Alle berichten door martineeh73

Rubriek april: sportieve terugblik

Het Regionaal Archief Rivierenland is weer in de collectie gedoken en heeft een aantal mooie foto’s uit 1983 gevonden die waarschijnlijk in het Nieuwsblad Geldermalsen hebben gestaan. Hier zijn geen beschrijvingen bij, dus alle informatie is welkom.

1983_animocteam-1Op deze foto poseert het C-team van korfbalvereniging Animo voor kennelijk een officieel moment. Wie weet wanneer dit geweest en is en wie herkent zichzelf of anderen op deze foto?

Reacties zijn van harte welkom via deze website, de mail: geschiedenisgeldermalsen@kpnmail.nl of onze Facebookpagina en worden gepubliceerd op de website GeschiedenisGeldermalsen.nl en doorgestuurd naar het archief. Bedankt alvast!

Vorige maand lieten we twee foto’s in deze rubriek zien: een officieel moment in zwembad ’t Wiel met de burgemeester en het CDA uit Geldermalsen tijdens een bijeenkomst op de veiling. Hierop kwamen geen reacties binnen. De foto’s staan nog op onze website; reacties zijn nog van harte welkom.

Terugblikken maart 2018

Het Regionaal Archief Rivierenland is weer in de collectie gedoken en heeft een aantal mooie foto’s uit 1983 gevonden die waarschijnlijk in het Nieuwsblad Geldermalsen hebben gestaan.

zwembad_1983_RAR

Een officieel moment in zwembad ’t Wiel. Wat gebeurt hier en wie zijn de mensen op de foto?

cda1983_RAR

CDA Geldermalsen kwam bijeen op de veiling, waarschijnlijk in Geldermalsen. Wie weet wie deze heren zijn?

Reacties zijn van harte welkom via de mail, deze website http://www.geschiedenisgeldermalsen.nl en Facebook.

Reacties februari

Op de foto van de gevelsteen vorige maand kwamen helaas niet heel veel reacties. Er was wel een goede suggestie dat het misschien geen gevelsteen was, maar een steen in een kerkvloer. Het is alleen nog niet bekend waar dat zou kunnen zijn. Suggesties blijven welkom.

Rubriek januari 2018

Strenge leraren

IMG_20180116_0001Dit keer hebben we een oudere foto, via de Historische Kring West-Betuwe. We denken dat de foto is gemaakt in Buurmalsen of Tricht, bij de kerk, maar dat is niet zeker. Er staat in ieder geval een schoolklas op met streng kijkende leraren. Wie herkent er iemand of de plek waar de foto gemaakt is? De Kring zou hier graag meer van weten. Reacties zijn van harte welkom via de mail: geschiedenisgeldermalsen@kpnmail.nl, via deze website of onze Facebookpagina.  Bedankt alvast!

Reacties rubriek november

De twee foto’s in november leverden heel veel reacties op. Er zijn in 1 week bijna 3700 mensen bereikt via Facebook. Ook via onze website en de mail kregen we veel reacties binnen. Er waren mensen die zichzelf herkenden, of familieleden, met mooie anekdotes.

De namen van de jonge muzikanten van Muziekvereniging Prinses Marijke zijn van links naar rechts: Wijnand van Stam, Monique van Dongen, Irma Schaap en Ria Klop. Een van de reacties: “Dit is tijdens de jaarlijkse uitvoering; ze werden gehuldigd voor hun lidmaatschap van de vereniging. Je kreeg om de 5 jaar een vereningingsspeld opgespeld. Deze droeg je aan de linker rever van je uniformjasje. Dit droeg je met grote trots…!” We kregen zelfs foto’s van deze speld opgestuurd, door Marjan Korevaar. Sommigen van deze muzikanten konden zich nog wel het moment van de foto herinneren, anderen niet.

fotospeld_muziek_IMG_2077

De mannen op de vogelfoto werden ook herkend, onder andere door iemand die zichzelf op de foto zag staan (Aart van Weelden): “Dat zijn een aantal winnaars van de onderlinge vogeltentoonstelling in 1982 van ‘De Kwieke Kwekers’ uit Meteren.” Van links naar rechts: Aart van Weelden, Wim van Gelderen, Henk Vogelzang, Dick van Soelen en Anton van Soelen. Er waren destijds drie vogelverenigingen in de gemeente Geldermalsen: Vogelvereniging Geldermalsen en omstreken, Vogelvereniging ‘De Gevleugelde Zangers’ in Deil en Vogelvereniging ‘De Kwieke Kwekers’ in Meteren. Waarvan ‘De Kwieke Kwekers’ nog bestaan, zij vierden in 2016 hun 50-jarig bestaan.

