Categorie archief: Beesd

De Linge

De Linge is de langste, geheel Nederlandse rivier, en stroomt 108 kilometer lang van Doornenburg tot Gorinchem. Grote delen van de Linge zijn niet begaanbaar voor gemotoriseerde schepen. Het stuk tussen Geldermalsen en Leerdam wordt gezien als het meest pittoreske deel; de fruitbomen maken de slingerende rivier nog mooier en er is weinig scheepvaart. Zowel op als rond het water is dit hierdoor het meest toeristische deel van de rivier. Vroeger stroomde er in het voorjaar vele liters water door de rivier, afkomstig uit Europese rivieren, waardoor het land langs de Linge regelmatig overstroomde. Het stuk tussen Zetten en Elst (Gelderland) is daarentegen weinig meer dan een kaarsrecht kanaal. Boven Zoelen is de Linge een ‘kunstmatige’ rivier, de inlaat bij Doornenburg (uit het Pannerdensch Kanaal) is gecontroleerd.

IMG_5634.JPG
Het landschap langs de Linge. Foto Martine Eerelman-Hanselman, 2012.

Deze tekst van de hand van Martine Eerelman-Hanselman en Arthur Eerelman-Hanselman verscheen eerder in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe. Een wandeling van Geldermalsen naar Leerdam. 1884-2012, jaargang 40, jubileumnummer 2012.

Boekbespreking: Veldpost Sumatra

Office Lens 20160319-161413Op zaterdag 12 maart 2016 was er een boekpresentatie van Veldpost Sumatra, een bewerking van het dagboek dat Han de Haas (1926-2004) uit Beesd had bijgehouden van 5 januari 1947 tot en met 27 maart 1950. Een periode waarin hij was uitgezonden naar Sumatra, tijdens de politionele acties of anders gezegd, de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). In dit artikel wordt dit boek besproken en maken we kennis met de hoofdpersoon, Han de Haas en krijgen we een eerste inkijk in zijn boeiende dagboek.

Peter Penders, Veldpost Sumatra, 2016, Uitgeverij Elikser, Leeuwarden.
339 pagina’s, geïllustreerd, zwart-wit
Het boek is te bestellen via: webshop.elikser.nl/veldpost-sumatra,
€ 19,95, isbn: 9789089548399

Over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog zijn veel boeken en artikelen geschreven, bijvoorbeeld over de militaire acties en de politieke achtergronden. Dit boek geeft echter een unieke kijk achter de schermen; we stappen namen in het alledaagse leven van Han de Haas ter plekke. Han werd in 1926 geboren in Beesd. Hij werkte vanaf 1942 voor de PTT in Geldermalsen. In november 1946 begon zijn diensttijd. In juni 1947 kwam hij aan in Sumatra om op 7 april 1950 weer terug te keren in Beesd.

Han (na het lezen van zijn dagboek, heb ik het gevoel gekregen hem wel te mogen tutoyeren) hield nauwkeurig een dagboek bij, waarin hij schrijft over zijn doen (en laten), leven en denken. Het onderwerp en de invalshoek maken dit boek voor mij al lezenswaardig. Mooier wordt het nog als je er al snel achterkomt dat Han een intelligente man is, goed om zich heen kijkt en zich zelfstandig een mening vormt van hetgeen gebeurt. Bovendien schrijft hij vlot en boeiend en weet dit met de nodige (subtiele) humor op papier te krijgen. Dat alles gecombineerd met het feit dat de auteur, Peter Penders, het dagboek uitstekend heeft bewerkt, maakt dat ik zeer enthousiast ben over dit boek. Niet alles uit het dagboek is een op een overgenomen; sommige passages zijn achterwege gebleven en anderzijds zijn er stukken tekst toegevoegd om bepaalde gebeurtenissen beter te kunnen begrijpen. Het resultaat is een vlot leesbaar interessant boek.

20160312_133903_Peter Penders_auteur
Auteur Peter Penders vertelt tijdens de boekpresentatie in Beesd over Han de Haas (in De Notenboom). Foto: Arthur Eerelman-Hanselman.

Misschien is het aardig om eens kennis te maken met Han de Haas. Als voorproefje, want het lezen van het boek is – wat mij betreft – zeer aan te raden.

