Categorie archief: Meteren

F.A. Wonninkstraat in Meteren staat stil bij het verzet

Verbaasde reacties kreeg Ine Wonnink op zondag 29 april 2018 toen zij aanbelde bij de bewoners van de F.A. Wonninkstraat in Meteren. De straat, die vernoemd is naar haar reeds overleden vader, kreeg dit bezoek ter ere van zijn 100ste geboortedag. Als één van de dochters van deze verzetsstrijder kent Ine de verhalen van het verzet in onze regio maar al te goed. Het verzet waarin haar ouders een rol hebben gespeeld.

door Mandy van Diën

Bewoonster Chantal Kielliger was eveneens verrast toen Ine, haar dochter en kleindochters aan haar deur stonden met een traktatie. Chantal richtte n.a.v. een straatbarbecue enkele jaren geleden een Facebook-pagina op. Deze pagina werd gevonden door Ine, waarna zij een reactie plaatste. Er ging wat communicatie over en weer. Daar bleef het echter bij, tot afgelopen weekend. Ine’s zus was al eens een kijkje wezen nemen in de straat die de familienaam draagt, Ine zelf nog niet. Het was een spontane actie die opkwam tijdens een gesprek met haar dochter. De nazaten van Frederik Antonij (Ton) Wonnink werden vriendelijk en enthousiast ontvangen. ,,Een mooie, gezellige straat met een diversiteit aan mensen”, vertelt Ine trots.

POLITIEAGENT

Dhr. F.A Wonnink 2
F.A. Wonnink

Ton Wonnink was ten tijde van de oorlog politieagent in de regio Zetten-Kesteren. Met regelmaat werd hij overgeplaatst naar Geldermalsen. Rond 1943 raakten hij en zijn vrouw betrokken bij het verzet, waarbij hij onder meer hulp verleende bij het plaatsen en verzorgen van onderduikers en het verspreiden van illegale lectuur. Hij werkte mee aan tal van sabotageacties en het vervoer van wapens en munitie.

Wonnink en zijn vrouw waren pas midden twintig tijdens de oorlog en hadden nog een heel leven dat daarop volgde. Een leven waarin zij hun kinderen leerden om regelmatig stil te staan bij wat ze hebben. Een belangrijke les die Wonnink zijn kinderen vaak vertelde was dat als je blijft haten, je de oorlog gaande houdt. Dat de oorlog niet tussen de mensen zelf is, en dat ook de Duitse bevolking heeft geleden. Hij kende vaak angst, waarbij zijn grootste zorg was dat hij gepakt zou worden met het risico dat anderen daarin werden meegenomen.

Dhr. F.A Wonnink
F.A. Wonnink

INTENSE GESPREKKEN

Ine vind het belangrijk dat de vrijheid, waarvoor zoveel mensen hebben gestreden en nog altijd voor strijden, wordt doorgegeven. Om even bij stil te staan op 4 mei; voor hen die hebben gevochten en alle slachtoffers die zijn gevallen. Ine was verrast door de interesse en intense gesprekken tijdens haar bezoek. Trots is zij op een jonge moeder die haar kinderen riep om kennis te maken en vertelde over hoe Wonnink handelde in de oorlog. ,,Een verhaal dat werd verteld zonder haat, maar dat werd doorgegeven van de ene generatie naar de andere.” De F.A. Wonninkstraat is voor de bewoners meer dan alleen een naam. De straat heeft niet alleen een gezicht gekregen, maar een verhaal. Kalenberg kent nog 12 straten die zijn vernoemd naar lokale verzetsstrijders.

