Categorie archief: Enspijk

Noodlot sloeg regelmatig toe in laatste half jaar oorlog

Het zal je maar overkomen… Het kon een spelend kind zijn, een zojuist getrouwde man, iemand die een deur wilde opendoen of een inwonende bejaarde man. In het laatste halfjaar van de oorlog sloeg het noodlot regelmatig toe en dat had grote impact op de dorpsgemeenschappen Deil, Enspijk, Gellicum en Buurmalsen.

Richard van de Velde

Vleeswagen
grafsteen van Alleke Formijn en zijn broer. Overlijdensjaar van Alleke staat fout vermeld.Albert “Alleke” Formijn uit Deil was de jongste uit het gezin van Johannes Formijn en Francina van Velthoven. Het gezin woonde daar op de Hooiweg. In de namiddag van 24 oktober 1944 liep het gezin Formijn hun erf op, omdat ze een geallieerde jachtbommenwerper hoorde overkomen. Ze zagen nog juist dat het toestel boven Geldermalsen een duikvlucht maakte en een beschieting uitvoerde. Wat zij toen nog niet wisten, was dat uitgerekend Alleke hierdoor om het leven zou komen. Deze 14-jarige knul zat op de ulo en was na schooltijd met zijn vriendje bij de Willem de Zwijgerweg in Geldermalsen aan het spelen, in de buurt bij een wagen geladen met kisten vlees. Die werd door de geallieerde piloten aangezien als een militair doel en bestookt. Ze hadden de spelende kinderen niet opgemerkt. Alleke vond direct de dood en zijn vriendje Wim Boudewijn raakte gewond, maar overleefde wonderwel.
De oorlog liet diepe sporen na voor het gezin Formijn: in februari 1940 was hun, in Rotterdam voor de mobilisatie opgeroepen, oudste zoon Jan op 24-jarige leeftijd overleden ten gevolge van een bloedvergiftiging.

Voordeur
De in het najaar van 1944 omgekomen Kees van der Heijden kwam uit Enspijk. Zijn ouders waren landman Jan Hendrik van der Heijden en Johanna Willemina Bouman. Zij trouwden in 1905 en kregen samen elf kinderen.

voordeur fam van der heijden
Het bewuste woonhuis van de familie Van der Heijden, met aan de linkerzijde de voordeur. (Foto: W. Vermeulen)

Over de mysterieuze dood van Kees doen twee verschillende verhalen de ronde: “Op veel plaatsen in Nederland waren Duitse soldaten ingekwartierd. In Enspijk waren daarvoor huizen en boerderijen gevorderd. Een legerkok en zijn personeel waren bij boer Merkens ondergebracht. In zijn schuur werden elke dag aardappelen geschild en groente klaargemaakt voor het avondeten van de soldaten. Enkele meisjes uit het dorp assisteerden daarbij. De Duitse chef-kok had een oogje op een dochter van de familie Van der Heijden van de Kampsedijk. Toen de Duitsers een keer feest vierden in de plaatselijke school en de kok te veel gedronken had, kreeg hij het idee om dit meisje van Van der Heijden op te halen. De familie was al naar bed, maar door het gebonk op de deur ging Kees, de broer van het meisje, naar beneden. Hoe het precies is gegaan weet niemand, misschien kwam hij niet snel genoeg, wellicht heeft hij de deur niet open willen doen of heeft hij geweigerd zijn zus met de Duitser mee te laten gaan. Hoe het ook zij: de dronken Duitser schoot dwars door de deur en Kees raakte daarbij levensgevaarlijk gewond. Hij werd meteen naar een ziekenhuis in Utrecht gebracht en is daar de volgende dag op 29 oktober 1944 aan zijn verwondingen overleden.”
grafsteen Kees van der Heijden in EnspijkDe andere lezing is dat twee broers van Kees, Jan en Johan, vanwege de Arbeitseinsatz in een wapenfabriek in Duitsland werkten. Zij namen op een zeker moment daar de benen en kwamen naar Enspijk terug en doken onder in hun ouderlijk huis. Een politieagent kwam daarachter en stuurde op 28 oktober 1944 Duitse soldaten naar het huis aan de Kampsedijk om de knullen te arresteren. Met de bekende afloop.
De grafsteen van Kees kostte 25 gulden, een enorm bedrag in die tijd, en werd door de inwoners van Enspijk aangeboden aan de familie.