Op 3o mei 1947 gaat Han de Haas, aan boord van SS Johan de Witt, op weg naar (toen nog) Nederlands-Indië. Een dag later ontstaat het idee een dagboek bij te houden: ‘Ik peinsde er namelijk over om een dagboek te beginnen, maar is het niet veel gemakkelijker dat u mijn brieven bewaart en die als mijn dagboek beschouwt?’, zo schreef hij aan zijn ouders. Drie weken later kwam hij aan in Sabang, een eilandje noordelijk van Sumatra. ‘Het eiland is van een majesteuze schoonheid.’ ‘Een kinderen dat hier rondspringen. Ongelofelijk klein en mager!! We hebben ze laten eten, niet mooi meer. Aan je tafel tegen je kameraden schelden en de kinderen volstoppen. Zo zijn soldaten.’

Een paar dagen later komt hij aan in Medan. ‘In de stad en het kamp ben je volkomen veilig.’ ‘De bevolking is ons goed gezind.’ Maar ‘het eten, daar moet je aan wennen’ en het leven ter plaatse is duur. De kwaliteit van het voedsel wisselt sowieso nog al eens: ‘Het eten is op het ogenblik verdomd slecht, het varken bij ons thuis kan zoiets nog niet vreten’.

Han de
Soldaat Han de Haas, uit: Veldpost Sumatra.

Hij bezoekt ter plekke regelmatig kerkdiensten. Zelf protestants, bezoekt hij ook regelmatig andere kerkdiensten van andere geloofsstromingen.

Hij doet zijn best al snel andere talen te leren: ‘Ik ben druk Maleis aan het leren en begin al een beetje te stamelen. Engels leer ik ook doordat ik met Charlie Engels praat.’ Hij kijkt met een open geest naar zijn omgeving: ‘Ik weet bitter weinig van het werkelijke leven van dit volk. Jammer, want het is machtig interessant om daarin door te dringen.’ Ook volgt hij – met succes – een HBS opleiding in Indonesië.

En het leven in Medan bevalt best aardig: ‘Naar de bioscoop geweest en je kunt er doen wat je wilt. Roken, eten, praten en lachen, is allemaal heel gewoon. Het leven is hier lang niet zo bekrompen.’ Anderzijds treedt de verveling regelmatig op en zijn er allerlei gezondheidsproblemen die de kop opsteken.

Na een tijdje dringt het ook door dat er daadwerkelijk sprake is van een oorlog: ‘Medan is praktisch ingesloten door de TRI [het leger van de Republiek Indonesië]. […] Op het ogenblik wordt er bijna niet meer op voorbijkomende Nederlandse colonnes geschoten, dat was een maand of vijf geleden wel anders. Stoppen en terugschieten staat in zo’n geval gelijk met zelfmoord. […] Dus het parool is plat op je motor en gas open.’ Op 14 juli 1947 schrijft hij over militaire operaties die twee weken eerder waren begonnen: ‘Verschillende jongens zijn gesneuveld en dan word je wel fel.’

28-03-16 12 41 Office Lens
Eerste politionele actie.

De start van de ‘eerste politionele actie’, een poging van Nederland om Indonesië weer onder controle te krijgen, kreeg Han nauwelijks mee. Op 20 juli 1947 schreef hij: ‘We hebben er eigenlijk weinig van gemerkt. ’s Morgens vroeg begon de Nederlandse artillerie en werden vliegtuigen ingezet.’ In Medan, waar hij als chauffeur zat, was het verder rustig.

In het begin van zijn stationering is duidelijk dat Han er van overtuigd is aanwezig te zijn voor een goed doel. Steeds is hij zich ook bewust van het feit dat men in het moederland wellicht andere overtuigingen heeft: ‘Ik ben nieuwsgierig hoe de bevolking in Holland hiertegenover staat. Eén ding weet ik wel: dat ik geen spijt heb dat ik hier zit. Is toch niet te verantwoorden als je op een of andere slinkse manier uit Indië bent weggebleven.’