Bedankt voor alle reacties!

Kraagsteentje in de Centrumkerk

De huidige Centrumkerk of St. Suitbertuskerk in Geldermalsen is gebouwd in de 15de eeuw, als vervanger van een kleinere tufstenen kapel uit de 12de eeuw, waartegen aan de westzijde omstreeks 1250 een toren was gebouwd. Het koor van de oude kerk kwam waarschijnlijk niet verder dan de triomfboog van de huidige kerk.

20. CentrumkerkVoor deze triomfboog staat een doopvont van hardsteen, ‘Namens graniet’ uit omstreeks 1460. De doopvont was nog maar een goede honderd jaar oud toen de reformatie Geldermalsen bereikte. Of hier een Beeldenstorm heeft huisgehouden weet niemand, wel dat alles anders moest. Voor de reformatie stond de pastoor in het koor en stond of zat de gemeente met het gezicht naar het oosten. Vanaf de reformatie kerkte men met het gezicht naar het westen. Tegen de oostmuur van de toren kwam een preekstoel of kansel. Het ‘pontificale’ doopvont werd gedegradeerd tot voetstuk voor de brenger van het woord Gods.
Achter het koorhek bevindt zich een witmarmeren zerk. In 1684 lieten Jacob van Borssele van der Hooge, Heer van Geldermalsen, en Maria van Varick, dit grafteken maken, De restanten van de fundering van het Huis van Geldermalsen, waar zij woonden, liggen nog in het Zwarte Kamp, in de stationsbuurt. Van Borssele overleed op 19 augustus 1685, zijn vrouw in 1707. De overblijfselen van dit echtpaar zijn in 1791 overgebracht naar Parijs.

lamgods

In de kerk zijn in de zijbeuk, het schip en het koor zogenaamde kraagsteentjes aangebracht. Een kraagsteen is in een muur of kolom bevestigd en steekt daar uit. Het wordt gebruikt om een bovenliggend element van het bouwwerk te dragen: een boog, balk, kroonlijst of balkon. De kraagsteentjes geven voorstellingen uit de bijbel weer of hebben in onderling verband een symbolische betekenis.

Dit artikel is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen.

De kerk in Deil

De kerk in Deil is rond de twaalfde eeuw gesticht en de tufstenen toren dateert voor een belangrijk deel nog uit die tijd. Het oorspronkelijke kerkgebouw werd in Romaanse stijl gebouwd. Enkele eeuwen later, om en nabij 1640, is er een kerk ontstaan met meer de vorm van een basiliek. In het jaar 1843 is de huidige kerkzaal voltooid op de fundamenten van de vorige kerk. Het 15 meter lange koor aan de oostzijde kwam toen niet meer terug en de kerkvloer werd enkele meters opgehoogd om bij hoogwater als schuilplaats te kunnen dienen.
In de tijd van ridder Willem van Tuijl tot Bulckesteijn (rond 1500) was de katholieke eredienst nog in gebruik. Pas aan het begin van de reformatie is er met moeite afstand genomen van deze traditie.
De kerk is gewijd aan de Aartsengel Michael. Naast het hoofdaltaar waren er nog drie altaren. Die van de Lieve Vrouw, de Heilige Catharina en Sint Jan. Pas in 1615 hield predikant Ermertus Marsmanus sterk vast aan de reformatorische beginselen. In periode daarvoor is niet duidelijk welke belijdenis in de kerk in Deil werd aangehangen. De mededelingen aan de classis van de kerk uit het jaar 1596 vermeldt dat in de streek nog vele pastoors de leer van de Roomse kerk, inclusief mis, doopbediening en biecht in de praktijk brachten.

