Categorie archief: Deil

Noodlot sloeg regelmatig toe in laatste half jaar oorlog

Het zal je maar overkomen… Het kon een spelend kind zijn, een zojuist getrouwde man, iemand die een deur wilde opendoen of een inwonende bejaarde man. In het laatste halfjaar van de oorlog sloeg het noodlot regelmatig toe en dat had grote impact op de dorpsgemeenschappen Deil, Enspijk, Gellicum en Buurmalsen.

Richard van de Velde

Vleeswagen
grafsteen van Alleke Formijn en zijn broer. Overlijdensjaar van Alleke staat fout vermeld.Albert “Alleke” Formijn uit Deil was de jongste uit het gezin van Johannes Formijn en Francina van Velthoven. Het gezin woonde daar op de Hooiweg. In de namiddag van 24 oktober 1944 liep het gezin Formijn hun erf op, omdat ze een geallieerde jachtbommenwerper hoorde overkomen. Ze zagen nog juist dat het toestel boven Geldermalsen een duikvlucht maakte en een beschieting uitvoerde. Wat zij toen nog niet wisten, was dat uitgerekend Alleke hierdoor om het leven zou komen. Deze 14-jarige knul zat op de ulo en was na schooltijd met zijn vriendje bij de Willem de Zwijgerweg in Geldermalsen aan het spelen, in de buurt bij een wagen geladen met kisten vlees. Die werd door de geallieerde piloten aangezien als een militair doel en bestookt. Ze hadden de spelende kinderen niet opgemerkt. Alleke vond direct de dood en zijn vriendje Wim Boudewijn raakte gewond, maar overleefde wonderwel.
De oorlog liet diepe sporen na voor het gezin Formijn: in februari 1940 was hun, in Rotterdam voor de mobilisatie opgeroepen, oudste zoon Jan op 24-jarige leeftijd overleden ten gevolge van een bloedvergiftiging.

Voordeur
De in het najaar van 1944 omgekomen Kees van der Heijden kwam uit Enspijk. Zijn ouders waren landman Jan Hendrik van der Heijden en Johanna Willemina Bouman. Zij trouwden in 1905 en kregen samen elf kinderen.

voordeur fam van der heijden
Het bewuste woonhuis van de familie Van der Heijden, met aan de linkerzijde de voordeur. (Foto: W. Vermeulen)

Over de mysterieuze dood van Kees doen twee verschillende verhalen de ronde: “Op veel plaatsen in Nederland waren Duitse soldaten ingekwartierd. In Enspijk waren daarvoor huizen en boerderijen gevorderd. Een legerkok en zijn personeel waren bij boer Merkens ondergebracht. In zijn schuur werden elke dag aardappelen geschild en groente klaargemaakt voor het avondeten van de soldaten. Enkele meisjes uit het dorp assisteerden daarbij. De Duitse chef-kok had een oogje op een dochter van de familie Van der Heijden van de Kampsedijk. Toen de Duitsers een keer feest vierden in de plaatselijke school en de kok te veel gedronken had, kreeg hij het idee om dit meisje van Van der Heijden op te halen. De familie was al naar bed, maar door het gebonk op de deur ging Kees, de broer van het meisje, naar beneden. Hoe het precies is gegaan weet niemand, misschien kwam hij niet snel genoeg, wellicht heeft hij de deur niet open willen doen of heeft hij geweigerd zijn zus met de Duitser mee te laten gaan. Hoe het ook zij: de dronken Duitser schoot dwars door de deur en Kees raakte daarbij levensgevaarlijk gewond. Hij werd meteen naar een ziekenhuis in Utrecht gebracht en is daar de volgende dag op 29 oktober 1944 aan zijn verwondingen overleden.”
grafsteen Kees van der Heijden in EnspijkDe andere lezing is dat twee broers van Kees, Jan en Johan, vanwege de Arbeitseinsatz in een wapenfabriek in Duitsland werkten. Zij namen op een zeker moment daar de benen en kwamen naar Enspijk terug en doken onder in hun ouderlijk huis. Een politieagent kwam daarachter en stuurde op 28 oktober 1944 Duitse soldaten naar het huis aan de Kampsedijk om de knullen te arresteren. Met de bekende afloop.
De grafsteen van Kees kostte 25 gulden, een enorm bedrag in die tijd, en werd door de inwoners van Enspijk aangeboden aan de familie.

 

Melkkan

De ouders van Dirk Jan Fun uit Buurmalsen waren landbouwer Dirk Jan Fun en Anthonia Verbeek. Ze trouwden in 1911 te Buurmalsen en woonden daar op de Groeneweg 35. Ze kregen samen vier kinderen, waarvan Dirk Jan de tweede was.
Deze Dirk Jan jr. was nog maar acht dagen getrouwd met Maria Bouman uit Enspijk en had een huisje gekocht of geërfd aan de Rijksstraatweg in zijn geboortedorp. Het verhaal gaat dat hij op 11 januari 1945 ’s middags op zijn fiets met een stok en melkkan op zijn schouder door de sneeuw reed op de Groeneweg, ter hoogte van ‘Keizershof’ in Buurmalsen. Een Duitse soldaat merkte hem op en schoot uit verveling op de melkkan. Die kogel(s) ketste(n) af en raakte Dirk Jan in zijn hals, waardoor hij al snel doodbloedde.
Naar verluidt kreeg de soldaat zo’n wroeging over zijn daad, dat hij zichzelf nog diezelfde avond van het leven beroofde bij de kerk in Buurmalsen. Bewijzen daarover zijn (nog) niet gevonden in de archieven. Zijn weduwe is kort na het drama weer verhuisd naar haar geboorteplaats Enspijk. Maria wordt vreemd genoeg niet genoemd op de grafsteen van haar man.