Ine Wonnink met dochter en kleindochters voor de straat die vernoemd is naar haar vader - Foto Chantal Kielliger
Ine Wonnink met dochter en kleindochters voor de straat die vernoemd is naar haar vader – Foto Chantal Kielliger

Oorlogskind in Geldermalsen

Intussen woont Corry Derksen in een prachtig huis langs de dijk aan de Waal. Haar kinderjaren en daarbij horende oorlogsjaren woonde ze in een huis aan de Stationsstraat in Geldermalsen. Vader, Jan Hendrik Derksen, was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het lokale verzet tegen de Duitse bezetter. Hierbij zijn dingen gebeurd die achteraf diepe indruk hebben gemaakt en waaraan Corry nog regelmatig terugdenkt. Vooral tijdens de meidagen wanneer we allemaal weer stilstaan bij herdenken van oorlogsslachtoffers en het vieren van onze vrijheid.

door Jeroen Wijngaard

Het legitimatiebewijs van J.H. Derksen voor de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers; foto Corry Derksen

Op de Kalenberg, een nieuwbouwwijk in Meteren, is een straat vernoemd naar meneer Derksen, de J.H. Derksenstraat. Een straat waar nu mensen wonen, kinderen spelen en auto’s en fietsen doorheen rijden. De meeste mensen weten maar weinig van deze man en dus de vader van Corry waarnaar deze straat vernoemd is, laat staan het gezin wat bij deze verzetsstrijder hoorde. Corry, aan het begin van de oorlog pas drie jaar, heeft lange tijd niet of weinig aandacht willen besteden aan haar herinneringen aan deze periode. Een aantal jaar geleden, mede na aandringen van haar broer Wim, heeft ze besloten het verhaal toch op te schrijven. Om de momenten die destijds zoveel indruk op haar hebben gemaakt terug te halen.

RUW VERSTOORD
Op een middag in september 1944 stond de tafel gedekt in het huis van de familie Derksen, het gezin was klaar om te gaan eten. Corry zat met haar broertje en zusje in de voorkamer en haar oudere zus bevond zich samen met een ander meisje uit het dorp ook in het huis. Op dat moment stormde een groep Duitse en Nederlandse mannen het huis binnen. Ze bleken op zoek naar Corry’s vader en moeder. Het vredige tafereel werd ruw verstoord omdat vader Jan-Hendrik gezocht werd vanwege zijn aandeel in het verzet. De heer Derksen zette onder andere spoorbeambten aan om te gaan staken en zorgde voor onderduikadressen voor Joodse kinderen uit de regio. Geldermalsen en omgeving kende een verzetsgroep die dit soort acties organiseerde maar soms ging het fout. Zo was er de gevangenneming van een aantal Duitsers die werden vastgehouden op het landgoed Mariënwaerdt. Deze militairen ontsnapten echter zij en wezen onder anderen de heer Derksen aan als lid van de betrokken verzetsgroep. Een razzia volgde maar beide ouders bleken op tijd gewaarschuwd en konden een aantal huizen verderop onderduiken. De borden stonden voor ze op de gedekte eettafel, wat ook gezien werd door de binnengevallen mannen, maar ondanks het dreigement de kinderen dan maar gevangen te nemen, vertrokken ze onverrichter zaken. Dit was wel het teken voor de familie Derksen om definitief een onderduikadres te zoeken, wat ook weer zijn weerslag had op het hele gezin, want het leidde tot vele omzwervingen door de regio. Een avontuur voor een kind maar wel met herinneringen voor het leven.

BEROERTE
Mogelijk mede vanwege een trauma kreeg de heer Derksen kort na de oorlog een beroerte met blijvende invaliditeit tot gevolg. Het gezin kon gelukkig steun vinden bij de Stichting ’40-45′ en kon zo het hoofd boven water houden. De familie werd financieel onderhouden, kreeg maatschappelijk werk toegewezen en de kinderen uit het gezin konden met een beurs gaan studeren. Mede hieruit blijkt dat de verzetsstrijder Derksen een belangrijk aandeel heeft geleverd in het verzet in onze regio.

Het complete verhaal van Corry Derksen is te lezen op: www.oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl/oorlogsherinneringen-c.-derksen.html. Het thema van het 4 en 5 mei comité 2018 is Verzet: www.4en5mei.nl/

Meta uit Meteren

Een bijzondere vrouw uit de IJzertijd?