Deil_Kerk
Foto: P.J.Laurens, Wikipedia

De Deilse geschiedschrijver, dr. Rudolf Römer, en tevens predikant in Deil en Enspijk, vermeldt in de Gelderse Almanak van 1853 dat zij gehecht waren aan altaren, wijwater en beelden. Ook leefden de voorgangers vaak in concubinaat. Of dat in Deil het geval was, is niet bekend, maar in 1597 werden al gelden beschikbaar gesteld voor het pastoriehuis. Wie de eerste prediker is geweest, is ook niet helemaal zeker. Wel staat Ermertus Mersmanus als eerste vermeld op het predikantbord van Deil en Enspijk. Letterlijk valt te lezen dat Mersmanus ”op syn prive autoriteyt gecontracteert heeft om Enspieck nu en dan mede waer te neemen”.
Daarmee was het katholieke geloof sindsdien niet helemaal verdwenen. In een klassikale vergadering op 3 juli 1636 werd gemeld dat op Bulckesteijn en het Huis te Enspieck “soo notore afgoderij gepleegt wort”. Dat aan zulke zaken in Deil en Enspijk niet zo zwaar getild werd, mag blijken uit het sussende antwoord van de ambtman “dat het geïncrimineerde uit niet anders, dan Beenige oude reliquïen van muyren” bestond.
Wel zijn in die tijd al uiterlijke versieringen van het Katholieke geloof verwijderd en vervangen door borden en wapens van de plaatselijke heren en adel. Ook de harnassen hadden een plaats gevonden in de Deilse Kerk, zodat de sfeer geschapen was voor de verbeelding van exotische verhalen en voorstellingen.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van Nieuwsblad Geldermalsen op 7 augustus 2016.

Fresco in Enspijk

De fresco van de Madonna met Kind – die op de zuidwand van het koor enigszins verscholen te bewonderen valt – staat tijdens Open Monumentendag centraal in de kerk van Enspijk. Deze muurschildering dateert uit de eerste helft van de vijftiende eeuw.
Maria, de moeder van Jezus, is de patroonheilige van deze kerk.
Het kerkgebouw heeft van oorsprong een vaste band met Landgoed Marïenwaerdt. Baron Otto van Verschuer van het landgoed Mariënwaerdt is twee jaar geleden vanuit deze kerk naar zijn laatste rustplaats gebracht.

Foto’s: Ab Donker

Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat er in Enspijk al rond het begin van de jaartelling bewoning was. Er zijn resten gevonden uit de late ijzertijd en uit de vroeg-Romeinse tijd. Voor zover bekend dateren de eerste mededelingen over Enspijkse kerk uit 1129. In dat jaar stichtte gravin Alveradis de Premonstratenzer abdij Mariënweerd, waarbij zij het klooster goederen schonk onder andere uit Enspijk. Vervolgens wordt in 1456 ene Henricus van Mirle, conventuaal van Mariënweerd, als pastoor van “Eynspyck” genoemd.
Na de Reformatie, in de tweede helft van de 16e eeuw, behoorden de kerk van Enspijk en die van Deil tot één kerkelijke gemeente. Volgens een lijst van namen van predikanten in het kerkarchief komt de eerste predikant in Enspijk in 1625. In het verslag uit 1796 staat dat in dat jaar de klok uit de toren viel en deze opnieuw gegoten moest worden. Deze klok hangt er nu nog en draagt het randschrift in Romeinse letters: “Henricus Petit anno 1796”.
Gedurende de Franse periode was in 1807 een wet uitgevaardigd die inhield dat het niet langer was toegestaan om in de kerk te begraven. In 1822 krijgt het oude kerkhof een opknapbeurt door het verven van het hek en graven van een sloot. In 1842 werden de muren rondom dit kerkhof gezet. Het baar- of knekelhuisje is echter pas in 1873 gebouwd. Aan de noordkant bevindt zich een gewelfde grafkelder. Deze is afgesloten. Maar bij het leggen van de nieuwe tegelvloer is de plaats van de kelder herkenbaar gebleven in het patroon van deze vloer.