 

Melkkan

De ouders van Dirk Jan Fun uit Buurmalsen waren landbouwer Dirk Jan Fun en Anthonia Verbeek. Ze trouwden in 1911 te Buurmalsen en woonden daar op de Groeneweg 35. Ze kregen samen vier kinderen, waarvan Dirk Jan de tweede was.
Deze Dirk Jan jr. was nog maar acht dagen getrouwd met Maria Bouman uit Enspijk en had een huisje gekocht of geërfd aan de Rijksstraatweg in zijn geboortedorp. Het verhaal gaat dat hij op 11 januari 1945 ’s middags op zijn fiets met een stok en melkkan op zijn schouder door de sneeuw reed op de Groeneweg, ter hoogte van ‘Keizershof’ in Buurmalsen. Een Duitse soldaat merkte hem op en schoot uit verveling op de melkkan. Die kogel(s) ketste(n) af en raakte Dirk Jan in zijn hals, waardoor hij al snel doodbloedde.
Naar verluidt kreeg de soldaat zo’n wroeging over zijn daad, dat hij zichzelf nog diezelfde avond van het leven beroofde bij de kerk in Buurmalsen. Bewijzen daarover zijn (nog) niet gevonden in de archieven. Zijn weduwe is kort na het drama weer verhuisd naar haar geboorteplaats Enspijk. Maria wordt vreemd genoeg niet genoemd op de grafsteen van haar man.

Bethesda
Gevaar uit de lucht kwam niet alleen van de kant van de geallieerden. De Duitsers vuurden V1’s en V2’s af, die vooral gericht waren op Engeland en Antwerpen. In Nederland zag men ze vaak overkomen. Maar soms begon er één vreemde geluiden te maken. Dat was een teken dat hij weldra zou neerstorten, maar waar?
In de polder bij Gellicum (toenmalige gemeente Beesd), stond heel afgelegen in het veld in het hoekje van de Heulweg-Koorngraaf één arbeidershuisje met enkele schuren er omheen. Daar woonde Arie de Bruin en zijn vrouw Leentje. Zij hadden samen vijf kinderen. De 70-jarige Evert de Bruin, een ongehuwde oom van Arie, woonde bij hen in. ’s Avonds op 4 februari 1945 kwam zo’n “Vergeltungswaffe” in een sloot naast hun huis terecht. Leentje zat op dat moment aardappelen te schillen en werd ernstig gewond, evenals Evert. Hun kinderen Tonnie en Nico zaten onder de keukentafel te spelen en bleven ongedeerd.
Evert de Bruin (foto C. Bronk)De toen 26-jarige Wim van Asch uit Gellicum weet het zich nog goed te herinneren: ,,Ik was met mijn ouders op de terugweg van een feestje toen we de V1 hoorden overkomen en ergens inslaan. De hele polder rondom Gellicum stond onder water i.v.m. de inundatie, alleen de wegen waren nog zichtbaar, de rest was één grote watervlakte. Niet lang na de inslag kwam Arie de Bruin lopend uit het veld bij ons thuis om hulp vragen. Ik ben toen met de boerenkar daar naartoe gereden. Ondertussen hadden reddingswerkers de zwaargewonde vrouw en Evert onder het puin weggehaald. Ik nam ze mee op mijn boerenkar en reed naar het noodhospitaal Bethesda in Mariënwaerdt te Beesd. Net voor we daar aankwamen, is Evert op de kar aan zijn verwondingen bezweken.
In het ziekenhuis hielp ik dokter Hocke Hoogenboom nog om de glassplinters uit de borst van Leentje te halen. Hij gaf mij weinig hoop over haar levenskansen. ‘Wacht nog even en je kunt twee lijken mee terug naar Gellicum nemen’, zei hij nog. Leentje lag lang in kritieke toestand, maar herstelde wonderbaarlijk genoeg en keerde na enkele weken weer huiswaarts. Ze kreeg na de oorlog nog twee kinderen, maar is de rest van haar leven invalide gebleven.”

De namen van deze oorlogsslachtoffers staan vermeld op het oorlogsmonument in Enspijk. “Zolang je naam genoemd wordt, leef je voort.”

Dit artikel verscheen eerder in Nieuwsblad Geldermalsen, op 28 april 2017.

Over de auteur:
Richard van de Velde uit Beusichem is naast leraar Nederlands verwoed amateurhistoricus. Hij heeft zich tot doel gesteld de geschiedenis van alle oorlogsslachtoffers in de West-Betuwe vast te leggen. Zo heeft hij de 134 namen onderzocht van oorlogsslachtoffers uit de huidige woonkernen van de gemeente Geldermalsen en vermeldt hij op zijn site oorlogsslachtofferswestbetuwe de droeve omstandigheden waaronder zij om het leven zijn gekomen. Wie nog over aanvullende informatie of foto’s beschikt, kan contact opnemen met Richard van de Velde via zijn website.

45 jaar De Rotonde in Enspijk

Het is een goede gewoonte om bij een jubileum even stil te staan en om je heen te kijken. Waar staan we nu, hoe zijn we hier gekomen en waar gaan we naar toe? Geert Boskaljon is sinds 1992 eigenaar van camping De Rotonde en heeft alle ontwikkelingen van dichtbij meegemaakt.

“Mijn vader was fruitteler in Deil. Eind jaren zestig merkte hij dat er veel belangstelling was voor kleine lapjes grond aan De Linge naast zijn boomgaard. Mensen kregen meer vrije tijd en hadden behoefte aan een mooi eigen plekje voor hun tent, caravan of boot. Recreatie was in opkomst. Toen er voor het fruitbedrijf van mijn ouders in het dorp Deil geen ruimte meer was en zij de kans kregen om Camping De Rotonde, de voetbalvelden en het oude zwembad te huren en later over te nemen van de gemeente Deil hebben ze dat gedaan.”

1963 entree camping
De entree van Camping De Rotonde in 1963, toen de gemeente Deil nog eigenaar was.

“Mijn ouders begonnen in 1972 met een terrein van 6 hectare. Als de opbrengsten het toelieten en de buren meewerkten, breidden we uit met stukjes van 2 à 3 hectare. In 1980 kwam het gedeelte erbij waar nu de velden Fregat en Galjoen liggen. Een forse uitbreiding, want dat betekende 132 extra plaatsen en daarmee kwam het totaal op ca. 500 plaatsen. De horeca werd te klein en er kwamen aparte gebouwtjes voor de horeca, winkel en receptie. Onze wens was natuurlijk om alle campingvoorzieningen onder één dak te hebben. Mensen ontmoeten elkaar dan gemakkelijker. Dat vonden we toen en vinden we nog steeds belangrijk: dat onze gasten volop nieuwe mensen kunnen ontmoeten. Daarom is in 2000 het Strandpaviljoen neergezet met receptie, winkel, kombuis, kompas en kajuit. Restaurant en camping werden nu echt aparte bedrijven. In 2006 is het Koopvaardij-eiland aangelegd, een verdubbeling van het aantal plaatsen voor de toeristische kampeerders. In 2010 is Chaletveld Driemaster ontwikkeld. Maar ook de faciliteiten groeiden mee: er kwamen tennisbanen, een waterglijbaan en in 2008 het klimtoestel en waterspeeltoestel. In 2012 bouwden we een nieuw toiletgebouw op Koopvaardij-eiland en vorig jaar is de speeltuin bij het strandpaviljoen grondig vernieuwd en uitgebreid. Ook is vorig jaar fors geïnvesteerd in WiFi en dit jaar is het drinkwaterpompstation volledig vernieuwd.”

1963 zwembad rotonde
Zwembad De Rotonde in 1963

“In 1980 waren er op De Rotonde zo’n 500 kampeerplaatsen op 21 hectare. Inmiddels is het terrein 30 hectare groot, maar zijn er nog steeds 500 kampeerplaatsen. Het aantal kampeerplaatsen per hectare is dus behoorlijk gezakt, wat de kwaliteit van het terrein ten goede komt. Parkmanager Erik Wackers: ,,We hebben kavels in verschillende formaten en we merken nog steeds dat de grote kavels populair zijn. Op Fregat en Galjoen zijn in 1980 meteen ruimere kavels aangelegd. Op oudere velden maken we soms, als dat mogelijk is, van vier bestaande kavels drie nieuwe. Zo zijn Geert en ik continu aan het puzzelen op het terrein om het optimaal in te delen, ruimte te creëren, beplanting te veranderen en zo kwaliteit toe te voegen. We blijven continu verbeteren en investeren om meer ruimte, meer water en meer speelveldjes verspreid op het terrein te ontwikkelen.”
“Er is veel vraag naar plaatsen aan de waterkant. Daarom hebben we deze winter op Driemaster meer waterplaatsen gecreëerd. De tuinen van de landchalets grenzen overigens niet direct aan het water, daar zit altijd een strook openbaar toegankelijke grond tussen. Dat is een bewuste keuze. Zo kunnen mensen een mooie wandeling over het park blijven maken en voorkomen we dat onze gasten zich helemaal terugtrekken in hun eigen ‘bubbel’. Ook de maximale hoogte van de beplanting (1,50 m) voorkomt dit en de afspraak dat de beplanting naar de voorkant open moet zijn. Je ziet, zelfs bij de inrichting van het terrein, speelt ontmoeten een belangrijk rol. En dat het werkt, zie ik als ik ’s avonds een rondje maak over het terrein. Mensen zoeken elkaar op, blijven even staan voor een praatje of gaan erbij zitten op een van de bankjes, wandelaars maken een praatje met vissers.”

Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen.

Fresco in Enspijk

De fresco van de Madonna met Kind – die op de zuidwand van het koor enigszins verscholen te bewonderen valt – staat tijdens Open Monumentendag centraal in de kerk van Enspijk. Deze muurschildering dateert uit de eerste helft van de vijftiende eeuw.
Maria, de moeder van Jezus, is de patroonheilige van deze kerk.
Het kerkgebouw heeft van oorsprong een vaste band met Landgoed Marïenwaerdt. Baron Otto van Verschuer van het landgoed Mariënwaerdt is twee jaar geleden vanuit deze kerk naar zijn laatste rustplaats gebracht.

Foto’s: Ab Donker

Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat er in Enspijk al rond het begin van de jaartelling bewoning was. Er zijn resten gevonden uit de late ijzertijd en uit de vroeg-Romeinse tijd. Voor zover bekend dateren de eerste mededelingen over Enspijkse kerk uit 1129. In dat jaar stichtte gravin Alveradis de Premonstratenzer abdij Mariënweerd, waarbij zij het klooster goederen schonk onder andere uit Enspijk. Vervolgens wordt in 1456 ene Henricus van Mirle, conventuaal van Mariënweerd, als pastoor van “Eynspyck” genoemd.
Na de Reformatie, in de tweede helft van de 16e eeuw, behoorden de kerk van Enspijk en die van Deil tot één kerkelijke gemeente. Volgens een lijst van namen van predikanten in het kerkarchief komt de eerste predikant in Enspijk in 1625. In het verslag uit 1796 staat dat in dat jaar de klok uit de toren viel en deze opnieuw gegoten moest worden. Deze klok hangt er nu nog en draagt het randschrift in Romeinse letters: “Henricus Petit anno 1796”.
Gedurende de Franse periode was in 1807 een wet uitgevaardigd die inhield dat het niet langer was toegestaan om in de kerk te begraven. In 1822 krijgt het oude kerkhof een opknapbeurt door het verven van het hek en graven van een sloot. In 1842 werden de muren rondom dit kerkhof gezet. Het baar- of knekelhuisje is echter pas in 1873 gebouwd. Aan de noordkant bevindt zich een gewelfde grafkelder. Deze is afgesloten. Maar bij het leggen van de nieuwe tegelvloer is de plaats van de kelder herkenbaar gebleven in het patroon van deze vloer.

In 1918 is de granieten vloer onder de preekstoel vervaardigd. Voor die tijd bestond de kerkvloer voor het grootste deel uit al dan niet geschilderde houten vloerdelen en betegeling. In 1925 kreeg het gebouw elektriciteit en werden de kaarsen vervangen door lampen. in 1974 ontstond grote schade na blikseminslag, een aanleiding om in 1978 een complete renovatie te starten. In 2009 heeft de gemeente Geldermalsen de toren onder handen genomen.

Kijk hier voor meer informatie over de geschiedenis van deze kerk.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van Nieuwsblad Geldermalsen op 5 augustus 2016.

Monumentaal

De gemeente Geldermalsen is rijk aan monumenten. Molens, kerken, boerderijen en woningen, maar ook schuren, stallen en pompen. De gemeente heeft 136 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister. Hierbij spant Beesd de kroon, met maar liefst 56 monumenten. Op 10 en 11 september 2016 is het de landelijke Open Monumentendag. Het thema is dit jaar Iconen en Symbolen. Op zaterdag 10 september zijn in de gemeente diverse monumenten geopend en er is een fietsroute. Kijk hier voor het programma.
In samenwerking met het Nieuwsblad Geldermalsen en de gemeente Geldermalsen besteedt deze site aandacht aan de monumenten in onze gemeente, en aan de eigenaren, bewoners en gebruikers hiervan. Heeft u ook mooie monumentale verhalen? Laat het ons weten, liefst met foto’s erbij.

 

Varen met veren

In 1884 maakte een journalist een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. Zijn verslag is binnenkort op deze site te vinden.

Over de Linge waren in de tijd van de wandeling minder bruggen dan nu, maar er waren wel diverse voetveren, onder andere bij Tricht, Deil, Enspijk, Beesd, Rumpt en Rhenoy. De schrijver van de wandeling raadt ook aan om tweemaal het veer te nemen, om de kromming van de Linge af te snijden. In die tijd was het veer meestal een eenvoudige roeiboot. Vaak stond aan beide kanten een veerhuis. Daar konden reizigers even wachten, vaak met een drankje erbij. Daarom zijn er nu nog regelmatig horecagelegenheden in voormalige veerhuizen. Tegenwoordig is er in het seizoen, tussen april en oktober, nog een voet- en fietsveer actief tussen Enspijk en Mariënwaerdt.

04_Beesd_onb_Voetveer Linge_RT.jpg
Het veer bij Beesd. Jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer.

In veel dorpen langs de Linge zijn nog verwijzingen naar de veren, bijvoorbeeld in de straatnamen (Achter ‘t Veer). Ook bestaat het veerhuis in diverse plaatsen vaak nog.

Rhenoy_Linge_RS.jpg
Het Rhenoyse veer rond 1920. Verzameling Rutger Stappershoef.
Rhenoy_veer_HS_SDC13165.JPG
De huidige aanblik van de lek van het voormalige Rhenoyse veer. Foto: Helma Schouten, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Molen De Vlinder in Enspijk

Langs de Linge, tussen Deil en Enspijk, staat een opvallende witte molen. Tot 1913 was dit een wipkorenmolen, van beide plaatsen, vandaar dat hij aan de dijk tussen Deil en Enspijk in staat. In 1913 werd de molen door brand verwoest.

03_Enspijk_tab13b_Molen De Vlinder.jpg
Molen De Vlinder in 1931, nadat deze wederom was afgebrand. Verzameling Rochus Timmer.

De toenmalige molenaar G.J. de Heus liet een ronde stenen stellingkorenmolen bouwen, die de naam ‘De Haas’ kreeg. In maart 1931 brandde ook deze molen uit. De molen werd hersteld met onderdelen van onder andere de molen uit het stadje Heukelum, die toen gesloopt werd. In de Tweede Wereldoorlog had de molen ook een andere functie; er zat een luisterpost van het verzet in. De molen is verschillende malen gerestaureerd, de meest recente restauratie was in 2001/2002.

Enspijk_molen_IMG_5642.JPG
Korenmolen De Vlinder langs de Linge. Foto Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

De Linge

De Linge is de langste, geheel Nederlandse rivier, en stroomt 108 kilometer lang van Doornenburg tot Gorinchem. Grote delen van de Linge zijn niet begaanbaar voor gemotoriseerde schepen. Het stuk tussen Geldermalsen en Leerdam wordt gezien als het meest pittoreske deel; de fruitbomen maken de slingerende rivier nog mooier en er is weinig scheepvaart. Zowel op als rond het water is dit hierdoor het meest toeristische deel van de rivier. Vroeger stroomde er in het voorjaar vele liters water door de rivier, afkomstig uit Europese rivieren, waardoor het land langs de Linge regelmatig overstroomde. Het stuk tussen Zetten en Elst (Gelderland) is daarentegen weinig meer dan een kaarsrecht kanaal. Boven Zoelen is de Linge een ‘kunstmatige’ rivier, de inlaat bij Doornenburg (uit het Pannerdensch Kanaal) is gecontroleerd.

IMG_5634.JPG
Het landschap langs de Linge. Foto Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Enspijk in het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft een schitterende collectie. In de collectie staat de Nederlandse kunst en geschiedenis centraal en werken van een aantal van de grootste kunstenaars van de wereld zijn er te zien. Maar ook werken over of uit de dorpen in de gemeente Geldermalsen zijn er te vinden! In een serie van een aantal artikelen gaan we op zoek naar hetgeen er is te vinden per dorp (helaas was er voor Buurmalsen, Meteren en Rhenoy niets te vinden). In dit artikel staat Enspijk centraal.

Vier prenten geven Enspijk in de achttiende eeuw weer, drie met de kerk als voornaamste onderwerp en één met het kasteel te Enspijk.

De oudste prent, een tekening in pen en penseel, dateert uit 1728-1732 en is van de hand van Cornelis Pronk (1691-1759) en toont het kasteel of huis van Enspijk.

RP-T-1888-A-1683_Het kasteel te Enspijk, Gelderland, Cornelis Pronk, 1728 - 1732.jpg
Het kasteel te Enspijk, Gelderland, Cornelis Pronk, 1728 – 1732

Het tweede werk, een ets van Philippus van der Schley (1724-1817) naar een tekening van Jan de Beijer, toont Enspijk met rechts de kerk en op de voorgrond vrouwen die de was in de zon drogen. Datering valt ergens tussen 1734 en 1817.

RP-P-1904-4033_Gezicht op Enspijk, Philippus van der Schley, 1734 - 1817.jpg
Gezicht op Enspijk, Philippus van der Schley, 1734 – 1817

Klik hier voor meer informatie.

De volgende ets (datering 1762-1822) van Hermanus Petrus Schouten (1747-1822) is wederom een zicht op Enspijk met rechts de kerk en links een aantal boerderijen en een opvallende hooiberg.

RP-P-OB-59.070_Gezicht op Enspijk, Hermanus Petrus Schouten, 1762 - 1822.jpg
Gezicht op Enspijk, Hermanus Petrus Schouten, 1762 – 1822

Klik hier voor meer informatie.

De laatste prent, tekening in bruin met pen en penseel, is gemaakt door Pieter Jan van Liender (1747-1779). Deze tekening toont vrijwel hetzelfde beeld als bovenstaande ets. De positie in het veld is exact hetzelfde en dezelfde gebouwen worden getoond. Voornaamste verschil is de invulling met personen en het koetsje.

RP-T-1921-298_Enspijk bij Leerdam, Pieter Jan van Liender, 1763.jpg
Enspijk bij Leerdam, Pieter Jan van Liender, 1763

Klik hier voor meer informatie.

Zie ook:

BN’ers aan de Linge

De dorpen van Geldermalsen zijn nooit overbevolkt geweest met bekende Nederlanders. Tot de BN’ers die hier wél woonden of wonen, behoren Bonny St. Claire (Acquoy), Pistolen Paultje (Rumpt), Erik Pieters (Enspijk), Anton Geesink (Rumpt), Fred Emmer (Rhenoy), Abraham Kuyper (Beesd), presentatrice Audrey van der Jagt (Rumpt), de schilders Piet Mulder (Geldermalsen) en Jan van Anrooy (Rumpt/Tricht) en de vaste begeleider van Toon Hermans, Coen van Orsouw (Geldermalsen).

14. BN'er aan de Linge Bonnie_St__Claire 1981

International uit Enspijk

De bekendste voetballer die de gemeente Geldermalsen heeft voortgebracht, is Erik Pieters. De huidige speler van het Engelse Stoke City is afkomstig uit de Waalstraat in Enspijk. Tot en met de C-tjes speelde hij bij Rhelico. Hij werd al jong gescout door FC Utrecht en later ging hij naar PSV, waar hij international werd. Inmiddels heeft hij 17 interlands op zijn naam. Nog steeds levert iedere transfer van Pieters Rhelico geld op.

15. Erik Pieters