In het najaar van 2010 is tijdens een door ADC ArcheoProjecten uitgevoerde opgraving bij Meteren (gemeente Geldermalsen) een inhumatiegraf van een vrouw uit (vermoedelijk) de midden-ijzertijd aangetroffen.1
Deze vrouw, die van het opgravingsteam de naam Meta heeft meegekregen, was begraven met uitzonderlijke hoofdsieraden van bronzen ringen en barnstenen kralen, die bovendien zeer goed bewaard zijn gebleven. Het graf lijkt deel uit te hebben gemaakt van een relatief groot crematiegrafveld dat gelegen was op de oostelijke flank van de stroomgordel van Meteren. De opgraving vond plaats in De Plantage, een gebied ten oosten van de oude dorpskern van Meteren, waar intussen een nieuwe woonwijk is verrezen.

Het grafveld

Verspreid over de vindplaats zijn in totaal 47 crematiegraven en twee inhumatiegraven aan het licht gekomen (afbeelding 1). De crematiegraven bestonden zonder uitzondering uit losse crematienesten, zonder grafstructuur (kringgreppel of anderszins). Slechts in twee gevallen was er sprake van bijgaven van aardewerk. De crematies liggen redelijk verspreid, maar er zijn enkele clusters aan te wijzen. In de zuidwesthoek van de opgraving is een zeer slecht bewaard gebleven inhumatie aangetroffen: de schedel ontbrak en het skelet was grotendeels vergaan omdat de flank van de stroomrug binnen de vindplaats sterk oploopt in westelijke richting, waardoor dit skelet direct onder de bouwvoor in zandige grond lag. Dit in tegenstelling tot de tweede inhumatie, Meta, welke oostelijker lag en daardoor op een dieper niveau in de klei is gevonden. Hierdoor waren zowel het bot als de sieraden nog in zeer goede staat. Dit inhumatiegraf ligt min of meer centraal binnen het opgegraven deel van het grafveld. Het vermoeden bestaat echter dat het grafveld oorspronkelijk groter is geweest en dat het in westelijke richting door heeft gelopen. Hier liggen nu de Rijksstraatweg en de eerste huizen van Meteren.

Afbeelding 1: de ligging van de gevonden graven in Meteren
Afbeelding 1: de ligging van de gevonden graven in Meteren

Meta

Allereerst moet worden gezegd dat de vondst van Meta een toevalstreffer was. Het graf lag precies onder en parallel aan een middeleeuwse greppel. Tijdens het couperen van deze greppel werd onderin de coupe de borst-partij van het skelet geraakt. Dit betekende weliswaar de ontdekking van het graf, maar helaas tevens een (beperkte) verstoring van de resten in situ. Meta lag gestrekt op haar rug, haar hoofd naar het oosten (afbeelding 2). Het gezicht was naar het noorden gedraaid.

afbeelding2_Meta
Afbeelding 2

Fysisch antropologisch onderzoek heeft aangetoond dat zij ongeveer 1.54 tot 1.58 meter lang is geweest en een leeftijd heeft bereikt van dertig tot veertig jaar.2 Een opvallend gegeven is dat de knieschijven netjes naast de knieën lagen en de tanden uit de kaak waren gezakt. De armen lagen langs het lichaam. Dit zijn aanwijzingen dat het lichaam na begraving een tijd lang ‘vrij’ heeft gelegen, waarbij deze elementen de ruimte hadden om tijdens de ontbinding weg te zakken. Gezien de goede conservering van het botmateriaal zou hout van een eventuele kist nog in zekere mate bewaard gebleven moeten zijn. Hiervan is echter geen spoor aangetroffen. Dit doet vermoeden dat het lichaam, waarschijnlijk gewikkeld in een stoffen doek, in een open kuil is gelegd die vervolgens op enigerlei wijze is afgedekt met bijvoorbeeld takken of een houten ‘deksel’. Ook opvallend is de zeer slechte staat van het gebit van Meta. Het grootste deel van de kiezen in haar bovenkaak is verloren gegaan als gevolg van tandrot en abcessen. Bovendien had zij een ontsteking aan het tandvlees van de onderkaak, een ontsteking aan het verhemelte en een wortelpuntontsteking. Door deze ongetwijfeld zeer pijnlijke aandoeningen ging zij waarschijnlijk kauwen met haar voortanden, wat weer als gevolg had dat ook deze tanden zeer sterk gesleten waren. Een slechte staat van gebit en mondholte was niet ongebruikelijk in de prehistorie, maar deze combinatie van vele mondproblemen is toch wel bijzonder te noemen.3 De slijtage aan de wervelkolom van Meta en robuuste spieraanhechtingen zijn een normaal beeld bij prehistorische mensen. Hoewel haar uitbundige sieraden lijken te wijzen op een bijzondere status moet zij wel degelijk de inspanning en arbeid hebben verricht die elk ander lid van de gemeenschap moest verrichten. Wellicht hebben de manier van begraven (inhumeren in plaats van cremeren) en het bezit van de sieraden eerder te maken met een bepaalde herkomst dan met een hogere sociale status.
De botresten zijn door middel van 14C gedateerd tussen 765 en 415 v.Chr., wat betekent dat dit individu leefde rond de overgang van de Vroege naar de Midden-IJzertijd en meer specifiek (op basis van het grafaardewerk) in de vroege Midden-IJzertijd.

