek naar hetgeen er is te vinden per dorp (helaas was er voor Buurmalsen, Meteren en Rhenoy niets te vinden). In dit artikel staat Tricht centraal.

In eerste instantie lijkt Tricht met zestien treffers zeer goed vertegenwoordigd in het Rijksmuseum. Hiervan heeft echter een groot deel geen betrekking op het dorp Tricht. Zo zijn er een vuursteendonderbuskarabijn (zonder afbeelding) en een vuursteenjachtgeweer uit ‘Mastricht’ te vinden; een roemer, een soort wijnglas, (zonder afbeelding) dat in een boek van H.W. van Tricht wordt beschreven; een serie beelden en friezen van Arnt van Tricht gemaakt aan de Nederrijn en in Kalkar en een zilveren miniatuur van een sjees in Dordrecht gemaakt door Jacobus van Tricht.

Wat blijft er dan nog over? Een ets met een boerderij in Tricht van Elias Stark (1849-1933) uit 1887 in twee varianten, een proefdruk van de ets (boven) en een ets in aquatint (onder).

RP-P-1889-A-15158_1_Boerderij in Tricht, Elias Stark, 1887
Boerderij in Tricht, Elias Stark, 1887
RP-P-1889-A-15159_2_Boerderij in Tricht, Elias Stark, 1887.jpg
Boerderij in Tricht, Elias Stark, 1887

Klik hier en hier voor meer informatie.

Zie ook:

 

25 juni 1967, de ramp van Tricht

Op een zomerse zondagmiddag, 25 juni 1967, trof een voor Nederland ongekend krachtige windhoos het dorp Tricht. Vijf mensen vonden de dood, er waren tientallen gewonden, zo’n tweehonderd woningen en bedrijven werden geheel of gedeeltelijk verwoest en de ramp heeft tot de dag van vandaag levens beïnvloed. 

door Rita Boer Rookhuiszen-de Joode

Eind juni 1967 was het al weken droog en zonnig. Die middag was het benauwd en warm. De lucht werd al donkerder en er leek onweer op komst te zijn. Het slechte weer was uit Frankrijk en België afkomstig waar het een dag eerder al flink geonweerd had. De windhoos maakte al voor ze Tricht bereikte slachtoffers. In het Brabantse Chaam kwamen twee Rotterdammers om doordat hun caravan door de windhoos werd opgetild en weer neergesmeten. Daarna werden in Haaften en Waardenburg kassen, huizen en boerderijen beschadigd. Op het verkeersplein Deil werd een twintigtal auto’s de lucht in getild.

14440009

Ook in Deil zelf werd schade aangericht. Toen trok de slurf over de Linge en raakte vol het dorp Tricht waar de meeste slachtoffers vielen en de grootste schade werd aangericht. Ook boomgaarden ten noorden van Tricht werden vernield waarna de slurf optrok, nog verwoestingen bij Muiden veroorzaakte en vervolgens boven het IJsselmeer verdween.

bijgewerkt 2

De huizen ‘ontploften’

Getuigen verklaarden dat het was alsof er meerdere treinen tegelijk de brug passeerden. Anderen hebben de slurf ook daadwerkelijk gezien en direct een goed heenkomen gezocht in de kelder of onder de trap in huis. Door het verschil in luchtdruk tussen de huizen en de slurf ‘ontploften’ de huizen. Alles, huisraad en mensen, werd naar buiten gezogen. De straten lagen vol puin, houtwerk van daken, meubels, textiel en zwaar beschadigde auto’s. Allerlei voorwerpen vlogen door de lucht en kwamen soms kilometers verder terecht. Deksels van melkbussen belandden zelfs in de Noordoost polder. In een passerende trein vielen gewonden door rondvliegend glas.

thijsen 3

Opvallend was de complete stilte net na het overtrekken van de windhoos. Maar liefst 55 woningen waren verwoest en 93 beschadigd. Twaalf bedrijven, waaronder boerderijen, een meubelfabriek, pluimveehouderij en plaatselijke slagerij waren compleet vernield. Voor 65 gezinnen, 263 personen, moest tijdelijk onderdak gezocht worden. De uiteindelijke schade aan huizen en inboedel bedroeg meer dan 6 miljoen gulden. Daarnaast was er veel schade onder tuinders, zeker 40 ha jonge aanplant was vernield.