In 1918 is de granieten vloer onder de preekstoel vervaardigd. Voor die tijd bestond de kerkvloer voor het grootste deel uit al dan niet geschilderde houten vloerdelen en betegeling. In 1925 kreeg het gebouw elektriciteit en werden de kaarsen vervangen door lampen. in 1974 ontstond grote schade na blikseminslag, een aanleiding om in 1978 een complete renovatie te starten. In 2009 heeft de gemeente Geldermalsen de toren onder handen genomen.

Kijk hier voor meer informatie over de geschiedenis van deze kerk.

Dit artikel is eerder verschenen op de website van Nieuwsblad Geldermalsen op 5 augustus 2016.

Molen de Vrijheid

Sinds 2010 draait molen De Vrijheid aan de Molendijk in Beesd weer regelmatig en wordt er nu, maar zeker voor in de toekomst, volop biologisch meel gemalen. Elke zaterdag vanaf 10.00 uur opent molenaar Cees de Jong de deuren voor bezoekers die een kijkje willen nemen in de molen of een bezoekje komen brengen aan de winkel met een groot assortiment meelproducten speciaal voor pannenkoeken, cake, brood, taart en allerlei andere lekkere mogelijkheden. Verder heeft de molenwinkel ook een groot assortiment ambachtelijke streekproducten.

Molen_VrijheidBeesd_TonKorevaar
Foto: Ton Koorevaar, Molendatabase

De molen is eigendom van Heerlijkheid Mariënwaerdt en is altijd goed en vakkundig bijgehouden door de familie Van Beekhuizen. Sinds 2011 is de molen in beheer van molenaar Cees de Jong. Cees volgde de driejarige opleiding tot molenaar en oefent het molenaarsvak uit als hobby. Naast de molen in Beesd is ook molen ‘De Prins van Oranje’ in Buren in zijn beheer. “Beide molens zijn heel verschillend van elkaar, maar allebei zijn ze prachtig. Molens hebben altijd al mijn interesse gehad”, vertelt hij. “Daarnaast vind ik goede voeding heel belangrijk. Deze twee passies komen mooi samen in deze korenmolens. Ik wil mijn enthousiasme voor molens en mijn passie voor goed en eerlijk eten graag overbrengen op andere mensen.” Cees organiseert regelmatig activiteiten in en rondom molen ‘De Vrijheid voor schoolklassen en groepsuitjes, maar stelt de molen ook open tijdens Open Monumentendag, de Molendagen en bijvoorbeeld de avondvierdaagse van Beesd.
Daarnaast heeft de molen een belangrijke sociale functie in Beesd. Veel dorpelingen komen langs om een praatje te maken met de molenaar of met elkaar. “Als de molen draait, is hij open voor bezoekers. Het is hier dan net de zoete inval. Iedereen is welkom en ik heb altijd koffie en thee klaar staan.” Ook voor het ruime assortiment biologische molenproducten en streekproducten weten mensen de molen te vinden. Cees vertelt: “Sinds kort heb ik ook een webwinkel, zodat de producten vanuit het hele land te bestellen zijn. Handig voor mensen die niet in de buurt wonen , maar wel graag eens van onze producten willen genieten.”
Dit jaar is molen De Vrijheid ook vertegenwoordigd op de Landgoedfair van Landgoed Heerlijkheid Mariënwaerdt. Welke producten hij precies meeneemt, vertelt Cees nog niet. “Ik wil de mensen graag verrassen met bijzondere producten!”
Kijk voor meer informatie op de website van de molen.

Dit artikel is geschreven door Willemieke Steen en is eerder verschenen in Nieuwsblad Geldermalsen op 3 augustus 2016.

Monumentaal

De gemeente Geldermalsen is rijk aan monumenten. Molens, kerken, boerderijen en woningen, maar ook schuren, stallen en pompen. De gemeente heeft 136 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister. Hierbij spant Beesd de kroon, met maar liefst 56 monumenten. Op 10 en 11 september 2016 is het de landelijke Open Monumentendag. Het thema is dit jaar Iconen en Symbolen. Op zaterdag 10 september zijn in de gemeente diverse monumenten geopend en er is een fietsroute. Kijk hier voor het programma.
In samenwerking met het Nieuwsblad Geldermalsen en de gemeente Geldermalsen besteedt deze site aandacht aan de monumenten in onze gemeente, en aan de eigenaren, bewoners en gebruikers hiervan. Heeft u ook mooie monumentale verhalen? Laat het ons weten, liefst met foto’s erbij.