Ook beschrijft Han zelf de verandering van zijn eigen karakter en wereldvisie: ‘Geloof niet dat ik nog precies dezelfde van vroeger ben. Uiterlijk, ik bedoel in spreken en omgang, zijn we allemaal veel onverschilliger. Je vloekt meer. Volgens mij is dat een uitlaat.’ Bij collega’s ziet hij dingen ook regelmatig misgaan, qua geestelijke gezondheid, (seksueel) gedrag, oorlogsgeweld, et cetera. ‘Helaas zijn er gevallen die hun uitlaat zoeken in dingen… Enfin, daar hoef ik niet over te spreken.’ Ook het grote verschil met de wereld thuis komt naar boven: ‘Als ik haar [de moeder van Han] brieven lees krijg ik echt zo’n Beesds gevoel. Rustig en een beetje conservatief. Hier is alles zo héél anders. Je ziet overal de grootste tegenstellingen op allerlei gebied. Soms lijkt het me ongelofelijk dat in Beesd alles nog gewoon zijn gangetje gaat, terwijl toch de wereld op een vulkaan leeft die elk ogenblik… Zoiets zie je hier veel beter in, met name de dreiging van het communisme.’

Gaandeweg veranderd zijn visie op de wereld, maatschappij en geloof. ‘Hier krijg je een heel andere kijk op het leven. Of die goed is weet ik natuurlijk niet. We weten van bijvoorbeeld communisme en socialisme niet veel, maar volgens ons moesten alle systemen van staatsbestuur en wereldbeschouwing stranden op de ene voorname factor: egoïsme van de mens.’ ‘Zoals het er nu uitziet draait het op een oorlog tussen communisme en democratie (kapitalisme) uit. Dan moeten we tegen Rusland vechten, maar eerst wil ik precies weten wat we bevechten. Er wordt ons voorgehouden dat het communisme slecht is en dat alleen Rusland de schuldige is. Wat is de oorzaak van het communisme?’

Indonesië blijkt geen goed te doen voor de gezondheid van veel Nederlandse militairen. ‘U kunt zich niet voorstellen hoe gauw je hier wandluis hebt.’ En: ‘Wist u dat er onder de soldaten veel ringwormen, rodehond en meer ziekten voorkomen?’ Ook Han krijgt er allemaal last van gedurende de drie jaar in Indonesië. De gezondheid en de leefomstandigheden van de lokale bevolking zijn vaak ook erbarmelijk. ‘Je ziet mensen lopen zo broodmager dat je de koude rillingen over de rug lopen. Er zijn in dit gebied mensen omgekomen van de honger en ziektes.’

28-03-16 12 49 Office Lens

Behalve door de strijd komen ook erg veel militairen om het leven door ongelukken. ‘Er gebeuren meer ongelukken dan er door acties sneuvelen.’ Het slachtoffer aantal groeit gedurende 1947 snel. Op 2 oktober 1947 schrijft Han: ‘Er wordt niet op grote schaal gevochten, maar er gaat bijna geen dag voorbij of er is hier een militaire begrafenis.’

In het begin ziet Han weinig gevechtsactie, maar gaandeweg komt ook daar verandering in. De TRI saboteren veelvuldig de telefoonlijnen, waarop Nederlandse troepen, onder bewaking, die lijnen weer moesten repareren. Een gevaarlijk klusje, waar Han vaak bij betrokken was als chauffeur en/of bewaker. ‘Het blijft vervelend dat de telefoonverbinding tussen Medan en Siantar geregeld kapot is door sabotage. Wat is gemakkelijker voor zo’n vent dan een paar draadjes doorknippen van een kabel die 30 kilometer door bossen en plantages loopt, zonder dat er een weg in de buurt is.’

Verder werd er veelvuldig geoefend, maar de mannen moesten vaak zichzelf proberen te vermaken. ‘We hebben veel vrije tijd en het is net of we hier elke dag stommer en luier worden. Ten minste met mij is dat het geval.’

Ondanks alle ellende om zich heen, blijft hij steeds oog houden voor al het natuurschoon: ‘Ik heb nu het oerwoudleven van dichtbij gade kunnen slaan. Enorme apen die zich met verwonderlijk gemak van boom tot boom slingeren.[…] Ik kwam in een soort plant terecht die de eigenaardige gewoonte schijnt te hebben om iemand vast te houden. In een enorme kali: krokodillen.’

Han maakt ook regelmatig melding van oorlogsmisdrijven en – misdragingen van de strijdende partijen. ‘Vooral de Ambonezen maken korte metten, krijgsgevangen maken is bij hen onbekend. Ze maken alles was ze tegenkomen af en dat is aan de andere kant precies hetzelfde.’ En een paar maanden later in 1947: ‘[Nederlandse militairen] hebben daar een vijftigtal extremisten in een dessaschool overrompeld. Korte metten, er was er niet één levend uitgekomen. U zult zeggen of dit wel nodig was, konden ze die lui niet gevangennemen? Als u alles maar eens wist, dan praatte u wel anders.’