1-009

Slachtoffers

Maar dit alles viel in het niet bij de 5 dodelijke slachtoffers. De twee onder een kap woningen van de families van Riemsdijk-van de Pol en Hak aan de Raamweg werden compleet verwoest. Hierbij werd de ruim tachtigjarige O. van der Pol zo zwaar gewond dat hij een dag later in het ziekenhuis overleed. Zijn 41 jarige buurvrouw, de weduwe E.C. Hak-Wierks en haar dochter Corrie waren op slag dood. De vier overige kinderen van het gezin werden hierdoor wees. Even verderop werd het huis van gemeenteraadslid H. van de Berg (59) vernield. Zowel het raadslid als het op bezoek zijnde en televisie kijkende buurjongetje Melchior Verstegen (6 jaar oud) kwamen om het leven.

nel 4

Nel Wierks, destijds 25 jaar oud en schoonzus en tante van twee van de slachtoffers, zal de dag nooit vergeten. Zij vond haar buurman, de heer van de Pol, zwaar gewond op straat. ,,Ik herkende hem eerst niet eens want normaal droeg hij altijd een petje en nu was hij blootshoofds.’’ Haar vijfjarige dochter had zij kort te voren uit het badje gehaald dat in het schuurtje stond en waarin zij met een buurjongetje zat te spelen. Deze schuur werd even later totaal vernield. Haar jongste dochter sliep op het moment van de ramp, tegen de gewoonte in, beneden in de kinderwagen. Later bleek haar wiegje doorspiest te zijn door een houten balk. Wonderlijk genoeg hadden ze de ramp overleeft. De slagerij van haar man bleek echter compleet verwoest. ,,We hebben wel heel snel een tijdelijke noodwinkel gekregen, maar doordat wij de vier kinderen van mijn schoonzus opvingen, lukte het niet om het bedrijf weer opnieuw op te bouwen.’’

thijsen 4

Zo waren er meer mensen die direct of indirect door de ramp hun leven drastisch zagen veranderen. De familie van de Water aan de Nieuwsteeg had de slurf van de windhoos opgemerkt en wist in huis te vluchten. Wonder boven wonder kwamen ze er met slechts wat schrammen vanaf. De boerderij was echter compleet vernield. Het opnieuw opbouwen van de woning en het pluimveebedrijf bleek problematisch. De gemeente had namelijk liever dat het niet meer op die plek werd opgebouwd. Na veel trouwtrekken mocht toch op de oorspronkelijke plaats het bedrijf weer opgebouwd worden. Andere boeren wier bedrijven waren vernield werden echter weggesaneerd en konden niet terugkeren in de dorpskern. Ook voor veel oudere inwoners veranderde hun leven compleet, aldus mevrouw van Dorp, destijds als echtgenote van de plaatselijke huisarts nauw berokken bij de opvang van mensen. ,,Konden ze zich tot dan toe nog zelfstandig redden in hun eigen huis, na de ramp ging dat niet meer. Velen zijn opgenomen in Ravestein.’’

nel 7

Snelle hulpverlening

Al waren er destijds nog geen rampenplannen, de samenwerking tussen de Bescherming Bevolking (BB), politie, brandweer, EHBO en het Rode Kruis liep goed. Hulp kwam snel op gang. Trichtse EHBO’ers en andere dorpsbewoners haalden mensen onder het puin vandaan en brachten slachtoffers naar het ziekenhuis. De lokale smid ging op eigen initiatief alle kapotte huizen langs en sloot de gasflessen af, zodat verdere ongelukken voorkomen werden. Hij wist precies waar ze te vinden waren want hij had ze immers zelf allemaal aangelegd. Er was destijds nog geen aardgas in Tricht. Zo’n 50 leden van de kring Tiel van de BB kwamen naar het dorp.