Bethesda
Gevaar uit de lucht kwam niet alleen van de kant van de geallieerden. De Duitsers vuurden V1’s en V2’s af, die vooral gericht waren op Engeland en Antwerpen. In Nederland zag men ze vaak overkomen. Maar soms begon er één vreemde geluiden te maken. Dat was een teken dat hij weldra zou neerstorten, maar waar?
In de polder bij Gellicum (toenmalige gemeente Beesd), stond heel afgelegen in het veld in het hoekje van de Heulweg-Koorngraaf één arbeidershuisje met enkele schuren er omheen. Daar woonde Arie de Bruin en zijn vrouw Leentje. Zij hadden samen vijf kinderen. De 70-jarige Evert de Bruin, een ongehuwde oom van Arie, woonde bij hen in. ’s Avonds op 4 februari 1945 kwam zo’n “Vergeltungswaffe” in een sloot naast hun huis terecht. Leentje zat op dat moment aardappelen te schillen en werd ernstig gewond, evenals Evert. Hun kinderen Tonnie en Nico zaten onder de keukentafel te spelen en bleven ongedeerd.
Evert de Bruin (foto C. Bronk)De toen 26-jarige Wim van Asch uit Gellicum weet het zich nog goed te herinneren: ,,Ik was met mijn ouders op de terugweg van een feestje toen we de V1 hoorden overkomen en ergens inslaan. De hele polder rondom Gellicum stond onder water i.v.m. de inundatie, alleen de wegen waren nog zichtbaar, de rest was één grote watervlakte. Niet lang na de inslag kwam Arie de Bruin lopend uit het veld bij ons thuis om hulp vragen. Ik ben toen met de boerenkar daar naartoe gereden. Ondertussen hadden reddingswerkers de zwaargewonde vrouw en Evert onder het puin weggehaald. Ik nam ze mee op mijn boerenkar en reed naar het noodhospitaal Bethesda in Mariënwaerdt te Beesd. Net voor we daar aankwamen, is Evert op de kar aan zijn verwondingen bezweken.
In het ziekenhuis hielp ik dokter Hocke Hoogenboom nog om de glassplinters uit de borst van Leentje te halen. Hij gaf mij weinig hoop over haar levenskansen. ‘Wacht nog even en je kunt twee lijken mee terug naar Gellicum nemen’, zei hij nog. Leentje lag lang in kritieke toestand, maar herstelde wonderbaarlijk genoeg en keerde na enkele weken weer huiswaarts. Ze kreeg na de oorlog nog twee kinderen, maar is de rest van haar leven invalide gebleven.”

De namen van deze oorlogsslachtoffers staan vermeld op het oorlogsmonument in Enspijk. “Zolang je naam genoemd wordt, leef je voort.”

Dit artikel verscheen eerder in Nieuwsblad Geldermalsen, op 28 april 2017.

Over de auteur:
Richard van de Velde uit Beusichem is naast leraar Nederlands verwoed amateurhistoricus. Hij heeft zich tot doel gesteld de geschiedenis van alle oorlogsslachtoffers in de West-Betuwe vast te leggen. Zo heeft hij de 134 namen onderzocht van oorlogsslachtoffers uit de huidige woonkernen van de gemeente Geldermalsen en vermeldt hij op zijn site oorlogsslachtofferswestbetuwe de droeve omstandigheden waaronder zij om het leven zijn gekomen. Wie nog over aanvullende informatie of foto’s beschikt, kan contact opnemen met Richard van de Velde via zijn website.

De kerk in Deil

De kerk in Deil is rond de twaalfde eeuw gesticht en de tufstenen toren dateert voor een belangrijk deel nog uit die tijd. Het oorspronkelijke kerkgebouw werd in Romaanse stijl gebouwd. Enkele eeuwen later, om en nabij 1640, is er een kerk ontstaan met meer de vorm van een basiliek. In het jaar 1843 is de huidige kerkzaal voltooid op de fundamenten van de vorige kerk. Het 15 meter lange koor aan de oostzijde kwam toen niet meer terug en de kerkvloer werd enkele meters opgehoogd om bij hoogwater als schuilplaats te kunnen dienen.
In de tijd van ridder Willem van Tuijl tot Bulckesteijn (rond 1500) was de katholieke eredienst nog in gebruik. Pas aan het begin van de reformatie is er met moeite afstand genomen van deze traditie.
De kerk is gewijd aan de Aartsengel Michael. Naast het hoofdaltaar waren er nog drie altaren. Die van de Lieve Vrouw, de Heilige Catharina en Sint Jan. Pas in 1615 hield predikant Ermertus Marsmanus sterk vast aan de reformatorische beginselen. In periode daarvoor is niet duidelijk welke belijdenis in de kerk in Deil werd aangehangen. De mededelingen aan de classis van de kerk uit het jaar 1596 vermeldt dat in de streek nog vele pastoors de leer van de Roomse kerk, inclusief mis, doopbediening en biecht in de praktijk brachten.

Deil_Kerk
Foto: P.J.Laurens, Wikipedia

De Deilse geschiedschrijver, dr. Rudolf Römer, en tevens predikant in Deil en Enspijk, vermeldt in de Gelderse Almanak van 1853 dat zij gehecht waren aan altaren, wijwater en beelden. Ook leefden de voorgangers vaak in concubinaat. Of dat in Deil het geval was, is niet bekend, maar in 1597 werden al gelden beschikbaar gesteld voor het pastoriehuis. Wie de eerste prediker is geweest, is ook niet helemaal zeker. Wel staat Ermertus Mersmanus als eerste vermeld op het predikantbord van Deil en Enspijk. Letterlijk valt te lezen dat Mersmanus ”op syn prive autoriteyt gecontracteert heeft om Enspieck nu en dan mede waer te neemen”.
Daarmee was het katholieke geloof sindsdien niet helemaal verdwenen. In een klassikale vergadering op 3 juli 1636 werd gemeld dat op Bulckesteijn en het Huis te Enspieck “soo notore afgoderij gepleegt wort”. Dat aan zulke zaken in Deil en Enspijk niet zo zwaar getild werd, mag blijken uit het sussende antwoord van de ambtman “dat het geïncrimineerde uit niet anders, dan Beenige oude reliquïen van muyren” bestond.
Wel zijn in die tijd al uiterlijke versieringen van het Katholieke geloof verwijderd en vervangen door borden en wapens van de plaatselijke heren en adel. Ook de harnassen hadden een plaats gevonden in de Deilse Kerk, zodat de sfeer geschapen was voor de verbeelding van exotische verhalen en voorstellingen.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van Nieuwsblad Geldermalsen op 7 augustus 2016.

Molen de Vlinder, een icoon in het landschap

Korenmolen de Vlinder, op de grens van Enspijk en Deil, staat op een plek waar al sinds 1650 een molen heeft gestaan. Door brand en stormen zijn eerder drie molens verwoest. Begin 18de eeuw was Gradus van Alphen er molenaar en de laatste beroepsmolenaar was molenaar Honk. De molens werden na de oorlog verdrongen door meelfabrieken en er was geen droog brood meer te verdienen door de molenaars. Van de ooit ongeveer 10.000 molens zijn er nu nog maar circa 1000 over.