‘Hier in Indië zijn er maar twee mogelijkheden namelijk; óf je gaat lichamelijk en geestelijk ten onder, óf je gaat de goede kant op. De praktijk hier heeft bewezen dat als je eenmaal een keer verkeerd gaat, je verloren bent’, schrijft hij, en later: ‘die jongens waren dronken en bijna gek van opgekropte woede en verbittering. Er zijn er al genoeg stapelgek. Om over de  infanterie maar niet te praten. Dat moeten wel beesten worden na alles wat ze gezien en meegemaakt hebben.’

Tijdens de tweede politionele actie maakt Han ook weer de nodige militaire acties mee, maar zelf schoten lossen, doet hij niet vaak. ‘Het oprukken en bezetten van de steden was snel gebeurd, maar de grote schoonmaak van de bergen, bossen en afgelegen kampongs, dat is de moeilijkheid.’ ‘Er wordt hard gewerkt om het totaal ontwrichte economische leven op gang te brengen. […] Met voortvarendheid is het herstel van de wegen en waterleidingen ter hand genomen.’ Maar de twijfel over de rechtvaardigheid van de acties blijft: ‘maar denkt u zich eens in; een smadelijke terugtocht, de TRI weer de baas, alle werk voor niets, de kameraden dan zeer zeker voor niemendal gesneuveld. Nee, dat is ondenkbaar, absurd. Dan zouden de Nederlandse soldaten misschien terechte moordenaars genoemd kunnen worden’.

Het zou in de zomer van 1949 echter toch tot demobilisatie en repatriëring komen, een geleidelijk proces. Han denkt veel na over zijn toekomst in Nederland, of elders? Er is veelvuldig contact met de PTT in Geldermalsen, waar Han waarschijnlijk weer aan de slag kan.

28-03-16 12 52 Office Lens

‘In tien maanden tijd [zullen] de resterende 70.000 man naar huis gebracht […] worden’, schrijft Han op 9 november 1949. En: ‘wat komt er een hoop kijken voor zo’n terugtrekking. Maar er is geen Hollander of Europeaan, […]. die het riskeren om achter te blijven.’ De eenheid van Han wordt teruggetrokken op Medan, waar ze de ‘bloemetjes buitenzetten’, maar waar ook weer militaire oefeningen volgen. Begin maart 1950 wordt hij verscheept naar Batavia. Daar schepen ze op 12 maart in op de MS Goya, ‘een Noors emigrantenschip dat op de terugweg is van en reis naar Australië met emigranten.We liggen op echte matrassen en slopen.’

Han komt vervolgens op 7 april 1950 aan in Rotterdam, waarvandaan hij met de bus naar zijn ouderlijk huis werd gebracht. Daar wachtte een feestelijk onthaal, zo ongeveer heel Beesd was uitgelopen. Han keerde terug bij de PTT. Hij zou de rest van zijn werkzame leven aldaar blijven werken. Hij trouwde in mei 1957 en ‘uit het huwelijk werden drie kinderen geboren.’

Ten slotte, in het boek wordt een verhaal genoemd, dat Han van zijn collega’s herhaaldelijk moet vertellen, het verhaal van ‘de doodgraver van Beesd. U weet wel, over de schuur van doodkisten.’ Bij de boekpresentatie vertelde de auteur dat hij heeft proberen te achterhalen waar dit verhaal over gaat, maar helaas zonder succes. Heeft u een idee? Laat het ons weten.

Door: Arthur Eerelman-Hanselman

Grandia, soldaat in het leger van Alva

De achternaam Grandia klinkt in Beesd heel vertrouwd. Toch past zij duidelijk niet in het rijtje van echt Hollandse namen als Van Leeuwen, Van Gameren en Kroeze. De klank doet een Spaanse oorsprong vermoeden en dat klopt.

Wapen familie GrandiaFamiliewapen Grandia

We moeten hiervoor terug naar Geraldo Grandia, zoon van Sebastian Grandia, geboren rond 1550 en in 1580 in Brakel in de Bommelerwaard overleden.

Waarschijnlijk in 1572 is deze Geraldo naar Holland gekomen als soldaat in het Spaanse leger van de Hertog van Alva. Twee jaar later werd hij door dat leger bij Brakel gewond achter gelaten na een grote veldslag slag in de buurt van Slot Loevestein. Een lokale schoonheid (Maaijke) ontfermde zich over hem en in 1579 zijn zij in Brakel getrouwd. Geraldo besloot in deze buurt te blijven.