1-017

Leden van de vrijwillige brandweer Buurmalsen/Tricht en Geldermalsen hielpen bij het omtrekken van muren die direct gevaar opleverden. Een Rode Kruiscolonne uit Geldermalsen en groepen van de bedrijfsbescherming van de NS kwamen ook te hulp. Plaatselijke vrouwenorganisaties zamelden linnengoed in onder hun leden voor de getroffen gezinnen. Was het vlak na de ramp nog mogelijk het rampgebied te betreden, de volgende dag waren er afzettingen en was een pasjesregeling ingevoerd waardoor alleen inwoners en hulpverleners toegang hadden. Militairen hielpen bij de afzettingen en de bewaking van het dorp. De ramp trok een grote groep nieuwsgierigen. Dagen lang waren de wegen van en naar Tricht verstopt.

nel 3

Puinruimen

De avond van de ramp vergaderden op het gemeentehuis aan de Kerkstraat (waar later de huisartsenpraktijk van dr. Buyserd gevestigd was) de minister van volkshuisvesting, zijn secretaris-generaal, de commissaris van de Koningin, de districtscommandant van de Rijkspolitie, burgemeester Sanders en het hoofd van de technische dienst kring Beesd over te ondernemen acties. Eerst werden zoveel mogelijk de straten vrijgemaakt van puin. Dit werd allemaal naar de dr. van de Willigenstraat gebracht waar uiteindelijk een grote berg puin kwam te liggen. Onder leiding van het hoofd van de technische dienst, de heer J.L. van Deutekom uit Buren werd vervolgens verder geruimd. Ter plekke werd de beslissing genomen of een huis nog te redden was of maar beter helemaal gesloopt kon worden. Een aantal oude karakteristieke woningen en boerderijen verdween zo uit het straatbeeld van Tricht. Koningin Juliana bracht al de volgende middag een bezoek aan het rampgebied en sprak op het gemeentehuis met nabestaanden van de vijf slachtoffers. Zij bezocht ook het rampgebied.

nel 15 links nel haar huis

De afbouw van 33 woningen aan de Rutger Jacobsstraat werd versneld zodat deze tijdelijk door getroffen gezinnen bewoond konden worden. Bouwvakkers hebben de twee weken durende bouwvak doorgewerkt om beschadigde huizen zo snel mogelijk te herstellen.

4-025

 

nel 22 opbouw

Al in het najaar werden de eerste herstelde woningen weer opgeleverd. Een plaquette op de muur van een huis aan de Raamweg was de eerste officiële herinnering aan de ramp. Deze plaquette werd door de minister van Volkshuisvesting onthuld.

4-031

Ook een straat in een latere nieuwbouwwijk houdt de ramp levend, zij kreeg de naam 25 Junistraat. In een plantsoen tussen de Bulkstraat en de Laan van Crayenstein in, op de plek waar tijdens de ramp woningen en de slagerij van de familie Wierks werden verwoest werd in 1972 een speciaal windhoosmonument onthuld, gemaakt door beeldend kunstenaar Marcus van Ravenswaaij.

29 monument windhoos

 

Wat hebben Oostmalle en Tricht met elkaar te maken?