 

Meta uit Meteren

Een bijzondere vrouw uit de IJzertijd?

In het najaar van 2010 is tijdens een door ADC ArcheoProjecten uitgevoerde opgraving bij Meteren (gemeente Geldermalsen) een inhumatiegraf van een vrouw uit (vermoedelijk) de midden-ijzertijd aangetroffen.1
Deze vrouw, die van het opgravingsteam de naam Meta heeft meegekregen, was begraven met uitzonderlijke hoofdsieraden van bronzen ringen en barnstenen kralen, die bovendien zeer goed bewaard zijn gebleven. Het graf lijkt deel uit te hebben gemaakt van een relatief groot crematiegrafveld dat gelegen was op de oostelijke flank van de stroomgordel van Meteren. De opgraving vond plaats in De Plantage, een gebied ten oosten van de oude dorpskern van Meteren, waar intussen een nieuwe woonwijk is verrezen.

Het grafveld

Verspreid over de vindplaats zijn in totaal 47 crematiegraven en twee inhumatiegraven aan het licht gekomen (afbeelding 1). De crematiegraven bestonden zonder uitzondering uit losse crematienesten, zonder grafstructuur (kringgreppel of anderszins). Slechts in twee gevallen was er sprake van bijgaven van aardewerk. De crematies liggen redelijk verspreid, maar er zijn enkele clusters aan te wijzen. In de zuidwesthoek van de opgraving is een zeer slecht bewaard gebleven inhumatie aangetroffen: de schedel ontbrak en het skelet was grotendeels vergaan omdat de flank van de stroomrug binnen de vindplaats sterk oploopt in westelijke richting, waardoor dit skelet direct onder de bouwvoor in zandige grond lag. Dit in tegenstelling tot de tweede inhumatie, Meta, welke oostelijker lag en daardoor op een dieper niveau in de klei is gevonden. Hierdoor waren zowel het bot als de sieraden nog in zeer goede staat. Dit inhumatiegraf ligt min of meer centraal binnen het opgegraven deel van het grafveld. Het vermoeden bestaat echter dat het grafveld oorspronkelijk groter is geweest en dat het in westelijke richting door heeft gelopen. Hier liggen nu de Rijksstraatweg en de eerste huizen van Meteren.

Afbeelding 1: de ligging van de gevonden graven in Meteren
Afbeelding 1: de ligging van de gevonden graven in Meteren

Meta

Allereerst moet worden gezegd dat de vondst van Meta een toevalstreffer was. Het graf lag precies onder en parallel aan een middeleeuwse greppel. Tijdens het couperen van deze greppel werd onderin de coupe de borst-partij van het skelet geraakt. Dit betekende weliswaar de ontdekking van het graf, maar helaas tevens een (beperkte) verstoring van de resten in situ. Meta lag gestrekt op haar rug, haar hoofd naar het oosten (afbeelding 2). Het gezicht was naar het noorden gedraaid.