Lang heeft hun geluk niet geduurd. Niet lang nadat Geraldo zich bij de Geuzen had aangesloten, kwam hij tijdens een gevecht om het leven. Dat was in 1580, het jaar dat in Brakel zijn zoon Sebastiaen Geraerts werd geboren.

Deze Sebastiaen zorgde uiteindelijk voor een omvangrijk nageslacht, eerst vooral geconcentreerd in de Bommelerwaard. Dat was logisch gelet op de natuurlijke begrenzing door de grote rivieren. Later raakte de naam Grandia breder over ons land verspreid en in deze streek komen we haar vooral nog in Beesd en directe omgeving tegen.

De naam Grandia komt zowel in Spanje als in Italie voor, het meest in de Spaanse provincie Catalonië. Wellicht was hij afkomstig uit het ‘Grandiadorp’ Vallcebre, hoog in de Pyreneeën waar nog steeds Grandia’s wonen (huis Can Noi). Volgens plaatselijke Grandia’s zou de naam voor het eerst voorgekomen zijn rond de 14e eeuw en betrof het een familie van lijfwachten.

Het familiewapen is, voor zover bekend, voor het eerst gevoerd door Jielis Grandia uit Brakel in de jaren ’60 van de achttiende eeuw. Het wapen wordt vermeld in een artikel in het genealogische tijdschrift Gens Nostra, jaargang 29 nr. 3 (maart 1974). Hier wordt verwezen naar een registratie in het archief van de Gelderse Leenkamer, gedateerd 26 mei 1761.

Op het wapen zijn drie vissen te zien, waarschijnlijk zalmen. Op de Waal werd veel zalmvisserij bedreven en ook in het gemeentewapen van de voormalige gemeente Brakel kwamen twee zalmen voor. Het symbool op de onderste helft van het schild is het familiemerk, dat in een tijd dat een groot deel van de bevolking niet of nauwelijks kon lezen, gebruikt werd om allerlei roerende zaken van een eigendomsmerk te voorzien.

Co van Leeuwen

Beesd in het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft een schitterende collectie. In de collectie staat de Nederlandse kunst en geschiedenis centraal en werken van een aantal van de grootste kunstenaars van de wereld zijn er te zien. Maar ook werken over of uit de dorpen in de gemeente Geldermalsen zijn er te vinden! In een serie van een aantal artikelen gaan we op zoek naar hetgeen er is te vinden per dorp (helaas was er voor Buurmalsen, Meteren en Rhenoy niets te vinden). In dit artikel staat Beesd centraal.

Op het eerste gezicht lijkt Beesd goed vertegenwoordigd in het Rijksmuseum, maar van de twaalf etsen, blijkt een groot deel dubbel aanwezig, waardoor er drie unieke werken overblijven.

De eerste ets, van Willem Gruyter (Jr.) (1817-1880) naar een tekening van Mari ten Kate (1831-1910),  is maar liefst in tienvoud aanwezig. Het is een ets in aquatint, roulette en met droge naald van de overstroming bij Beesd in 1855. Op de achtergrond zijn de ondergelopen boerderijen en de kerktoren van Beesd zichtbaar.

De Nederlands-Hervormde St. Pieterskerk of Petruskerk heeft een opvallende onvoltooide toren. De onderbouw van de toren dateert van omstreeks 1500, de tweede geleding is waarschijnlijk vijftig jaar later gebouwd. De toren werd als vluchtplaats gebruikt wanneer de rivier de Linge buiten haar oevers trad. Dertig jaar voor deze ets werd gemaakt was het kerkgebouw gereed gekomen (1825). Deze verving de middeleeuwse hallenkerk.

Het kerkgebouw kwam omstreeks 1825 tot stand door ingrijpende verbouwingen van een middeleeuwse hallenkerk.

De kerk is in gebruik bij de Protestantse Gemeente Beesd. Zowel de toren als de kerk hebben de status van rijksmonument.

RP-P-OB-55.853_Overstroming bij Beesd, 1855, Willem Gruyter (Jr.), Mari ten Kate, 1832 - 1880.jpg
Overstroming bij Beesd, 1855, Willem Gruyter (Jr.), Mari ten Kate, 1832 – 1880

Klik hier voor meer informatie.