Door Dirk Jan Brans

Verschenen in de Dorpskrant Tricht, oktober 2015

Foto: De voorzitter van het Trichtse Dorpshuis, Cees van Mourik, brengt op 22 juni 1997 (30 jaar na de ramp die Malle en Tricht trof) een bezoek aan Oostmalle en overhandigd namens de gemeente Geldermalsen een kaars aan burgemeester Harry Hendrickx van Oostmalle

Van de zomer verbleven wij met ons gezin drie weken op de minicamping van de ouders van een hockeyvriendinnetje van onze dochter Femke. Anderhalf jaar geleden is de familie Zwart naar de Auvergne verhuisd om daar een camping met enkele vakantiewoningen te beginnen. Ze hebben van de camping een waar paradijsje gemaakt waar het zeer goed toeven is. Ik vertel dit verhaal over hun camping niet om reclame te maken, al gun ik deze lieve en enthousiaste mensen veel succes met het avontuur dat zij zijn aangegaan, maar vanwege een ontmoeting die ik daar heb gehad. Eén van onze buren op de camping was een Belgisch gezin uit Antwerpen. Toen ik de vader vertelde dat wij uit Tricht kwamen zei hij gelijk: ‘o, dat dorp van de windhoos’.

Kerktoren

Hij vertelde dat hij onlangs ook een mooie documentaire had gezien over die windhoos, ’mooi gemaakt’, zei hij. Maar het had hem bevreemd dat in die documentaire met geen woord werd gerept over de situatie in België. Hij zei, ‘mijn geboortedorp Oostmalle, is getroffen door diezelfde windhoos. Daarbij is de bovenste helft van de kerktoren op het dak van de kerk gestort. Het heeft heel lang geduurd voor de kerk zijn toren weer terug kreeg. Dat weet ik nog goed. Want toen ik klein was, was de kerk zonder toren. Maar niet alleen de kerk had te lijden, de ravage op het dorp was groot. Er wordt op het dorp nog steeds veel aandacht besteed aan de windhoos. Er is een heemkundige kring die hierin heel actief is.’

En ik vroeg mijzelf als Trichtenaar (nou ja, import dan) af hoe het komt dat ik nog nooit van Oostmalle gehoord had. Westmalle wel, want daar brouwen de monniken al twee eeuwen heerlijk bier. Maar van Oostmalle, nog nooit! En terug in Tricht bleken veel mensen ook nog nooit van Oostmalle gehoord te hebben. Wel dat de windhoos in België is begonnen en ook dat de windhoos het Noord Brabantse Chaam had aangedaan waar twee doden te betreuren waren.

Hoe kan het nu dat er hier geen aandacht is voor Oostmalle? Als je oude dagbladen van maandag 26 juni 1967 leest, dan zie je dat er in de media wel degelijk veel aandacht is voor het onweers-, buien- en stormfront dat in het weekend van 23 tot 25 juni in met name Noord-Frankrijk, België en Nederland plaatselijk grote schade heeft aangericht. Al in de avond van 24 juni worden in Noord-Frankrijk de dorpen Villers-les-Gagnicourt, Palluel en met name Pommereuil getroffen door 2 tornado’s. Daarbij vielen 8 doden en meer dan 700 mensen raakten dakloos. Daarom werd in Nederland al in de vroege ochtend van 25 juni via de radionieuwsdienst voor het eerst in de geschiedenis waarschuwingen gegeven voor windhozen.

Net op tijd schuilen

In Tricht was het mevrouw van de Water uit de Nieuwsteeg, die altijd zeer geïnteresseerd het nieuws volgde, die deze waarschuwing in de vroege ochtend ter harte nam. Toen ze die namiddag het rare aandenderende geluid van de windhoos hoorde, wist ze onmiddellijk hoe laat het was. Ze riep snel haar 5 dochters en nichtjes bij zich en toog met hen naar de kelder om te schuilen. Ze kwamen niet verder dan de gang toen de windhoos hun boerderij trof. Maar de muren van de gang waren wel het sterkste gedeelte van het huis. En terwijl de rest van de boerderij werd weggevaagd werden zij daar tussen die sterke muren gespaard. Alles dankzij de nieuwsgierigheid en het snelle handelen van mevrouw van de Water.