In 1931 brak er brand uit in molen De Haas (Dat was de naam in 1931) en een molenmaker uit Asperen adviseerde molenaar De Heus om hem weer op te bouwen met onderdelen van een te slopen molen (Fikse uit Heukelum). Helaas werd het zo duur dat de familie De Heus de rekening niet kon betalen en vervolgens teleurgesteld is geëmigreerd naar Amerika. Enkele jaren geleden bezocht een nazaat van familie De Heus de molen en vertelde dat zijn opa zo vaak met verhalen kwam over hun molen dat hij hem ongezien zou kunnen tekenen.

Vanaf 1931 was Van de Capel de nieuwe eigenaar. Hij had de molen voor een zacht prijsje kunnen kopen en vanaf dat moment werd de molen verpacht aan molenaar Honk. Dat werd de laatste beroepsmolenaar van De Vlinder; ook hij kon het na de oorlog niet meer bolwerken en werd gedwongen te stoppen.

De molen en het huis raakten ernstig in verval. Burgemeester Kolff en notaris Docter richtten vervolgens de stichting op tot behoud van de Deilse korenmolen. Deze stichting is inmiddels opgegaan in de Molenstichting van het Geldersrivierengebied. Mede door hun inspanning, restauraties en ondersteuning van overheid en sponsoren ziet De Vlinder er nu prachtig uit.

De Vlinder

Vanaf 1970 is  er veel energie gestopt om de molens weer te laten draaien door vrijwilligers op te leiden tot molenaar. Die laten nu in hun vrije tijd de molens draaien en voeren onderhoudsklusjes uit. Zij ontvangen bezoekers, geven rondleidingen en vertellen verhalen over hun molen.

De eerst vrijwillig molenaar in 1974 was Andries van Berk (overleden). De huidige molenaar Cini van Steenis vertelt graag over molens in het algemeen en over De Vlinder in het bijzonder. Hij is al vrijwillig molenaar vanaf 1972. Als de Vlinder draait, is de bezoeker welkom. Dus niet alleen op Monumentendag.

Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen.

Een ‘wandeling’ van Geldermalsen naar Leerdam: wandel-, fiets- of autoroute anno nu

Fietsroute langs de Linge

Volg met de onderstaande route zélf de wandeling uit het artikel Een ‘wandeling’ van Geldermalsen naar Leerdam – in 1884. Deel 1: Geldermalsen, Deil, Mariënwaard, Beest en Een ‘wandeling’ van Geldermalsen naar Leerdam – in 1884. Deel 2: Rumpt, Renooi, Ackooi, Asperen, Leerdam op de fiets of de auto.

Fietsknooppunten

De route is gebaseerd op de fietsknooppunten. Dit zijn de vetgedrukte cijfers. Kijk ook op: www.falk.nl of bij de fietsroutes van de ANWB

Hoe werkt dat? Knooppuntroutes, oftewel fietsroutenetwerken, bestaan uit een groot aantal genummerde knooppunten. Tussen die knooppunten lopen in twee richtingen bewegwijzerde verbindingsroutes. Op de routebordjes tussen de knooppunten staan de rijrichting en het nummer van het knooppunt waarnaar u op weg bent. Op elk knooppunt staat een informatiepaneel met knooppuntnummer en een overzicht van het fietsroutenetwerk. Naast het informatiepaneel wordt op een apart bordje aangegeven naar welk ander knooppunt u kunt fietsen.

Er zijn enkele aanpassingen aangegeven voor de auto, en op sommige punten zijn ‘uitstapjes’ of keuzemogelijkheden aangegeven. De lengte van de basisroute (enkele reis Geldermalsen – Leerdam) is ca. 21 km.

Kaart wandeling_V3_def_highres.jpg
Klik op de kaart voor een grotere weergave

Hieronder wordt de route beschreven. De route is ook als printbaar PDF bestand te downloaden.

Startpunt:

De Deilse zijde van station Geldermalsen.

  • Ga de Deilse weg in richting Deil (met de rug naar het station is dit de weg die rechtdoor gaat)
  • Bij de eerste splitsing: volg 53 rechts richting Deil/Rijndeltaroute. Vanaf hier zijn de fietsknooppunten te volgen.
  • Blijf knooppunt 53
  • Autoaanpassing I, Enspijk:

Je rijdt via de Beemdstraat Enspijk binnen. Waar de fietsers nummer 53 volgen en rechtsaf gaan, ga je met de auto rechtdoor en vervolgt de Beemdstraat. Deze gaat over in de Molenkampstraat. Vervolgens:ga linksaf de Haarstraat in. Aan het einde rechtsaf op provinciale weg N327, viaduct over de A2. Ga de eerste rechtsaf, Kerkakkerweg richting Rumpt. Bij knooppunt 51 fietsroute vervolgen, linksaf richting 97.

  • Mogelijkheid voor uitstapje naar Mariënwaerdt, alleen voor fietsers: Neem vanaf knooppunt 53 de fietspont over de Linge richting knooppunt 54 (tussen april en oktober). Volg vanaf knooppunt 54 nummer 55. Ga dezelfde route terug om de oorspronkelijke fietsroute te volgen.
  • Volg vanaf knooppunt 53 nummer 52
  • Volg vanaf knooppunt 52 nummer 51
  • Volg vanaf knooppunt 51 nummer 97
  • Autoaanpassing II, Rumpt:

Volg, net voor Rumpt, linksaf de Polderdijk. Steek de Veerweg over en ga de Achterweg in. Houd rechts aan en ga de Middenstraat in. Ga de eerste rechts, Gellicumstraat. Ga de eerste links, Dorpsdijk. Volg knooppunt 97.

  • Mogelijkheid voor uitstapje naar Beesd, auto en fiets: Volg, net voor Rumpt, linksaf de Polderdijk. Ga aan het einde rechtsaf de Veerweg op, over de brug richting Beesd.