De volgende twee werken uit de periode 1727 – 1733 van de hand van Abraham Rademaker (1676/’77 – Haarlem, 21 januari 1735) betreffen het Huis Wolfswaard, ook bekend als Lage of Huys op den Wyel. Dit kasteel in Beesd werd aan het begin van de negentiende eeuw afgebroken. Arnt Pieck werd bij de bouw in 1442 met het huis op den Weyl beleend. Het huis bleef tot 1730 in de familie, waarna het overging op de familie Van Eck.

RP-P-OB-73.619_Gezicht op Huis Wolfswaard, Abraham Rademaker, Willem Barents, Antoni Schoonenburg, 1727 - 1733.jpg
Gezicht op Huis Wolfswaard, Abraham Rademaker, Willem Barents, Antoni Schoonenburg, 1727 – 1733
RP-P-OB-73.618_Huis Wolfswaard, Abraham Rademaker, Willem Barents, Antoni Schoonenburg, 1727 - 1733.jpg
Huis Wofswaard, Abraham Rademaker, Willem Barents, Antoni Schoonenburg, 1727-1733

Klik hier voor meer informatie en hier.

Bronnen, anders dan www.rijksmuseum.nl:

Zie ook:

“Meteor te Beesd neergestort”

Door Arthur Eerelman-Hanselman

Op vrijdagavondavond 26 augustus 1955 stortte bij Beesd een Gloster Meteor straaljager neer. De piloot, sergeant-majoor Van Baalen uit Leeuwarden, kwam daarbij om het leven.

Het toestel was afkomstig van vliegbasis Leeuwarden en vloog – samen met drie andere Meteors – een missie als onderdeel van de luchtmachtoefening Loco. Tijdens een onverwacht en hevig onweer werd het vliegtuig van Van Baalen geraakt door de bliksem. “Het toestel steigerde nog even en sprong daarna uit elkaar. De wrakstukken boorden zich op sommige plaatsen diep in de grond.”

Gloster 'Meteor' F.Mk.4 I-69 in Nationaal Militair Museum (foto:Arthur Eerelman-Hanselman).
Gloster ‘Meteor’ F.Mk.4 I-69 in Nationaal Militair Museum (foto:Arthur Eerelman-Hanselman).

Aan luchtmachtoefening Loco deden Nederlandse, Belgische, Amerikaanse en Britse toestellen mee, waaronder Gloster Meteors, North American F-86 Sabre’s en nachtjagers. De oefening vond plaats tussen 23 en 27 augustus 1955.

Gloster Meteor F8 op Aviodrome. Afbeelding van Flickr.com, onder Creative Commons licentie (https://creativecommons.org/licenses/by/2.0/), zie ook: https://goo.gl/4gEZhK.
Gloster Meteor F8 op Aviodrome. Afbeelding van Flickr.com, onder Creative Commons licentie (https://creativecommons.org/licenses/by/2.0/), zie ook: https://goo.gl/4gEZhK.

Vliegen met straaljagers was die dagen niet bepaald zonder risico’s. Bij dezelfde luchtmachtoefening, was eerder op de dag, om half acht ’s ochtends, een Belgische Gloster Meteor neergestort bij Eindhoven. Dit betrof een tweepersoons nachtjager; de piloot en waarnemer kwamen bij de crash om het leven. Dit toestel, een uur eerder opgestegen van de Belgische basis Bevekom, kwam terecht bij het dorpje Acht, langs de spoorlijn van Eindhoven naar ’s Hertogenbosch. “Toen de Gloster Meteor de grond raakte, explodeerde hij; honderden brokstukken vlogen in het rond.”  Daarbij raakte ook een meisje van zestien dat langs de spoorbaan fietste gewond, maar “haar toestand baart geen zorg”. Het vliegtuig vloog vanwege slecht zicht zeer laag en is zodoende waarschijnlijk neergestort.


Video op YouTube met beelden van de Gloster Meteor en ervaringen van uit de Centerline-serie “KLu in Koude Oorlog”.

Het Nederlandse toestel had registratienummer I-104 en was van het type Gloster Meteor F8. Het toestel was op 19 januari 1951 in dienst gekomen en de resten werden – na de crash op 26 augustus 1955 – op 30 augustus 1955 afgevoerd naar het Leeuwarden Depot.