Aan dit moment gingen de volgende gebeurtenissen vooraf: het was om 16.12 uur dat Oostmalle werd getroffen door een tornado. Tussen 16.27 en 16.40 uur (op ca. 1 minuut nauwkeurig) werden Ulicoten en Chaam getroffen door een tornado. En van 17.10 tot 17.24 uur (waarschijnlijk op 1 minuut nauwkeurig) trok een tornado van Nieuwaal tot voorbij Tricht. Het is niet geheel duidelijk of het hier om één en dezelfde tornado gaat. Waarschijnlijk waren het drie verschillende tornado’s die alle drie voortkwamen uit dezelfde botsing tussen koude en warme luchtlagen die elkaar op dat moment boven België en Nederland troffen.

Vergelijkbare verhalen

Tricht en Oostmalle zaten die namiddag in het zelfde schuitje. Hoe komt het dan dat velen in Tricht dat niet of niet meer weten? Misschien is Oostmalle bij ons minder bekend omdat het niet in Nederland ligt, maar in België. Verder van ons bed, zeg maar. Maar het is misschien ook minder bekend omdat er in Oostmalle geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen. En dat mag een echt wonder heten omdat de verwoestingen in Oostmalle groter waren dan in Tricht. Geen dodelijke slachtoffers; wil dat ook zeggen dat de impact minder groot was? Als je hoort van de ervaringen die mensen op de 25ste juni in Oostmalle opdeden, dan hoor je vergelijkbare verhalen over wonderbare reddingen en ontsnappingen als hier in Tricht. Maar ook van een zelfde soort angst die mensen nog steeds hebben als de hemel donker wordt en er storm dreigt. In die zin zijn Oostmalle en Tricht met elkaar verbonden. En ik bedacht, zou het niet aardig zijn om eens contact te zoeken met Oostmalle en ervaringen uit te wisselen?

NB:

– Veel meteorologische achtergronden over het ontstaan van de windhoos van 1967 kunnen je vinden op de website van het KNMI onder de kopjes ‘zware windhozen in Chaam en Tricht’ en ‘zware windhozen van 25 juni 1967’

– Van Rita Boer Rookhuiszen hoorde ik, dat er in het verleden wel degelijk contacten zijn geweest. Zo heeft Cees van Mourik als toenmalig voorzitter van het dorpshuis en namens het gemeentebestuur Geldermalsen op 22 juni 1997 aan burgemeester Harry Hendrickx van Oostmalle te Oostmalle een kaars aangeboden ter gelegenheid van “30 jaar tornado in Oostmalle”. Zij gaf ook aan dat het Historisch Genootschap Tricht zeer geïnteresseerd is in verhalen en wetenswaardigheden over eerdere contacten. Heeft u iets te vertellen? Neem contact op: Hoge Bulk 7, 0345-576619. rita@boerrookhuiszen.nl

Op onderstaande foto’s de ravage in Tricht, na de windhoos van 25 juni 1967. Ook in Nederland werd de rampplek bezocht door de vorst(in) Koningin Juliana.

De Begrafenisvereniging Buurmalsen-Tricht

Op 10 mei 2008 was het precies 70 jaar geleden dat de Begrafenisvereniging Buurmalsen-Tricht werd opgericht. Nu kun je als begrafenisvereniging moeilijk een feestje houden. Er werd dan ook door het toenmalige bestuur niet al te uitgebreid stilgestaan bij het jubileum. Toch wilde de Dorpskrant Tricht aandacht besteden aan de geschiedenis van één van de oudste verenigingen van het dorp Tricht. Daarvoor sprak de redactie met Jan van de Koppel, voorzitter van het bestuur van de Begrafenisvereniging, en ging met hem in terug naar de jaren van voor de Tweede Wereldoorlog ( Jan van de Koppel overleed op 10 februari 2011 op 82 jarige leeftijd).