Sieraden

Om haar linkeronderarm droeg Meta net onder de elleboog een bronzen armband (afbeelding 4). Aan beide zijden van haar hoofd werden in totaal zeven ringetjes van bronsplaat aangetroffen (drie rechts, vier links), met aan zes van de ringen een barnstenen kraal (afbeelding 3a en 3b). De randen van de ringetjes hadden kleine inkervingen. De hoofdsieraden zijn uniek te noemen. Er zijn geen vergelijkbare vondsten bekend in Nederland. Het is onzeker hoe deze sieraden werden gedragen.

afbeelding3a_Meta
Afbeelding 3a: de ringen met kralen, zoals ze gevonden werden in de grond. Foto: ADC ArcheoProjecten
afbeelding3b_Meta
Afbeelding 3b: de schoongemaakte bronzen ringen met barnstenen kralen. Foto: ADC ArcheoProjecten

De ringen zijn gevonden rondom de schedel, dus zij zouden bij begraving zowel in de oren als in het haar kunnen zijn gedragen. Op basis van de locatie van de sieraden ten opzichte van het hoofd en op basis van vergelijking met twee gelijksoortige inhumaties uit Lent (een man en een vrouw) werd in eerste instantie aangenomen dat het om haarringen zou gaan.4

afbeelding4_Meta
Afbeelding 4: de ringen; zijn het haarringen of oorbellen? Foto: ADC ArcheoProjecten

Voor beide draagwijzen zijn echter argumenten voorhanden. Drie argumenten pleiten voor het gebruik als oorring. Als eerste is er de sluiting. Het dunne haakje van de sluiting is bij uitstek geschikt om door een kleine opening gestoken te worden en daarachter in de ring vast te haken. De vorm komt overeen met de sluiting van oorringen die heden ten dage nog steeds wordt toegepast. Het tweede argument is de vorm. Die wijkt af van de haarringen die ons bekend zijn. De vorm is daarentegen wel bekend als oorring, zie de parallellen hieronder. Het derde argument wordt gevormd door de slijtagesporen. Op de binnenzijde van de barnsteen kralen is een platte slijtageplek te zien die even breed is als de band van de ring. Hieruit kunnen we opmaken dat de onderzijde van de ring horizontaal was tijdens het dragen, zoals bij een oorbel. Wanneer de ringen in het kapsel zouden zijn geplaatst, zouden niet alle ringen verticaal hangen en zou de slijtage zich vaak voordoen als een groef. De barnstenen met de meeste slijtage hangen ook aan ringen die tot een ovaal zijn uitgerekt, passend bij een verticaal hangende positie.
Voor het gebruik als haarringen pleit het aantal van de ringen. Het aantal van zeven ringen zou betekenen dat er tenminste drie ringen in elk oor gestoken werden. Dit is veel, maar onmogelijk is het niet. Bij de reconstructie is er uiteindelijk voor gekozen om de ringen als haarversiering af te beelden.
Waarschijnlijk zijn het dus oorbellen geweest, hoewel dit gezien het gewicht en de grootte van de hangers wellicht onwaarschijnlijk lijkt. De reconstructie (1:1) geeft een indruk van de oorspronkelijke uitstraling en de mogelijk draagwijze van de sieraden in het haar (afbeelding 5).