Vanaf hier zijn er twee mogelijke routes:

Mogelijkheid I, via Rhenoy en Acquoy:

  • Ga op de provinciale weg N327 rechts, richting Rhenoy en Acquoy, 81
  • Volg vanaf knooppunt 81 nummer 82
  • Een leuke ‘sluiproute’: ga na Rhenoy, vóór knooppunt 81 de eerste mogelijkheid links, via een voetgangerstunneltje de Lingedijk op richting Acquoy. Volg de Lingedijk. Dit wordt vanzelf weer de route richting knooppunt
  • Autoaanpassing III, Acquoy:
  • Ga op de provinciale weg N327 rechts, richting Rhenoy en Acquoy, 81
  • Volg de Nieuwesteeg. Ga rechtsaf de Lingedijk op. Rechts aanhouden, Pr. Beatrixstraat. Ga rechtsaf de Achterweg op. Vervolg de Kerkweg. Aan het einde linksaf richting nummer 82.
  • Volg vanaf knooppunt 82 nummer 99

Mogelijkheid II, via Gellicum:

  • Blijf knooppunt 97 volgen
  • Volg vanaf knooppunt 97 nummer 98
  • Volg vanaf knooppunt 98 nummer 99
  • Mogelijkheid voor uitstapje naar Fort Asperen: Volg vanaf knooppunt 99 nummer 82. Ga dezelfde route terug, naar knooppunt 99, om de oorspronkelijke fietsroute te volgen.

Vanaf knooppunt 99 komen de routes weer bij elkaar.

  • Volg vanaf knooppunt 99 nummer 49
  • Volg vanaf knooppunt 49 nummer 57
  • Volg vanaf knooppunt 57 een klein stukje nummer Aan het eind van de Kerkstraat linksaf de Vlietskant in. Deze uitrijden. Rechtdoor de Spoorstraat in. Voor de spoorwegovergang links naar station Leerdam; het eindpunt van de route.
  • Autoaanpassing IV:

Ga na de brug bij het kruispunt met de stoplichten naar rechts (Meent). Meteen weer rechts (Westwal) tot op de Kerkstraat. Volg dan de fietsroute.

Overige artikelen bij het artikel over de wandeling:

Mededelingen

 

Deze teksten van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman en Helma Schouten verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Een ‘wandeling’ van Geldermalsen naar Leerdam – in 1884. Deel 1: Geldermalsen, Deil, Mariënwaard, Beest

Inleiding

In ‘Het Nieuws van den Dag’ van 14 en 21 juli 1884 staat een verslag in twee delen van een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam langs de Linge. De auteur is niet bekend; uit de tekst blijkt dat hij een schrijver is die geïnteresseerd en kritisch naar de omgeving én naar de inwoners kijkt. Hij schrijft regelmatig in deze krant over zijn wandelingen en ritten door de natuur. Eerder dat jaar, op 23 juni, wordt een verslag afgedrukt van zijn rit per rijtuig van station Geldermalsen naar Buren.

In dit artikel wordt de tekst van zijn wandeling uit de kranten van 14 en 21 juli weergegeven. In een aantal aanvullende artikelen is informatie te vinden over diverse wetens- en bezienswaardigheden langs de route. De historische foto’s geven een sfeerimpressie van de omgeving waar de wandelaar ruim 130 jaar geleden heeft gelopen. De actuele foto’s laten zien wat de fietser, wandelaar of autorijder van tegenwoordig kan zien als je door dit, nog steeds mooie, stukje Nederland gaat.

Ook hebben we op deze site een kaart en een routebeschrijving voor een fiets- en autoroute opgenomen, gebaseerd op de fietsknooppunten. Op deze manier kunt u vandaag de dag eropuit trekken en kunt u zich onderdompelen in de geschiedenis van de gemeente Geldermalsen.

Hieronder het eerste deel van het verslag van de wandeling uit 1884.

Geldermalsen, Deil, Mariënwaard, Beest

01_Geldermalsen_begin 20e c_Weg naar Deil vanaf station_RT.jpg
De onverharde weg vanaf station Geldermalsen naar Deil. Foto uit begin twintigste eeuw.
Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.

Als men van Utrecht af komt sporen, en men is ongeveer halfweg tusschen Kuilenburg en Geldermalsen, dan ziet men schuin voor zich uit, aan de rechterhand (indien men ten minste vooruit rijdt), het hooge geboomte dat langs de Lingeoevers prijkt, vooral het bosch van het huis “Marïënwaard”, de voormalige aanzienlijke abdij. Weldra voert de spoorwegbrug van Tricht ons over de Linge, en de reiziger kan dus uit de hoogte een blik op de rivier werpen, die wij heden gedurende een groot gedeelte van haar loop volgen zullen.

01_Geldermalsen-Tricht_1902_veerstoep met vrachtschip.jpg
De veerstoep tussen Tricht en Geldermalsen in 1902. Verzameling Marco van der Schagt.

Vooral schilders mogen niet verzuimen het tochtje dat wij thans maken eens te doen; want zij vinden hier landschappen aan de bevallige kleine rivier, die zij zonder twijfel onmiddellijk op het doek kunnen brengen, en ten slotte kunnen zij een kabinet van schilderijen bezichtigen, dat stukken bevat van eenige der beste meesters uit onze Oud-Hollandsche school. Deze kunstverzameling bevindt zich te Leerdam en is voor iedereen toegankelijk.

Het gedeelte van de Linge dat wij volgen zullen biedt ongetwijfeld de schilderachtigste plekjes aan van haren geheelen loop, ten eerste omdat de rivier hier op menige plaats met boomgewas omzoomd is, vooral met grienden; ten tweede, omdat zij sterk kronkelt en haar talrijke bochten allerlei verrassende gezichtspunten opleveren; ten derde, omdat het vee langs den oever en hier en daar een schip op het water het reeds zoo bekoorlijke landschap op de bevalligste wijze stoffeeren.

Slechts éen ding valt er bij dezen tocht langs de Linge te betreuren: dat het pad, ‘twelk wij volgen moeten, de rivier niet overal vergezelt. Soms zijn wij genoodzaakt haar te verlaten, en moeten we een zonnigen, stoffigen, vlakken landweg inslaan, die niets oplevert wat men niet overal vindt –  weilanden links en weilanden rechts, met een kerktoren hier en daar, die de dorpen verraadt van de Tielerwaard aan de eene en het land van Kuilenburg aan de andere zij. Wij raden den wandelaar dus aan, dat hij overal zooveel mogelijk den loop van de Linge en dus de dijken volgt, en ook dat hij nu en dan van den dijk afgaat en door de boschies heendringt die den oever van den weg af onzichtbaar maken; hij zal dan punten ontdekken die nog maar zelden met het oog van den kenner en minnaar van natuurschoon aanschouwd zijn – want hier in de landstreek zelf wordt de zin voor natuurschoon, zooals trouwens bij zoo vele onzer plattelanders, zoo goed als ten eenenmale gemist. Het oog is daarvoor blind; de zin voor poëzie is afwezig; en indien dat niet zoo was, dan zou het nog aan geestdrift haperen om aan de opgewekte gewaarwordingen uiting te geven.