Ritueel van de aanspreker en dragers

Begrafenissen hadden in die tijd in Tricht een heel eigen ritueel. De luiken van het sterfhuis waren gesloten, en ook de twee naastgelegen huizen hadden een luik dicht aan de kant van het sterfhuis. In zowel Buurmalsen als Tricht was er een ‘aanspreker’. Deze ging in het dorp de deuren langs om iedereen op de hoogte te stellen van een overlijden. ,,Dan hadden ze een papiertje in de hoed, kwamen aan de deur en lazen dan het briefje voor met wie er overleden was en gingen naar de volgende deur,’’ vertelt Jan van de Koppel, huidig voorzitter het bestuur van de begrafenisvereniging. ,,Dat is nu verleden tijd, al komt het nog sporadisch voor dat bij de naaste buren van een overledene nog de rouwkaart wordt afgegeven.’’ Het kostte aardig wat tijd om het hele dorp zo af te gaan. Wilde je dat het ook in het buitengebied gebeurde dan moest je extra betalen. Het werd wel oogluikend toegestaan dat dit op de fiets gebeurde, al hadden sommige mensen daar wel commentaar op. Bij een begrafenis werd je geholpen door buren. Was er een vrijgezel overleden dan waren de dragers van de kist ook vrijgezellen, betrof het een gehuwd iemand dan waren de dragers gehuwden. Zij kwamen zoveel mogelijk uit de buurt en kregen na afloop een borreltje en een sigaar. De overledenen werden te voet naar de begraafplaats gebracht, een hele klus voor de dragers. Slechts een enkele keer werd er van een boerenwagen gebruik gemaakt. Bij het dragen van de kist moesten de dragers er ook voor zorgen allemaal in dezelfde pas te lopen. Op de begraafplaats moest men de kist met touwen in het graf laten zakken. Dat moest wel netjes gelijk gebeuren want anders zakte de kist scheef.

Initiatief

,,Het initiatief voor de oprichting van de begrafenisonderneming is uitgegaan van de heer H.W. Schreij. Hij was overwegwachter en ergerde zich als er begrafenissen waren. De dragers, meest buren van de overledene, liepen er allemaal anders en in zijn ogen vaak slordig gekleed bij. Schreij had eerder ergens anders gewoond en daar gezien dat het ook op een andere en nettere manier kon, dat er verenigingen waren die dit konden organiseren. Hij ging eens praten met een aantal mensen, er verscheen een stukje in de krant (de Gecombineerde). Uiteindelijk kwamen er een aantal mensen bij elkaar en werd er gesproken over de oprichting van een vereniging. Dat had nogal wat voeten in aarde want er was enige onenigheid tussen de dorpen Buurmalsen en Tricht. Zo wilde ieder dorp een eigen aanspreker houden, maar ook eigen dragers hebben. Er moesten uiteindelijk dan ook twaalf uniformen komen voor de dragers, zes in ieder dorp. En een lijkkoets.

Advertenties

Op 10 mei 1938 werd in zaal de Harmonie aan de Kerkstraat in Tricht de begrafenisvereniging officieel opgericht. Veel informatie uit de begintijd is verloren gegaan omdat de notulenboeken zijn kwijtgeraakt met de stormramp in juni 1967. Wel bekend is dat J. de Ridder de eerste voorzitter was, J. Verhoef secretaris en initiatiefnemer Schreij penningmeester. De aansprekers bleven zoals voorheen voor Buurmalsen W.D. van Eck en voor Tricht T.W. Hol (deze laatste woonde op de sluis op de grens van Tricht met Buurmalsen). ,,In die tijd was iedereen eigenlijk een klein beetje boer. In het blad ‘de boerderij’ mocht je toen één keer per jaar een gratis advertentie zetten. De oprichters van de vereniging gingen dan ook de boeren af en vroegen aan de een of die een advertentie voor een lijkkoets wilde zetten, een ander voor tuig, etc.’’ Zo werd in stukjes alles bij elkaar gekocht wat nodig was om begrafenissen te verzorgen. De aangeschafte koets werd opgeknapt bij de Trichtse schilder Kouw. De Trichtse huisarts dr. A.M.M. van de Willigen leende de vereniging maar liefst 500 gulden voor de aankoop van de lijkkoets. Tevens werd voor de stalling van de lijkkoets de noodslachtplaats aan de Groeneweg gekocht (later werd dit brandweergarage en nog later gemeentewerkplaats, in 2008 in gebruik door een schildersbedrijf).