afbeelding5_Meta
Afbeelding 5. De ringen als haarversiering. Foto: ADC ArcheoProjecten

De sieraden die op het skelet van Meta zijn aangetroffen hebben een Keltisch karakter en de hoofdsieraden van brons en barnsteen zijn naar Nederlandse maatstaven uniek te noemen. Zij wijzen er op dat de overledene waarschijnlijk afkomstig is uit, of voorouders heeft in gebieden ten oosten of zuidoosten van Nederland (Noord-Frankrijk of Hunsrück-Eifel-Kultur). Of er één of meerdere families gebruik maakten van dit grafveld en over welke tijdsspanne dat heeft plaatsgevonden valt door de onzekerheid van de gebruiksduur niet te bepalen.

drs. W. Jezeer, Senior Archeoloog ADC ArcheoProjecten
Amersfoort, februari 2016

Een eerdere versie van dit artikel is verschenen in: Archeobrief, 2011 nr. 04.

Noten
1 Jezeer en Verniers 2012.
2 Berk 2012.
3 Berk 2012.
4 Van den Broeke en Hessing 2005, 656-657.

Literatuur
– Berk, B., 2012: Rapportage inhumaties Geldermalsen Meteren De Plantage. In: Jezeer, W. en L. Verniers 2012, De Plantage: een nieuwe wijk, een rijk verleden. Een Archeologische opgraving op De Plantage te Meteren (gemeente Geldermalsen). Rap 2713_Meteren De Pantage, Amersfoort.
– Broeke, P. van den, en W. Hessing (2005), ‘De brandstapel gemeden. Inhumatiegraven
uit de ijzertijd’, in: L.P. Louwe Kooijmans, P.W. van den Broeke, H. Fokkens en A. van Gijn (red.), Nederland in de prehistorie, Amsterdam
– Jezeer, W. en L. Verniers, 2012: De Plantage: een nieuwe wijk, een rijk verleden. Een Archeologische opgraving op De Plantage te Meteren (gemeente Geldermalsen). ADC Rapport 2713, Amersfoort
– Louwe Kooijmans, L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens en A. van Gijn (red., 2005), Nederland in de prehistorie, Amsterdam.

Folder gemeente Geldermalsen
Omdat de gemeente ook trots was op deze bijzondere vondst, is er een folder gemaakt over Meta en de opgravingen. Hier is deze folder als pdf-bestand in te zien.

 

Het verleden van Geldermalsen opgegraven

Door Martine Eerelman-Hanselman

“Een flinke lap grond met interessante vroege vondsten.” Op het toekomstige terrein van de nieuwe Coop-supermarkt aan de Herman Kuijkstraat in Geldermalsen zijn archeologen de afgelopen tijd hard aan het werk geweest. Zij hebben eerst een week de opgraving begeleid en daarna een dag of vijf zelf opgegraven en de vondsten onderzocht. Door de strenge vorst moesten zij hier vorige week tijdelijk mee stoppen. “We hebben aardewerk, dierlijke resten, een waterput, greppels, spiekers (graanopslagplaatsen) en waarschijnlijk ook een huisplattegrond gevonden.

Opvallend zijn ook de sloten die haaks op de huidige weg zijn gegraven.”, zegt Willem Jezeer van ADC ArcheoProjecten. “Er zijn vroege sporen bij. De oudste resten dateren uit de tiende en elfde eeuw. Meestal vind je in landelijk gebied wel resten uit de twaalfde en dertiende eeuw, maar dit is een stuk ouder.” Deze vroege bewoningssporen komen uit dezelfde tijd als de burcht van Geldermalsen. Deze stond een stuk verderop, driehonderd tot vierhonderd meter noordoostelijk, in de buurt van de huidige hervormde kerk aan de Kerkstraat. “Het is vrij bijzonder dat we middenin een dorpskern zo’n relatief groot stuk grond kunnen onderzoeken, van tweeduizend vierkante meter. Dit gebied is intensief bewoond geweest. Het is nog een hele puzzel om de structuren zoals boerderijen en spiekers in het drukke ‘spooroverzicht’ te herkennen.”

IMG_4203.JPG

Hoe oud?

