Categorie archief: Buurmalsen

Buurmalsen in de Beeldbank van het NIMH

Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) heeft twee foto’s online met Buurmalsen als trefwoord. Het betreft foto’s van een Fokker C.I die op 4 oktober 1934 een noodlanding maakte bij dit dorp. De piloot was sergeant C. Sipkes  en aspirant reserveofficier ll.vl. D. Bakker.

Het NIMH geeft bij deze foto de volgende informatie:

Het NIMH geeft bij deze foto de volgende informatie:

De Fokker C.I werd tijdens de Eerste Wereldoorlog (in 1918) door Anthony Fokker in Duitsland ontwikkeld voor de Duitse luchtmacht, maar werd daar door het einde van de oorlog niet meer in gebruik genomen. Het toestel werd later in Nederland wel in gebruik genomen en ook geleverd aan een aantal andere landen. Het toestel werd in Nederland in 1936 uit dienst worden genomen.

Zie ook:

Acquoy in de Beeldbank van het NIMH
Asperen in de Beeldbank van het NIMH
Beesd in de Beeldbank van het NIMH
Geldermalsen in de Beeldbank van het NIMH
Gellicum in de Beeldbank van het NIMH
Herwijnen in de Beeldbank van het NIMH
Vuren in de Beeldbank van het NIMH
Waardenburg in de Beeldbank van het NIMH

Rubriek april Terugblikken

Deze culturele foto’s komen uit de collectie van het Regionaal Archief Rivierenland. Ze zijn ook vertoond tijdens de Historische Avond in Le Mélangeur op 31 maart.

RAR_taptoe_1983

Op de eerste foto zijn jonge muzikanten te zien tijdens de taptoe in Geldermalsen, waarschijnlijk in 1983. Wie zijn zij? En wat speelden zij?

RAR_buurmalsen_1983

Op deze foto is een kunstexpositie te zien in Buurmalsen, ook in 1983. Waar en wanneer was dit, wie exposeerden hier en wie herkent zichzelf of een bekende op deze foto?

Reacties
Op deze rubriek kregen we al veel reacties, via de mail en Facebook. Onder andere deze uitgebreide reactie van Aafke Bronts, leerkracht van De Malsenburg, op de foto met de expositie: “De kunstexpositie in Buurmalsen is de tentoonstelling van het Mini-Corso op de Malsenburg. Na het fruitcorso in Tiel werd er ieder jaar een mini-corso gehouden. De leerlingen maakten een ontwerp n.a.v een bepaald onderwerp. Dit ontwerp werd over gezet op een groter stuk bord karton. Geverfd en beplakt met zaden.De hoogste leerjaren maakten vaak een gezamenlijk 3 dimensionaal werkstuk. Ooit is een mini corso werkstuk naar de balk van Stuif es in gestuurd en uitgekozen.
Tegenwoordig wordt er nog steeds om de twee jaar een Mini corso op de Malsenburg gehouden. Er worden dan ontwerpen door de kinderen gemaakt naar aanleiding van het Thema van de Kinderboekenweek. Het laatste Mini Corso was in oktober 2016 dus de volgende is in oktober 2018.
Ik herken een aantal kinderen, ik was toen al werkzaam op de Malsenburg. De grote jongen rechts is Andre Timmer. De volwassen vrouw is Bep Huijgen met haar dochter Jolanda op de arm. Het blonde meisje met de midden scheiding is Bea Huijgen. De jongen met de donkere haren en de midden scheiding is Theo Jansen.”

Over de muziekfoto lazen we: Dit is showkorps Prinses Marijke. Liesbeth Kool staat op de foto, Maria Van Meegdenburg met trompet, Marian Verweij slagwerk en Richard de Haar slagwerk.

De Linge

De Linge is de langste, geheel Nederlandse rivier, en stroomt 108 kilometer lang van Doornenburg tot Gorinchem. Grote delen van de Linge zijn niet begaanbaar voor gemotoriseerde schepen. Het stuk tussen Geldermalsen en Leerdam wordt gezien als het meest pittoreske deel; de fruitbomen maken de slingerende rivier nog mooier en er is weinig scheepvaart. Zowel op als rond het water is dit hierdoor het meest toeristische deel van de rivier. Vroeger stroomde er in het voorjaar vele liters water door de rivier, afkomstig uit Europese rivieren, waardoor het land langs de Linge regelmatig overstroomde. Het stuk tussen Zetten en Elst (Gelderland) is daarentegen weinig meer dan een kaarsrecht kanaal. Boven Zoelen is de Linge een ‘kunstmatige’ rivier, de inlaat bij Doornenburg (uit het Pannerdensch Kanaal) is gecontroleerd.