IMG_5634
Het landschap langs de Linge. Foto: Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Zie ook het artikel De Linge elders op deze site.

De wandeling, die wij heden voorstellen te doen, loopt van Geldermalsen naar Leerdam. Per spoor leggen wij dien afstand in vijf en twintig minuten af te voet doen wij het thans in vier en een half uur; waarbij wij voor pleisteren echter weinig of niets in rekening brengen. Wij nemen ook niet altijd den kortsten weg, maar wel, zoo wij ons vleien, den meest schilderachtigen.

01_Geldermalsen_1880_Oude stationsgebouw_WvdB
Het oorspronkelijke station van Geldermalsen, zoals het er stond van 1867 tot 1884. Verzameling Wim van den Bosch.

 

01_Geldermalsen_1900_Station vanaf Genteldijk_WvdB
Gezicht op het in 1884 gebouwde station van Geldermalsen gezien vanaf de Genteldijk. Verzameling Wim van den Bosch.
stationgeldermalsen_metbrug_IMG_2189
Het station anno 2012. Foto: Martine Eerelman-Hanselman.

Zie ook het artikel over station Geldermalsen
en het artikel over reizen via het spoor elders op deze site.

Wanneer we het station Geldermalsen uittreden, slaan we rechtsom; en aan het eind van den stationsweg gaan we nogmaals rechtsom, de rails over, den weg op naar het dorp Deil. Ook nu houden we weer rechts, en komen tegenover de Neder-Betuwsche Beetwortel-suikerfabriek, op den grooten landweg, die ons weldra langs den oever van de Linge voert.

01_Geldermalsen_onb_Suikerfabriek CSM_RT.jpg
De suikerfabriek van CSM in Geldermalsen, jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.

Het dorp Deil bereiken we binnen drie kwartier, en van hier komen we in anderhalf uur aan het Rumptsche veer waar men een goede herberg vindt. Van het Rumptsche veer gaan we, met overvaart aan het Renooische veer, in anderhalf uur naar Ackooi. Van hier naar Asperen in twintig minuten en verder naar Leerdam in een half uur.

Als men te ruim negen uur per trein in Geldermalsen aankomt, kan men aan het Rumptsche veer zijn ontbijt gebruiken en in Leerdam zijn middagmaal, dat men vooruit in het hotel Boereboom bestellen kan; en om kwart over zessen kan men weer in Geldermalsen terug zijn, na een schoone natuur en het penseel van Frans Hals, Terburgh enz. bewonderd te hebben. Wat wil men meer van een uitgaansdag ten platten lande!

02_Deil_onb_Gezicht op Deil_RT.jpg
Gezicht op Deil over de Linge, jaar onbekend. Collectie Rochus Timmer, thans RAR.

Als men de eerste huizen van het dorp Deil genaderd is, krijgt men reeds terstond een proeve van de eigenaardige’ verscheidenheid van voortbrengselen op de Geldersche kleigronden. Welige graanakkers, vruchtboomgaarden, groene weiden, een rivier met allerlei houtgewas langs den oever een fabriek die aan een product van den ruwen grond zijn suiker onttrekt, een andere fabriek in de nabijheid, die denzelfden grond tot metselsteenen verhakt, dat alles ziet men in een kort bestek bij elkander. En ook de schilderachtige punten, waarvan wij spraken, vindt men hier reeds spoedig. Men behoeft slechts van den dijk een paadje af te dalen, dat men ergens aan zijn rechterhand door een peppelenbosch ziet loopen, om te zien hoe bevallig Deil zich tegen den Lingezoom aanvlijt.

02_Deil_1898_Deil Oosteneind-Lingedijk_RT.jpg
Deil ter hoogte van Oosteneind-Lingedijk in 1898 met onder andere in de verte de kerk en Huis Bouwlust. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.
Deil_metkerk_IMG_5704.JPG
Gezicht op Deil anno 2012, met op de voorgrond Huis Bouwlust en op de achtergrond de kerk. Foto: Martine: Eerelman-Hanselman.

Aan gene zijde van de rivier ziet men het dorp Tricht liggen, welks kerktoren zulk een goed effect maakt, en verder kan men, als men voor het fraaie nieuwe huis Frissehestein gekomen is een eigenaardig panorama aanschouwen op de boomrijke weide van de overzijde.

02_Deil_onb_Huize Frissche-Steijn_RT - archief heeft beter
Huize Frissestein te Deil, jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.
Frissestein_Deil_IMG_5631
Huis Frissestein, thans Gasterij De Os en het Paard, anno 2012. Foto: Arthur Eerelman-Hanselman.

Zie ook het artikel over Huize Frissestein te Deil elders op deze site.

Ook ziet de opmerkzame beschouwer nu en dan de plaats waar eertijds een kasteel gestaan heeft. Deil moet zeven zulke kasteelen gehad hebben: Bakerbosch, Ringelestein, Vogelenburg, Reinestein, Schoonestein, Palmestein en Bulkestein.

Zie ook het artikel over de verdwenen kastelen in Deil elders op deze site.

Als eenig overblijfsel is van het laatste nog slecht een poort aanwezig met het gebeitelde wapen der van Tuyls, die eertijds bezitters van Bulkestein waren en in het begin van de zeventiende eeuw als zoodanig genoemd worden.

02_Deil_1830_Tekening poort Bulkestijn_RT.jpg
Tekening van de poort van huis Bulckestein uit 1830. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.