Een huisplattegrond is niet meer dan een verzameling van donkere plekken in de grond, afdrukken van de palen waarmee het huis gebouwd werd. Hoe weet je nu uit welke tijd die sporen komen? Jezeer: “Dat kan op verschillende manieren. Meestal weet je het door de voorwerpen die je vindt rondom de sporen in de grond. Aardewerk is vaak goed te dateren, en bijvoorbeeld van metalen penningen en munten kun je vaak ook ontdekken uit welke tijd ze komen. Wij hebben hier een ijzeren sleutel gevonden die goed te dateren was.” Als dat niet lukt, is een C14-datering mogelijk. Dan wordt in een laboratorium een koolstofdatering gedaan. Dit is niet zo precies, je krijgt een datering met een marge van 50 jaar. Bovendien is het een dure methode. Wat wel heel nauwkeurig is, is dendrochronologie. Je kunt houten voorwerpen onderzoeken als ze voldoende jaarringen hebben. Hierdoor is het mogelijk om de ouderdom van bomen, die gebruikt zijn voor bijvoorbeeld het maken van een waterput, tot op het seizoen nauwkeurig te dateren. “Hout blijft alleen goed in de grond als het in het water ligt, dat is hier zeker het geval. Al op 50 tot 60 centimeter stuit je hier op water. Het gebied ligt hier wat hoger, en er ligt een kleilaag onder de grond waar het water op blijft liggen. Dus er is hier veel te vinden.”

Meta uit Meteren

Over archeologen bestaan verschillende ideeën. De een vindt het een stoffig beroep, de ander ziet een stoer Indiana Jones-achtig type voor zich die constant spannende piramides en oude Inca-steden ontdekt. Waarom werd jij archeoloog? “Die films hebben denk ik wel geholpen bij het aantal aanmeldingen bij de studie, maar voor mij was dat niet de reden. Ik wilde als jonge jongen al archeoloog worden. Eerst ridder of cowboy, maar iets later archeoloog. Toen ik ontdekte dat daar echt een studie voor was, ben ik die ook gaan volgen. Aan de Universiteit van Amsterdam. Veel studenten gaan tegenwoordig binnen de archeologie de ICT- of beleidskant op, bijvoorbeeld bij een gemeente of provincie. Maar ik wil vooral in het veld bezig zijn. Met mijn voeten en handen in de klei. Als projectleider voer en werk ik projecten uit.”

Wat is je meest opvallende of kostbare vondst geweest? “Elke opgraving is op zich al bijzonder. Maar een van de meest unieke vondsten heb ik hier in de buurt gedaan, in het najaar van 2010, bij het archeologisch onderzoek voor de Plantage in Meteren. We hebben toen een graf van een vrouw uit de ijzertijd gevonden dat nog vrijwel intact was, inclusief bronzen en barnstenen sieraden. Deze prehistorische dame kreeg zelfs een naam, Meta. Ik ben hierover nog bij Shownieuws geïnterviewd. Mooi aan dat gebied was sowieso dat door de vele overstromingen de resten uit alle periodes netjes op elkaar lagen. Je groef letterlijk steeds dieper de geschiedenis in.”

IMGP0115.JPG

Op dit moment zijn de archeologen nog bezig om de sporen en vondsten verder te onderzoeken. Dit archeologisch onderzoek zal in elk geval een belangrijke bijdrage leveren aan de vroege geschiedenis van Geldermalsen.

Dit artikel verscheen ook in Nieuwsblad Geldermalsen, dd. 28 januari 2016.
Foto’s van ADC ArcheoProjecten.

 

IMGP0155.JPG

Naar elkaar toe groeien

De dorpen Geldermalsen en Meteren zijn rond de eeuwwisseling stevig naar elkaar toegegroeid. Eerst waren was daar de grote nieuwbouwwijk Kalenberg en wijk de Steenvliet, die de lege ruimte tussen beide dorpen al voor een groot deel vulden. Momenteel krijgt De Plantage gestalte, een volgende grote nieuwbouwwijk, pal tegenover Kalenberg. Meteren en Geldermalsen lopen inmiddels bijna naadloos in elkaar over.

44. Plantage