IMG_5634.JPG
Het landschap langs de Linge. Foto Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Buurmalsen… niet in het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft een schitterende collectie. In de serie ‘In het Rijksmuseum…‘ vond ik mooie werken over of uit de dorpen in de gemeente Geldermalsen. Later zag ik ook  nog een werk met het kasteel Gellicum in Museum Albertina in Wenen. Helaas was er voor Buurmalsen, Meteren en Rhenoy niets te vinden. Maar onlangs trof ik een mooie prent van Jan de Beijer aan, met een ‘gezicht in…’, jawel, Buurmalsen!

De eerlijkheid gebied te zeggen dat deze prent van Jan de Beijer eigenlijk niet helemaal in deze serie past, omdat het werk niet te vinden is in het Rijksmuseum. Maar ik wilde u dit werk toch niet onthouden.

office-lens-20160207-102636.jpg.jpeg
Jan de Beijer, Gezicht in Buurmalsen, jaar onbekend, collectie onbekend. Bron: drs. H. Romers, J. de Beijer, Achttiende eeuwse gezichten van steden, dorpen en huizen. Deel 1. Gelderland en Overijssel.

 

 

De Begrafenisvereniging Buurmalsen-Tricht

Op 10 mei 2008 was het precies 70 jaar geleden dat de Begrafenisvereniging Buurmalsen-Tricht werd opgericht. Nu kun je als begrafenisvereniging moeilijk een feestje houden. Er werd dan ook door het toenmalige bestuur niet al te uitgebreid stilgestaan bij het jubileum. Toch wilde de Dorpskrant Tricht aandacht besteden aan de geschiedenis van één van de oudste verenigingen van het dorp Tricht. Daarvoor sprak de redactie met Jan van de Koppel, voorzitter van het bestuur van de Begrafenisvereniging, en ging met hem in terug naar de jaren van voor de Tweede Wereldoorlog ( Jan van de Koppel overleed op 10 februari 2011 op 82 jarige leeftijd).

Ritueel van de aanspreker en dragers

Begrafenissen hadden in die tijd in Tricht een heel eigen ritueel. De luiken van het sterfhuis waren gesloten, en ook de twee naastgelegen huizen hadden een luik dicht aan de kant van het sterfhuis. In zowel Buurmalsen als Tricht was er een ‘aanspreker’. Deze ging in het dorp de deuren langs om iedereen op de hoogte te stellen van een overlijden. ,,Dan hadden ze een papiertje in de hoed, kwamen aan de deur en lazen dan het briefje voor met wie er overleden was en gingen naar de volgende deur,’’ vertelt Jan van de Koppel, huidig voorzitter het bestuur van de begrafenisvereniging. ,,Dat is nu verleden tijd, al komt het nog sporadisch voor dat bij de naaste buren van een overledene nog de rouwkaart wordt afgegeven.’’ Het kostte aardig wat tijd om het hele dorp zo af te gaan. Wilde je dat het ook in het buitengebied gebeurde dan moest je extra betalen. Het werd wel oogluikend toegestaan dat dit op de fiets gebeurde, al hadden sommige mensen daar wel commentaar op. Bij een begrafenis werd je geholpen door buren. Was er een vrijgezel overleden dan waren de dragers van de kist ook vrijgezellen, betrof het een gehuwd iemand dan waren de dragers gehuwden. Zij kwamen zoveel mogelijk uit de buurt en kregen na afloop een borreltje en een sigaar. De overledenen werden te voet naar de begraafplaats gebracht, een hele klus voor de dragers. Slechts een enkele keer werd er van een boerenwagen gebruik gemaakt. Bij het dragen van de kist moesten de dragers er ook voor zorgen allemaal in dezelfde pas te lopen. Op de begraafplaats moest men de kist met touwen in het graf laten zakken. Dat moest wel netjes gelijk gebeuren want anders zakte de kist scheef.

Initiatief

,,Het initiatief voor de oprichting van de begrafenisonderneming is uitgegaan van de heer H.W. Schreij. Hij was overwegwachter en ergerde zich als er begrafenissen waren. De dragers, meest buren van de overledene, liepen er allemaal anders en in zijn ogen vaak slordig gekleed bij. Schreij had eerder ergens anders gewoond en daar gezien dat het ook op een andere en nettere manier kon, dat er verenigingen waren die dit konden organiseren. Hij ging eens praten met een aantal mensen, er verscheen een stukje in de krant (de Gecombineerde). Uiteindelijk kwamen er een aantal mensen bij elkaar en werd er gesproken over de oprichting van een vereniging. Dat had nogal wat voeten in aarde want er was enige onenigheid tussen de dorpen Buurmalsen en Tricht. Zo wilde ieder dorp een eigen aanspreker houden, maar ook eigen dragers hebben. Er moesten uiteindelijk dan ook twaalf uniformen komen voor de dragers, zes in ieder dorp. En een lijkkoets.