afbeelding2_Meta
Afbeelding 2

Fysisch antropologisch onderzoek heeft aangetoond dat zij ongeveer 1.54 tot 1.58 meter lang is geweest en een leeftijd heeft bereikt van dertig tot veertig jaar.2 Een opvallend gegeven is dat de knieschijven netjes naast de knieën lagen en de tanden uit de kaak waren gezakt. De armen lagen langs het lichaam. Dit zijn aanwijzingen dat het lichaam na begraving een tijd lang ‘vrij’ heeft gelegen, waarbij deze elementen de ruimte hadden om tijdens de ontbinding weg te zakken. Gezien de goede conservering van het botmateriaal zou hout van een eventuele kist nog in zekere mate bewaard gebleven moeten zijn. Hiervan is echter geen spoor aangetroffen. Dit doet vermoeden dat het lichaam, waarschijnlijk gewikkeld in een stoffen doek, in een open kuil is gelegd die vervolgens op enigerlei wijze is afgedekt met bijvoorbeeld takken of een houten ‘deksel’. Ook opvallend is de zeer slechte staat van het gebit van Meta. Het grootste deel van de kiezen in haar bovenkaak is verloren gegaan als gevolg van tandrot en abcessen. Bovendien had zij een ontsteking aan het tandvlees van de onderkaak, een ontsteking aan het verhemelte en een wortelpuntontsteking. Door deze ongetwijfeld zeer pijnlijke aandoeningen ging zij waarschijnlijk kauwen met haar voortanden, wat weer als gevolg had dat ook deze tanden zeer sterk gesleten waren. Een slechte staat van gebit en mondholte was niet ongebruikelijk in de prehistorie, maar deze combinatie van vele mondproblemen is toch wel bijzonder te noemen.3 De slijtage aan de wervelkolom van Meta en robuuste spieraanhechtingen zijn een normaal beeld bij prehistorische mensen. Hoewel haar uitbundige sieraden lijken te wijzen op een bijzondere status moet zij wel degelijk de inspanning en arbeid hebben verricht die elk ander lid van de gemeenschap moest verrichten. Wellicht hebben de manier van begraven (inhumeren in plaats van cremeren) en het bezit van de sieraden eerder te maken met een bepaalde herkomst dan met een hogere sociale status.
De botresten zijn door middel van 14C gedateerd tussen 765 en 415 v.Chr., wat betekent dat dit individu leefde rond de overgang van de Vroege naar de Midden-IJzertijd en meer specifiek (op basis van het grafaardewerk) in de vroege Midden-IJzertijd.

Sieraden

Om haar linkeronderarm droeg Meta net onder de elleboog een bronzen armband (afbeelding 4). Aan beide zijden van haar hoofd werden in totaal zeven ringetjes van bronsplaat aangetroffen (drie rechts, vier links), met aan zes van de ringen een barnstenen kraal (afbeelding 3a en 3b). De randen van de ringetjes hadden kleine inkervingen. De hoofdsieraden zijn uniek te noemen. Er zijn geen vergelijkbare vondsten bekend in Nederland. Het is onzeker hoe deze sieraden werden gedragen.

afbeelding3a_Meta
Afbeelding 3a: de ringen met kralen, zoals ze gevonden werden in de grond. Foto: ADC ArcheoProjecten
afbeelding3b_Meta
Afbeelding 3b: de schoongemaakte bronzen ringen met barnstenen kralen. Foto: ADC ArcheoProjecten

De ringen zijn gevonden rondom de schedel, dus zij zouden bij begraving zowel in de oren als in het haar kunnen zijn gedragen. Op basis van de locatie van de sieraden ten opzichte van het hoofd en op basis van vergelijking met twee gelijksoortige inhumaties uit Lent (een man en een vrouw) werd in eerste instantie aangenomen dat het om haarringen zou gaan.4

afbeelding4_Meta
Afbeelding 4: de ringen; zijn het haarringen of oorbellen? Foto: ADC ArcheoProjecten

Voor beide draagwijzen zijn echter argumenten voorhanden. Drie argumenten pleiten voor het gebruik als oorring. Als eerste is er de sluiting. Het dunne haakje van de sluiting is bij uitstek geschikt om door een kleine opening gestoken te worden en daarachter in de ring vast te haken. De vorm komt overeen met de sluiting van oorringen die heden ten dage nog steeds wordt toegepast. Het tweede argument is de vorm. Die wijkt af van de haarringen die ons bekend zijn. De vorm is daarentegen wel bekend als oorring, zie de parallellen hieronder. Het derde argument wordt gevormd door de slijtagesporen. Op de binnenzijde van de barnsteen kralen is een platte slijtageplek te zien die even breed is als de band van de ring. Hieruit kunnen we opmaken dat de onderzijde van de ring horizontaal was tijdens het dragen, zoals bij een oorbel. Wanneer de ringen in het kapsel zouden zijn geplaatst, zouden niet alle ringen verticaal hangen en zou de slijtage zich vaak voordoen als een groef. De barnstenen met de meeste slijtage hangen ook aan ringen die tot een ovaal zijn uitgerekt, passend bij een verticaal hangende positie.
Voor het gebruik als haarringen pleit het aantal van de ringen. Het aantal van zeven ringen zou betekenen dat er tenminste drie ringen in elk oor gestoken werden. Dit is veel, maar onmogelijk is het niet. Bij de reconstructie is er uiteindelijk voor gekozen om de ringen als haarversiering af te beelden.
Waarschijnlijk zijn het dus oorbellen geweest, hoewel dit gezien het gewicht en de grootte van de hangers wellicht onwaarschijnlijk lijkt. De reconstructie (1:1) geeft een indruk van de oorspronkelijke uitstraling en de mogelijk draagwijze van de sieraden in het haar (afbeelding 5).