Koets en paarden

Om de koets te trekken waren twee zwarte paarden nodig die tijdens de begrafenis een zwart dek kregen. Ook als er iemand in het ziekenhuis overleden was werd deze met de koets opgehaald, dan werd er een paard gebruikt. Tot de oorlog liep de gemeenteveldwachter voorop een begrafenis stoet, met witte handschoenen aan. ,,De eerste koetsier was de opa van Wim Beverloo, van de Middelweg, ‘’ weet Van de Koppel te vertellen. ,,Die had een zwart paard. Het andere paard was van de vader van Wim de Weerd. Wim, ook van de Middelweg, is nu al veertig jaar bij de vereniging. Hij is nu uitvaartleider maar is begonnen in 1967 als drager. Zijn eerste begrafenis was op 10 juni, met de net nieuwe predikant van Tricht dominee van Toorn.’’ De dominee had het goed gedaan, werd toen gezegd. Waarop de dominee zei dat dit een begrafenis was van een man van in de negentig: ,,Dat gaat nog wel.’’ Niet wetende dat ruim twee weken later op diezelfde begraafplaats aan de Lingedijk de begrafenissen van de dodelijke slachtoffers van de windhoos zouden plaatsvinden.

Dragers

Eind dertiger jaren werd het steeds moeilijker om dragers te vinden. ,,De economie trok aan na de crisisjaren maar mensen gingen meer buiten het dorp werken want hier was geen werk. De meeste dragers in de begintijd van de begrafenisonderneming waren dan ook mensen die een klein bedrijfje hadden of bij een boer werkten en voor een begrafenis twee uurtjes vrij namen. Nu zijn het hoofdzakelijk gepensioneerden die het doen. Ook wordt er steeds vaker door familieleden van de overledene gedragen. Het is een ander ritueel geworden.’’
In 1960 was het gedaan met de paarden. Toen werd van ondernemer W.M.F. Broekhuizen uit Buurmalsen een lijkauto gehuurd. Tegenwoordig heeft de begrafenisvereniging een contract met Jan Hol uit Geldermalsen die zowel de auto’s als chauffeurs regelt. Op dit moment zijn er zeven dragers, afkomstig uit beide dorpen en een uit Geldermalsen. ,,Om nieuwe dragers te vinden moet je veel vragen in het dorp, maar als ze er eenmaal bij zijn blijven ze erbij.’’ Soms is het echt een ‘familieberoep’, overgedragen van overgrootvader, op grootvader, vader en zoon. ,,Tegenwoordig dragen we ook wel eens bij begrafenissen van andere begrafenisondernemers. We helpen elkaar.’’