Advertenties

Op 10 mei 1938 werd in zaal de Harmonie aan de Kerkstraat in Tricht de begrafenisvereniging officieel opgericht. Veel informatie uit de begintijd is verloren gegaan omdat de notulenboeken zijn kwijtgeraakt met de stormramp in juni 1967. Wel bekend is dat J. de Ridder de eerste voorzitter was, J. Verhoef secretaris en initiatiefnemer Schreij penningmeester. De aansprekers bleven zoals voorheen voor Buurmalsen W.D. van Eck en voor Tricht T.W. Hol (deze laatste woonde op de sluis op de grens van Tricht met Buurmalsen). ,,In die tijd was iedereen eigenlijk een klein beetje boer. In het blad ‘de boerderij’ mocht je toen één keer per jaar een gratis advertentie zetten. De oprichters van de vereniging gingen dan ook de boeren af en vroegen aan de een of die een advertentie voor een lijkkoets wilde zetten, een ander voor tuig, etc.’’ Zo werd in stukjes alles bij elkaar gekocht wat nodig was om begrafenissen te verzorgen. De aangeschafte koets werd opgeknapt bij de Trichtse schilder Kouw. De Trichtse huisarts dr. A.M.M. van de Willigen leende de vereniging maar liefst 500 gulden voor de aankoop van de lijkkoets. Tevens werd voor de stalling van de lijkkoets de noodslachtplaats aan de Groeneweg gekocht (later werd dit brandweergarage en nog later gemeentewerkplaats, in 2008 in gebruik door een schildersbedrijf).

Koets en paarden

Om de koets te trekken waren twee zwarte paarden nodig die tijdens de begrafenis een zwart dek kregen. Ook als er iemand in het ziekenhuis overleden was werd deze met de koets opgehaald, dan werd er een paard gebruikt. Tot de oorlog liep de gemeenteveldwachter voorop een begrafenis stoet, met witte handschoenen aan. ,,De eerste koetsier was de opa van Wim Beverloo, van de Middelweg, ‘’ weet Van de Koppel te vertellen. ,,Die had een zwart paard. Het andere paard was van de vader van Wim de Weerd. Wim, ook van de Middelweg, is nu al veertig jaar bij de vereniging. Hij is nu uitvaartleider maar is begonnen in 1967 als drager. Zijn eerste begrafenis was op 10 juni, met de net nieuwe predikant van Tricht dominee van Toorn.’’ De dominee had het goed gedaan, werd toen gezegd. Waarop de dominee zei dat dit een begrafenis was van een man van in de negentig: ,,Dat gaat nog wel.’’ Niet wetende dat ruim twee weken later op diezelfde begraafplaats aan de Lingedijk de begrafenissen van de dodelijke slachtoffers van de windhoos zouden plaatsvinden.

Dragers

Eind dertiger jaren werd het steeds moeilijker om dragers te vinden. ,,De economie trok aan na de crisisjaren maar mensen gingen meer buiten het dorp werken want hier was geen werk. De meeste dragers in de begintijd van de begrafenisonderneming waren dan ook mensen die een klein bedrijfje hadden of bij een boer werkten en voor een begrafenis twee uurtjes vrij namen. Nu zijn het hoofdzakelijk gepensioneerden die het doen. Ook wordt er steeds vaker door familieleden van de overledene gedragen. Het is een ander ritueel geworden.’’
In 1960 was het gedaan met de paarden. Toen werd van ondernemer W.M.F. Broekhuizen uit Buurmalsen een lijkauto gehuurd. Tegenwoordig heeft de begrafenisvereniging een contract met Jan Hol uit Geldermalsen die zowel de auto’s als chauffeurs regelt. Op dit moment zijn er zeven dragers, afkomstig uit beide dorpen en een uit Geldermalsen. ,,Om nieuwe dragers te vinden moet je veel vragen in het dorp, maar als ze er eenmaal bij zijn blijven ze erbij.’’ Soms is het echt een ‘familieberoep’, overgedragen van overgrootvader, op grootvader, vader en zoon. ,,Tegenwoordig dragen we ook wel eens bij begrafenissen van andere begrafenisondernemers. We helpen elkaar.’’