afbeelding5_Meta
Afbeelding 5. De ringen als haarversiering. Foto: ADC ArcheoProjecten

De sieraden die op het skelet van Meta zijn aangetroffen hebben een Keltisch karakter en de hoofdsieraden van brons en barnsteen zijn naar Nederlandse maatstaven uniek te noemen. Zij wijzen er op dat de overledene waarschijnlijk afkomstig is uit, of voorouders heeft in gebieden ten oosten of zuidoosten van Nederland (Noord-Frankrijk of Hunsrück-Eifel-Kultur). Of er één of meerdere families gebruik maakten van dit grafveld en over welke tijdsspanne dat heeft plaatsgevonden valt door de onzekerheid van de gebruiksduur niet te bepalen.

drs. W. Jezeer, Senior Archeoloog ADC ArcheoProjecten
Amersfoort, februari 2016

Een eerdere versie van dit artikel is verschenen in: Archeobrief, 2011 nr. 04.

Noten
1 Jezeer en Verniers 2012.
2 Berk 2012.
3 Berk 2012.
4 Van den Broeke en Hessing 2005, 656-657.

Literatuur
– Berk, B., 2012: Rapportage inhumaties Geldermalsen Meteren De Plantage. In: Jezeer, W. en L. Verniers 2012, De Plantage: een nieuwe wijk, een rijk verleden. Een Archeologische opgraving op De Plantage te Meteren (gemeente Geldermalsen). Rap 2713_Meteren De Pantage, Amersfoort.
– Broeke, P. van den, en W. Hessing (2005), ‘De brandstapel gemeden. Inhumatiegraven
uit de ijzertijd’, in: L.P. Louwe Kooijmans, P.W. van den Broeke, H. Fokkens en A. van Gijn (red.), Nederland in de prehistorie, Amsterdam
– Jezeer, W. en L. Verniers, 2012: De Plantage: een nieuwe wijk, een rijk verleden. Een Archeologische opgraving op De Plantage te Meteren (gemeente Geldermalsen). ADC Rapport 2713, Amersfoort
– Louwe Kooijmans, L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens en A. van Gijn (red., 2005), Nederland in de prehistorie, Amsterdam.

Folder gemeente Geldermalsen
Omdat de gemeente ook trots was op deze bijzondere vondst, is er een folder gemaakt over Meta en de opgravingen. Hier is deze folder als pdf-bestand in te zien.

 

Het verleden van Geldermalsen opgegraven

Door Martine Eerelman-Hanselman

“Een flinke lap grond met interessante vroege vondsten.” Op het toekomstige terrein van de nieuwe Coop-supermarkt aan de Herman Kuijkstraat in Geldermalsen zijn archeologen de afgelopen tijd hard aan het werk geweest. Zij hebben eerst een week de opgraving begeleid en daarna een dag of vijf zelf opgegraven en de vondsten onderzocht. Door de strenge vorst moesten zij hier vorige week tijdelijk mee stoppen. “We hebben aardewerk, dierlijke resten, een waterput, greppels, spiekers (graanopslagplaatsen) en waarschijnlijk ook een huisplattegrond gevonden.