Men make zich echter van zeven zulke kasteelen in een kleinen kring geen verkeerde voorstelling, en verbeelde zich niet dat daar eenmaal zeven ridders woonden, wier zonen en dochters wederzijds op elkander verliefden, terwijl de ouders overhoop lagen en elkander bestreden of een verbond aangingen met den vorst der duisternis. Want evenmin als zeven hanen komen op éen erf, konden zeven heeren op éen dorp het samen vinden; en evenmin als alle edelen ridders waren, konden al de sterke huizen, wier voormalig bestaan thans nog hier en daar aan het terrein te herkennen is, kasteelen genoemd worden in de beteekenis die wij er gewoonlijk aan hechten. Op de wandelingen die wij reeds gemaakt hebben, hadden wij ook een aantal plaatsen kunnen aanwijzen waarvan men zegt, en waaraan, men ziet: hier heeft vroeger een kasteel gestaan. Het is evenwel duidelijk dat die kasteelen tot zeer verschillende tijdperken kunnen behoord hebben, en tevens dat velen hunner niet meer geweest zijn dan sterke huizen, welke bewoond werden door menschen, die wat te verliezen hadden, en die daarom hun woning met een gracht omringden, waarover een ophaalbrug lag, en die een voorpoort had indien die gracht op eenigen afstand van het huis lag. Gedurende vele eeuwen is het hier en elders ten platten lande zeer onveilig geweest, vooral in oorlogstijd, en de dorpsbewoners hadden dan dikwijls nog het meest te lijden van het eigen krijgsvolk, dat vaak vriend en vijand over dezelfde kam schoor, als het ging vrijbuiten en moeskoppen. Nog maar 70 jaren is het geleden, dat dergelijke dingen ten onzent plaats hadden, toen de Kozakken hier rondzwierven, waarvan wij reeds gesproken hebben, en toen menigeen het een voorrecht mocht achten als hij met zijn dukaten in een eenigszins versterkt huis voor een onverhoedschen aanval min of meer beveiligd was. Eenmaal was er een tijd, dat bijna elk dorp zijn heer en zijn kasteel had, waarbij ook wel eens splitsing en samentrekking plaats greep; doch in de 15e en 16e eeuw zijn die kasteelen grootendeels verdwenen of voor het minst van velerlei beroofd, en daarna zijn zij vervangen door talrijke riddermatige huizen of ridderhofsteden, waarvan soms nog slechts een flauwe herinnering of hier en daar een poort of gracht bestaat, omdat het nageslacht hunner bezitters sedert een eeuw ongeveer op buitenplaatsen is gaan wonen. De huizen, die den naam dragen van de plaats waar zij staan, zijn klaarblijkelijk de oudste en de oorspronkelijke kasteelen, zooals het huis Zoelen, Buren en Hemert, welke wellicht hun naam gegeven hebben aan de dorpen, die er naderhand omheen gebouwd zijn. Ook vindt men op sommige plaatsen een haag of haagje en een slot, wat mede op hoogen ouderdom wijst; doch uit de uitgangen burg en stein kan men meestal geen gevolgen trekken, daar zelfs nog heden ten dage menig vreedzaam burger zijn villa Leeuwenburg of Valkenstein noemt al is die ook opgetrokken op een gedempte sloot of een drassig stuk weiland van een buitensingel.

03_Enspijk_tab13b_Molen De Vlinder
Molen de Vlinder in 1931, nadat deze wederom was afgebrand. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.
Enspijk_molen_IMG_5642
Korenmolen De Vlinder langs de Linge. Foto: Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Wij willen dus niet altijd even veel gewicht hechten aan de verzekeringen, dat hier en daar kasteelen gestaan hebben, want daar worden er in deze schoone en vruchtbare streken van Gelderland velen genoemd, zelfs met een Faustsage er bij, – en wij vervolgen onzen tocht. Als men van Deil uit den dijk volgt, al is dit ook geen openbare weg, die voor het huis de Noorderhoek tusschen een lange rij vruchtboomen heenloopt, dan blijft men in de nabijheid van de Linge en komt na twintig minuten aan een korenmolen dien men, als men haast heeft, ook in veel korteren tijd langs den algemeenen weg, welke bij de kerk links afbuigt, bereiken kan.

Deil_Noordenhoek_IMG_5710.JPG
Huis Noorderhoek te Deil. Foto: Martine Eerelman-Hanselman.

Een bezoek aan de schilderachtige omgeving van den Deilschen molen, die op een eilandje nabij de Linge ligt, mag men niet verzuimen. Als men hem even voorbij is, doet zich van den dijk af een ongemeen fraai landschap voor: een gezicht op Beest. Recht voor zich uit, terwijl het oog den loop der rivier volgen kan, ziet men de beide kerktorens, de eene breed en stomp, de ander rank en spits, in elkanders nabijheid boven het groene griendhout uit zich plotseling vertoonen.

Beesd_2torens_IMG_5652
De twee kerktorens van Beesd, gezien vanaf de overzijde van de Linge. Foto: Arthur Eerelman-Hanselman.

Zie ook het artikel Breed en stomp – rank en spits, kerken in Beesd

Onmiddellijk aan de overzij van de Linge prijken de forsche eiken en beuken van het bosch van Mariënwaard, en links in de verte bespeurt men den hoogen toren van Bommel, als een eenzame wachter op de grens van een uitgestrekte groene vlakte. Belangrijke geschiedkundige herinneringen zijn verbonden aan het oord waar wij ons thans bevinden. Aan den overkant der rivier lag eenmaal het zeer vermaarde klooster, de abdij van Mariënwaard. Ten jare 1128 was zij gesticht door Herman Graaf van Cuyk, om den dood te zoenen van Graaf Floris I van Holland, die door Cuyk’s vader bij Neder-Hemert verraderlijk gedood was. Sedert verwierf de abdij, die door Premonstratenser monniken bewoond werd, zeer uitgebreide goederen, want zij bezat eenmaal achttienhonderd bunders land en buitendien nog allerlei tienden, tijnsen, bouwhoeven en renten. Haar abten stonden op kerkelijk en wereldlijk gebied in hoog aanzien en behoefden niet onder te doen voor de aanzienlijkste vrijheeren. Dat zulk een voorname stichting in de middeleeuwen ook een politieke rol vervulde, is licht te begrijpen, en die bemoeienis van de geestelijken met de staatkunde had dan ook, na een langen tijd van glorie, hun ondergang ten gevolge. Wij hebben reeds vermeld, dat de Bisschop van Utrecht zich in het begin van de 15de eeuw met Buren tegen Gelderland verbond en na den mislukten aanslag op Tiel een aantal kasteelen en kloosters verwoestte. Ook Mariënwaard moest het toen misgelden; het werd althans gedeeltelijk verbrand, en negen monniken werden in gevangenschap mede naar Utrecht genomen. Na het betalen van een hoog losgeld werden zij weder vrij gelaten. Zeventig jaar later werd het klooster prijs gegeven aan de woeste benden van Hertog Albrecht van Saksen; daarna kwam het onder voogdij van den heerschzuchtigen Karel van Gelder, en eindelijk bezweek het voor goed bij den staatkundigen en godsdienstigen ommekeer, die een gevolg was van de hervorming en van den opstand tegen Spanje.