Geen winstbejag

In de statuten van de vereniging staat het doel omschreven bij de oprichting: ‘De vereniging heeft tot doel door onderlinge samenwerking te bevorderen dat het stoffelijk overschot van de mens geen voorwerp van winstbejag wordt. Zij tracht dit te bereiken door zelf uitvaarten te verzorgen, door ter-beschikking-stelling van materiaal en personeel voor het verrichten van uitvaarten en met andere verenigingen van gelijkgeaard doel samen te werken en door andere wettige middelen, welke aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.’ ,,Ook nu nog is het doel van de vereniging om een verzorgde begrafenis te doen, een beetje uniform, voor redelijke kosten en de opzet is ook dat als er wat winst gemaakt werd we die ten goede te laten komen aan de leden.’’ Het huidige lidmaatschap bedraagt 25 euro per jaar voor een gezin en voor kinderen boven de 18 jaar 12,50 euro per jaar. Uiteraard kan hier geen begrafenis van betaald worden. ,,Men krijgt nu een tegemoetkoming in de kosten van de lijkauto en een eerste volgwagen. Helaas worden mensen niet meer zo snel lid. Maar, ook niet leden kunnen ons als plaatselijke vereniging inschakelen, ook als men lid is van een grote landelijke uitvaartorganisatie. Wat voor verzekeringen men in het verleden allemaal heeft afgesloten en misschien vergeten, bij een overlijden komt dat wel tevoorschijn. Zo overleed zo’n 15 jaar geleden een vrijgezelle man. Toen alles achter de rug was kwamen alle polissen boven water, waaronder een verzekering die door zijn moeder was betaald. Uiteindelijk bleef er nog 10 gulden over.’’

Bestaansrecht

Volgens van de Koppel heeft zijn vereniging na 70 jaar nog steeds bestaansrecht. ,,Je ziet wel dat het oude Tricht vergrijst, en juist daar hebben we onze leden. Onze leden zijn meest de oudere Trichtenaren en hun kinderen. Sommigen hebben al helemaal vast laten leggen hoe ze hun begrafenis geregeld willen hebben. Als vereniging hebben we nu gemiddeld zo’n anderhalve begrafenis per maand en tot op heden kunnen wij goed aan onze financiële verplichtingen voldoen.’’Wim de Weerd is al geruime tijd de ‘aanspreker’ voor zowel Tricht als Buurmalsen, tegenwoordig noemt men dit uitvaartleider. De nabestaanden bepalen in overleg met hem hoe de begrafenis geregeld wordt. De vereniging kan alles verzorgen, tegen een aanvaardbare prijs en helemaal naar wens van de nabestaande. ,,We zijn een plaatselijke vereniging maar leden kunnen na verhuizing ook lid blijven. We maken gebruik van de opbaargelegenheid in de kerken van Tricht en Buurmalsen en de aula’s in Geldermalsen, Tiel, Beusichem en Culemborg. Thuis opbaren, iets dat steeds vaker gebeurd, is mits er geschikte ruimte is, ook mogelijk. Een begrafenis kan ook weer met koets en paarden, zoals vroeger. Dat hebben we al een aantal keren geregeld.’’

Bestuursleden in 2008 waren D.J. van de Koppel (voorzitter), L.H. Hak (secretaris/administrateur), H. Zondag, F. Hol, A. Huijgen en A. Verbeek. Uitvaartleider W. de Weerd.

Van graansilo tot woonwijk

De skyline van Geldermalsen gezien, vanaf Buurmalsen, werd tot 2009 mede bepaald door de grote silo van Rijnvallei. Dit coöperatieve bedrijf in onder meer diervoeders heette vroeger de Betuco. Destijds voeren de schepen over de Linge tot aan de loswal bij de Betuco, waar zij aanmeerden om onder meer granen te lossen. In 2009 werd de grote silo gesloopt, een spectaculair gezicht! Over een aantal jaren moet hier de woonwijk Lingewaard verrijzen.

40. Rijnvallei gesloopt

Fenomeen uit Buurmalsen

Thomashuizen zijn een fenomeen dat binnen 10 jaar overal ingang heeft gevonden. De naamgever, Thomas van Putten,  woonde in de laatste jaren van zijn leven (hij overleed in 2006) in het Thomashuis aan de Rijksstraatweg in Buurmalsen. Thomashuizen bieden woonruimte aan 8 volwassenen met een verstandelijke beperking. Het huis wordt geleid door een vast (echt)paar. Het concept is bedacht door de vader van Thomas. Ook in Beesd aan de Voorstraat is een Thomashuis.
image