Opvallend zijn ook de sloten die haaks op de huidige weg zijn gegraven.”, zegt Willem Jezeer van ADC ArcheoProjecten. “Er zijn vroege sporen bij. De oudste resten dateren uit de tiende en elfde eeuw. Meestal vind je in landelijk gebied wel resten uit de twaalfde en dertiende eeuw, maar dit is een stuk ouder.” Deze vroege bewoningssporen komen uit dezelfde tijd als de burcht van Geldermalsen. Deze stond een stuk verderop, driehonderd tot vierhonderd meter noordoostelijk, in de buurt van de huidige hervormde kerk aan de Kerkstraat. “Het is vrij bijzonder dat we middenin een dorpskern zo’n relatief groot stuk grond kunnen onderzoeken, van tweeduizend vierkante meter. Dit gebied is intensief bewoond geweest. Het is nog een hele puzzel om de structuren zoals boerderijen en spiekers in het drukke ‘spooroverzicht’ te herkennen.”

IMG_4203.JPG

Hoe oud?

Een huisplattegrond is niet meer dan een verzameling van donkere plekken in de grond, afdrukken van de palen waarmee het huis gebouwd werd. Hoe weet je nu uit welke tijd die sporen komen? Jezeer: “Dat kan op verschillende manieren. Meestal weet je het door de voorwerpen die je vindt rondom de sporen in de grond. Aardewerk is vaak goed te dateren, en bijvoorbeeld van metalen penningen en munten kun je vaak ook ontdekken uit welke tijd ze komen. Wij hebben hier een ijzeren sleutel gevonden die goed te dateren was.” Als dat niet lukt, is een C14-datering mogelijk. Dan wordt in een laboratorium een koolstofdatering gedaan. Dit is niet zo precies, je krijgt een datering met een marge van 50 jaar. Bovendien is het een dure methode. Wat wel heel nauwkeurig is, is dendrochronologie. Je kunt houten voorwerpen onderzoeken als ze voldoende jaarringen hebben. Hierdoor is het mogelijk om de ouderdom van bomen, die gebruikt zijn voor bijvoorbeeld het maken van een waterput, tot op het seizoen nauwkeurig te dateren. “Hout blijft alleen goed in de grond als het in het water ligt, dat is hier zeker het geval. Al op 50 tot 60 centimeter stuit je hier op water. Het gebied ligt hier wat hoger, en er ligt een kleilaag onder de grond waar het water op blijft liggen. Dus er is hier veel te vinden.”

Meta uit Meteren

Over archeologen bestaan verschillende ideeën. De een vindt het een stoffig beroep, de ander ziet een stoer Indiana Jones-achtig type voor zich die constant spannende piramides en oude Inca-steden ontdekt. Waarom werd jij archeoloog? “Die films hebben denk ik wel geholpen bij het aantal aanmeldingen bij de studie, maar voor mij was dat niet de reden. Ik wilde als jonge jongen al archeoloog worden. Eerst ridder of cowboy, maar iets later archeoloog. Toen ik ontdekte dat daar echt een studie voor was, ben ik die ook gaan volgen. Aan de Universiteit van Amsterdam. Veel studenten gaan tegenwoordig binnen de archeologie de ICT- of beleidskant op, bijvoorbeeld bij een gemeente of provincie. Maar ik wil vooral in het veld bezig zijn. Met mijn voeten en handen in de klei. Als projectleider voer en werk ik projecten uit.”

Wat is je meest opvallende of kostbare vondst geweest? “Elke opgraving is op zich al bijzonder. Maar een van de meest unieke vondsten heb ik hier in de buurt gedaan, in het najaar van 2010, bij het archeologisch onderzoek voor de Plantage in Meteren. We hebben toen een graf van een vrouw uit de ijzertijd gevonden dat nog vrijwel intact was, inclusief bronzen en barnstenen sieraden. Deze prehistorische dame kreeg zelfs een naam, Meta. Ik ben hierover nog bij Shownieuws geïnterviewd. Mooi aan dat gebied was sowieso dat door de vele overstromingen de resten uit alle periodes netjes op elkaar lagen. Je groef letterlijk steeds dieper de geschiedenis in.”

IMGP0115.JPG

Op dit moment zijn de archeologen nog bezig om de sporen en vondsten verder te onderzoeken. Dit archeologisch onderzoek zal in elk geval een belangrijke bijdrage leveren aan de vroege geschiedenis van Geldermalsen.

Dit artikel verscheen ook in Nieuwsblad Geldermalsen, dd. 28 januari 2016.
Foto’s van ADC ArcheoProjecten.

 

IMGP0155.JPG