Geen winstbejag

In de statuten van de vereniging staat het doel omschreven bij de oprichting: ‘De vereniging heeft tot doel door onderlinge samenwerking te bevorderen dat het stoffelijk overschot van de mens geen voorwerp van winstbejag wordt. Zij tracht dit te bereiken door zelf uitvaarten te verzorgen, door ter-beschikking-stelling van materiaal en personeel voor het verrichten van uitvaarten en met andere verenigingen van gelijkgeaard doel samen te werken en door andere wettige middelen, welke aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.’ ,,Ook nu nog is het doel van de vereniging om een verzorgde begrafenis te doen, een beetje uniform, voor redelijke kosten en de opzet is ook dat als er wat winst gemaakt werd we die ten goede te laten komen aan de leden.’’ Het huidige lidmaatschap bedraagt 25 euro per jaar voor een gezin en voor kinderen boven de 18 jaar 12,50 euro per jaar. Uiteraard kan hier geen begrafenis van betaald worden. ,,Men krijgt nu een tegemoetkoming in de kosten van de lijkauto en een eerste volgwagen. Helaas worden mensen niet meer zo snel lid. Maar, ook niet leden kunnen ons als plaatselijke vereniging inschakelen, ook als men lid is van een grote landelijke uitvaartorganisatie. Wat voor verzekeringen men in het verleden allemaal heeft afgesloten en misschien vergeten, bij een overlijden komt dat wel tevoorschijn. Zo overleed zo’n 15 jaar geleden een vrijgezelle man. Toen alles achter de rug was kwamen alle polissen boven water, waaronder een verzekering die door zijn moeder was betaald. Uiteindelijk bleef er nog 10 gulden over.’’

Bestaansrecht

Volgens van de Koppel heeft zijn vereniging na 70 jaar nog steeds bestaansrecht. ,,Je ziet wel dat het oude Tricht vergrijst, en juist daar hebben we onze leden. Onze leden zijn meest de oudere Trichtenaren en hun kinderen. Sommigen hebben al helemaal vast laten leggen hoe ze hun begrafenis geregeld willen hebben. Als vereniging hebben we nu gemiddeld zo’n anderhalve begrafenis per maand en tot op heden kunnen wij goed aan onze financiële verplichtingen voldoen.’’Wim de Weerd is al geruime tijd de ‘aanspreker’ voor zowel Tricht als Buurmalsen, tegenwoordig noemt men dit uitvaartleider. De nabestaanden bepalen in overleg met hem hoe de begrafenis geregeld wordt. De vereniging kan alles verzorgen, tegen een aanvaardbare prijs en helemaal naar wens van de nabestaande. ,,We zijn een plaatselijke vereniging maar leden kunnen na verhuizing ook lid blijven. We maken gebruik van de opbaargelegenheid in de kerken van Tricht en Buurmalsen en de aula’s in Geldermalsen, Tiel, Beusichem en Culemborg. Thuis opbaren, iets dat steeds vaker gebeurd, is mits er geschikte ruimte is, ook mogelijk. Een begrafenis kan ook weer met koets en paarden, zoals vroeger. Dat hebben we al een aantal keren geregeld.’’

Bestuursleden in 2008 waren D.J. van de Koppel (voorzitter), L.H. Hak (secretaris/administrateur), H. Zondag, F. Hol, A. Huijgen en A. Verbeek. Uitvaartleider W. de Weerd.

De ramp van Tricht

De datum 25 juni staat in het geheugen gegrift van vrijwel alle 50-plussers uit Tricht. Op die dag in 1967 trok namelijk een van de allerzwaarste windhozen ooit in Nederland over het dorp. De gevolgen waren zeer tragisch: vijf doden, tientallen gewonden en 150 compleet verwoeste of zwaarbeschadigde huizen. Dankzij hulp van alle kanten werd de verwoeste wijk Rooijenburg weer snel heropgebouwd. Aan de ramp herinnert nu nog de ‘25 juni straat’.

Windhoos Deil

BN’ers aan de Linge

De dorpen van Geldermalsen zijn nooit overbevolkt geweest met bekende Nederlanders. Tot de BN’ers die hier wél woonden of wonen, behoren Bonny St. Claire (Acquoy), Pistolen Paultje (Rumpt), Erik Pieters (Enspijk), Anton Geesink (Rumpt), Fred Emmer (Rhenoy), Abraham Kuyper (Beesd), presentatrice Audrey van der Jagt (Rumpt), de schilders Piet Mulder (Geldermalsen) en Jan van Anrooy (Rumpt/Tricht) en de vaste begeleider van Toon Hermans, Coen van Orsouw (Geldermalsen).

14. BN'er aan de Linge Bonnie_St__Claire 1981