Tegenwoordig staat op de plaats van de abdij, te midden van een bosch, het landhuis van de familie van Bylant, die een zeer groot gedeelte van de voormalige kloostergoederen tot haar bezittingen rekent.

Bij het vervolgen van onze wandeling blijven we den dijk houden, en laten we het dorp Enspik links liggen, zoodat het eerste dorp waar we aankomen Rumpt is, alwaar we aan bet veer een geschikt rustpunt vinden.

04_Beesd_onb_Voetveer Linge_RT
Het voetveer bij Beesd, jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.

Zie ook het artikel varen met veren elders op deze site.

Aangezien de Linge hier een sterke kromming maakt, kan men in, ongeveer denzelfden tijd hetzelfde doel bereiken door tweemaal over te varen, eerst aan het voetveer, waar het dorp Beest begint, en dan aan het Rumptsche veer, waar het dorp Beest eindigt.

04_Beesd_onb_Haven met schepen_RT-VERVANGEN.jpg
De haven bij Beesd, omstreeks 1910. Verzameling Paul van Mook.

Beest is een net dorp, stadsgewijze gebouwd, met een zeer lange hoofdstraat, die met een eindelooze dubbele rij lindeboomen beplant is. Hier en daar vindt men er lieve kijkjes op de Linge, en men heeft er een aangename wandeling rondom het bosch van Mariënwaard. Eenmaal had Beest ook zijn kasteelen; het Hooge Huis en het Slot zijn als zoodanig nog zeer goed te herkennen aan de hooge ligging van het terrein, en het huis Wolfswaard, dat langs wil den weg naar Mariënwaard lag, heeft nog in deze eeuw bestaan. Het dorp heeft een zeer breed aangelegden Gothischen kerktoren, die klaarblijkelijk onvoltooid gebleven is. Het is te begrijpen, dat men aan de naburige rijke abdij het bouwen van zulk een toren te danken heeft en tevens dat de bouw – die, zooals uit den stijl valt op te maken, waarschijnlijk in de 14de eeuw begonnen werd – gestaakt zal zijn in de woelige jaren van de 15de eeuw, toen Mariënwaard, omstreeks 1430 zijn glans en gezag begon te verliezen. De kerk werd in 1895 afgebroken en herbouwd en ziet er bijzonder smakeloos uit, tot groote ergernis van den ouden toren natuurlijk, die alweder als getuige kan optreden om te verklaren, dat men in de barbaarsche middeleeuwen veel meer zin voor bouwkunst had dan honderden jaren later. De kortelings voltooide Katholieke kerk van Beest maakt daarom een dubbel goed figuur; zij toont met vele harer zusteren aan, dat er althans in ons land kringen zijn, waarin de zin voor schoone bouwkunst weder begint te herleven.

04_Beesd_onb_RK kerk vanaf Linge_RT.jpg
De rooms-katholieke kerk van Beesd, vanaf de Linge bezien. Jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.

Het station Beest – dat natuurlijk aanleiding geeft tot dezelfde woordspelingen als het station Dieren – ligt bijna een half uur van bet dorp verwijderd; doch gelukkig maakt een omnibus die op alle treinen rijdt, den overtocht gemakkelijk.

04_Beesd_onb_Station met koets_RT.jpg
Het treinstation van Beesd met daarvoor een omnibus. Jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.

Wie van elders komt en niet wil wandelen en op zijn gemak een mooi stukje natuur zien, raden wij aan zich door dien omnibus bij het Rumptsche veer te laten afzetten, dan bij den veerman een poging te doen om een boot te verkrijgen, en de Linge op te varen tot den reeds genoemden Deilschen molen. Ook naar de andere zijde heen is voor een schetsboek menig dankbaar punt te vinden.

Het zal ons dus niet verwonderen, indien wij eerlang op onze schilderij-tentoonstellingen stukken aantreffen, die gezichten op de Beneden-Linge voorstellen.

Rumpt_Boutsetijnsewetering_IMG_5713
De onverharde weg vanaf station Geldermalsen naar Deil. Foto uit begin twintigste eeuw. Verzameling Rochus Timmer.
05_Rumpt_onb_Boutensteinse wetering_RT
De onverharde weg vanaf station Geldermalsen naar Deil. Foto uit begin twintigste eeuw. Verzameling Rochus Timmer, thans RAR.

 Mededelingen

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman en Helma Schouten verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

 

 

 

Het Nieuws van den Dag en vele andere kranten zijn gedigitaliseerd en te vinden op de website www.delpher.nl.

Overige artikelen bij het artikel over de wandeling:

 

 

 

 

 

 

Varen met veren

In 1884 maakte een journalist een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. Zijn verslag is binnenkort op deze site te vinden.

Over de Linge waren in de tijd van de wandeling minder bruggen dan nu, maar er waren wel diverse voetveren, onder andere bij Tricht, Deil, Enspijk, Beesd, Rumpt en Rhenoy. De schrijver van de wandeling raadt ook aan om tweemaal het veer te nemen, om de kromming van de Linge af te snijden. In die tijd was het veer meestal een eenvoudige roeiboot. Vaak stond aan beide kanten een veerhuis. Daar konden reizigers even wachten, vaak met een drankje erbij. Daarom zijn er nu nog regelmatig horecagelegenheden in voormalige veerhuizen. Tegenwoordig is er in het seizoen, tussen april en oktober, nog een voet- en fietsveer actief tussen Enspijk en Mariënwaerdt.

04_Beesd_onb_Voetveer Linge_RT.jpg
Het veer bij Beesd. Jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer.

In veel dorpen langs de Linge zijn nog verwijzingen naar de veren, bijvoorbeeld in de straatnamen (Achter ‘t Veer). Ook bestaat het veerhuis in diverse plaatsen vaak nog.