De Gloster Meteor was de eerste operationele Britse straaljager. Het prototype maakte de eerste vlucht in 1943 en de toestellen kwamen vanaf 27 juli 1944 in dienst bij de Britse luchtmacht, waar ze ten strijde trokken tegen V1 vliegende bommen. Van 1948 tot 1959 was het toestel ook in gebruik bij de Nederlandse luchtmacht. De prestaties van het toestel waren, met een maximum snelheid van 960 km/u, voor die tijd uitzonderlijk. Een deel van de toestellen in Nederlandse en Belgische dienst werd onder licentie gebouwd door Fokker. Wereldwijd werden er bijna vierduizend Meteors gebouwd, Fokker bouwde er 330. Nederland kreeg ongeveer 260 vliegtuigen van dit type in gebruik.


Polygoonjournaal uit 1950. De Fokker-vliegtuigfabrieken zullen in licentie 300 Gloster Meteor straaljagers gaan bouwen. Van dit Engelse toestel zijn er 150 bedoeld voor de Belgische luchtmacht en 150 voor de Nederlandse. Oorspronkelijke bron: openbeelden.nl

De Meteor was notoir onbetrouwbaar; bijna de helft van de Nederlandse toestellen ging verloren door ongevallen. In Britse dienst gingen maar liefst 890 Meteors verloren, waarbij 450 vliegers om het leven kwamen.

Bronnen:

  • De Heerenveensche koerier_onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel, zaterdag 27 augustus 1955
  • Leeuwarder Courant, zaterdag 27 augustus 1955
  • Polygoon Journaal, 25 augustus 1955 (beeldengeluid.nl)
  • wikipedia.org
  • jonkerweb.net

BN’ers aan de Linge

De dorpen van Geldermalsen zijn nooit overbevolkt geweest met bekende Nederlanders. Tot de BN’ers die hier wél woonden of wonen, behoren Bonny St. Claire (Acquoy), Pistolen Paultje (Rumpt), Erik Pieters (Enspijk), Anton Geesink (Rumpt), Fred Emmer (Rhenoy), Abraham Kuyper (Beesd), presentatrice Audrey van der Jagt (Rumpt), de schilders Piet Mulder (Geldermalsen) en Jan van Anrooy (Rumpt/Tricht) en de vaste begeleider van Toon Hermans, Coen van Orsouw (Geldermalsen).

14. BN'er aan de Linge Bonnie_St__Claire 1981

De verzetsmolen

De molen aan de Molendijk in Beesd lijkt een doodgewone korenmolen, zoals er zoveel zijn in Nederland. Maar schijn bedriegt, want ze speelde een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog. Met de wieken werden namelijk seinen gegeven aan het verzet. Bovendien werd er ’s nachts stiekem meel gemalen voor de hongerige bevolking. Bij de restauratie in 1968 kreeg de molen als herinnering aan die tijd de naam ‘De Vrijheid’.

19. Molen van Beesd

Lusthof aan de Linge

Landelijk is het bekend van de jaarlijkse Landgoedfair in augustus, maar in de streek is Heerlijkheid Mariënwaerdt altijd al een begrip geweest. Dit landgoed aan de Linge bij Beesd is dan ook een lusthof voor de liefhebber van het oude Betuwse landschap. Op Mariënwaerdt bevinden zich liefst 40 Rijksmonumenten, waaronder veertien monumentale hofsteden en vele hooibergen en vloedschuren. En natuurlijk het parkbos met zijn enorme beuken.

38. Landgoed Marienwaardt Kasteel

De laatste rustplaats

De gemeente Geldermalsen kent tien algemene begraafplaatsen. In het dorp Geldermalsen zelf zijn er twee: de oude begraafplaats aan de D.J. van Wijkstraat en de grote begraafplaats aan de Lange Akker. Daarnaast zijn er tien “niet gemeentelijke” begraafplaatsen die worden beheerd door verschillende kerkbesturen. Het minst bekend zijn de twee oude joodse begraafplaatsen, in Geldermalsen (aan de Meersteeg) en aan de Parkweg in Beesd.

43. Begraafplaatsen

 

Klasse campings

Toerisme speelt een niet te onderschatten rol in Geldermalsen. Op de bloesem en later in het jaar op het fruit komen tienduizenden bezoekers af en ook het kanoën op de Linge is razendpopulair. Een constante factor in het toerisme in de streek vormen ook twee gerenommeerde campings: De Rotonde in Enspijk en Betuwestrand in Beesd. Beide zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot ware vrijetijdsparken en bieden de toerist dus nóg meer vertier.

image