Rhenoy_Linge_RS.jpg
Het Rhenoyse veer rond 1920. Verzameling Rutger Stappershoef.
Rhenoy_veer_HS_SDC13165.JPG
De huidige aanblik van de lek van het voormalige Rhenoyse veer. Foto: Helma Schouten, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Verdwenen kastelen in Deil

In de negentiende eeuw wordt het bestaan van zeven kastelen in Deil vermeld, onder andere door de plaatselijke predikant Römer. De namen die er voor kastelen in Deil voorkomen zijn overigens meer dan zeven. Na onderzoek, op basis van de kaart uit 1713 met de ‘omgrachte’ percelen, blijven over: (van oost naar west): Bakerbos (1405) langs de Krugerstraat, Ringelenstein langs de Prins Willem-Alexanderstraat  (in 1466 zonder naam vermeld ‘als hoeve met hofstad’), Reinestein/Rijnestein (1388) langs de Prins Willem-Alexanderstraat, Vogelenburg dat aan de Prins Willem-Alexanderstraat bij de kerk ligt, Schorestein (1373 – ook vermeld als Gerestein en mogelijk als Schonestein) met Bulckesteijn (ca. 1430) en Palmestein (voor 1495). Behalve Vogelenburg worden ze allemaal vermeld in het leenregister van Gelre. Duivelshof is een verbastering van Duifhuishof, het duifhuis van vermoedelijk Reinestein. Overigens waren deze kastelen maar relatief  kleine verdedigbare en omgrachtte ‘huizen’ van steen. Bulckesteijn was verreweg de grootste. De namen van deze kastelen zijn nog in de huidige straatnamen in Deil terug te vinden.

02_Deil_1713_kaart Deil_HS_bewerkt.jpg
Inzet nummering: 1) Vogelenburg, 2) Bakerbosch, 3) Ringelestein, 4) Rijnestein, 5) Schorestein, 6) Palmesteyn, P) Pastorie. Verzameling Helma Schouten

Deze tekst van de hand van Helma Schouten verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Huis Frissestein te Deil

Frissestein wordt regelmatig genoemd als een van de zeven kastelen in Deil, maar op de kaart uit 1713 is duidelijk te zien dat dit geen kasteel was, maar een grote boerderij. De naam zelf komt pas sinds 1852 voor. De boerderij werd toen bewoond door de familie Verstegen. Het huidige huis is van 1880. Dit is gebouwd door de stichters van de steenfabriek in Tricht, die in 1872 aan overzijde van de Linge stond.

Frissestein is in 1929 verkocht aan de gemeente Deil om te dienen als gemeentehuis. Tegenwoordig is hier een restaurant gevestigd: De Os en het Paard. De naam van het restaurant komt voort uit het in 1818 toegekende gemeentewapen van Deil met een os en een paard; een combinatie van twee belangrijke families in Deil. Het paard  is van de door paardenhandel rijk geworden familie Verstegen, de os is van de familie Van Everdingen van landgoed De Noordenhoek, die daar nog steeds een veeteeltbedrijf heeft.

02_Deil_onb_Huize Frissche-Steijn_RT - archief heeft beter.jpg
Huize Frissestein te Deil, jaar onbekend. Verzameling Rochus Timmer.

Palmestein en Noordenhoek waren in 1668 in bezit van de familie Ten Ham. De familie kocht in 1706 ook nog kasteel Palmestein. De twee erfdochters Ten Ham trouwden een Van Everdingen en een Verstegen en de eigendommen werden gesplitst. Van Everdingen kreeg Noordenhoek en Palmestein werd eigendom van de familie Verstegen. In 1830 is Palmestein door Van Everdingen gekocht van de Verstegens, maar het werd drie jaar later al gesloopt wegens bouwvalligheid.

Frissestein_Deil_IMG_5631.JPG
Frissestein anno 2012, waar thans Gasterij De Os en het Paard is gevestigd. Foto: Martine Eerelman-Hanselman.
IMG_5709.JPG
Een restant van Palmesteyn te Deil; een hek van het landgoed. Foto: Martine Eerelman-Hanselman.
fragment kaart St Marie 1713 Palmestein eo .jpg
Detail van de tiendkaart van Deil, anno 1713. Links is Palmesteyn te zien. Verzameling Helma Schouten.

Deze tekst van de hand van Helma Schouten verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

De Linge

De Linge is de langste, geheel Nederlandse rivier, en stroomt 108 kilometer lang van Doornenburg tot Gorinchem. Grote delen van de Linge zijn niet begaanbaar voor gemotoriseerde schepen. Het stuk tussen Geldermalsen en Leerdam wordt gezien als het meest pittoreske deel; de fruitbomen maken de slingerende rivier nog mooier en er is weinig scheepvaart. Zowel op als rond het water is dit hierdoor het meest toeristische deel van de rivier. Vroeger stroomde er in het voorjaar vele liters water door de rivier, afkomstig uit Europese rivieren, waardoor het land langs de Linge regelmatig overstroomde. Het stuk tussen Zetten en Elst (Gelderland) is daarentegen weinig meer dan een kaarsrecht kanaal. Boven Zoelen is de Linge een ‘kunstmatige’ rivier, de inlaat bij Doornenburg (uit het Pannerdensch Kanaal) is gecontroleerd.

IMG_5634.JPG
Het landschap langs de Linge. Foto Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Deil in het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft een schitterende collectie. In de collectie staat de Nederlandse kunst en geschiedenis centraal en werken van een aantal van de grootste kunstenaars van de wereld zijn er te zien. Maar ook werken over of uit de dorpen in de gemeente Geldermalsen zijn er te vinden! In een serie van een aantal artikelen gaan we op zoek naar hetgeen er is te vinden per dorp (helaas was er voor Buurmalsen, Meteren en Rhenoy niets te vinden). In dit artikel staat Deil centraal.

Er zijn drie prenten over Deil te vinden, waarvan twee met afbeelding. Helaas heeft de tekening Het dorp Deil van Jan de Beijer uit 1750 nog geen afbeelding online.

De tekening, in pen en penseel in grijs, van het kasteel Bul(c)kestein bij Deil van Cornelis Pronk (1691-1759) uit 1728 is er wel te zien.

RP-T-1888-A-1678_Het kasteel Bulkestein bij Deil, Gelderland, Cornelis Pronk, 1728 - 1732.jpg
Het kasteel Bul(c)kestein bij Deil, Gelderland, Cornelis Pronk, 1728 – 1732

Klik hier voor meer informatie.

De andere prent, een ets, van Hermanus Petrus Schouten (1747-1822) is een gezicht op Deil (op de tekening geschreven als Dyl) vanaf de overkant van de Linge, op de voorgrond rechts enkele bootjes en hengelaars.

RP-P-OB-59.069_Gezicht op Deil, Hermanus Petrus Schouten, 1762 - 1822.jpg
Gezicht op Deil, Hermanus Petrus Schouten, 1762 – 1822

Klik hier voor meer informatie.

Zie ook: