Alle berichten door Louis van Oort

Geboren op 9 november 1967. Tot 1995 in Enspijk gewoond; nu met vrouw en drie kinderen in Geldermalsen. Van oorsprong politiek historicus (Universiteit Utrecht), maar sinds 1989 journalist/redacteur. Eerst freelancer voor onder meer De Gecombineerde en Extra Nieuws. Tegenwoordig eindredacteur (officieel content-regisseur) van onder meer Nieuwsblad Geldermalsen. Actief op Twitter (@Louisvanoort); iets minder op Facebook en Instagram.

Verrassende feiten in boek over geschiedenis Acquoy

Vrijdag 12 oktober om 15.30 uur wordt het eerste exemplaar van het boek ‘Baronie van Acquoy’, geschreven door de Acquoyse predikant Henk Dijk, ‘ten doop gehouden’ tijdens een feestelijke bijeenkomst in verenigingsgebouw De Schakel.

door Rita Boer Roekhuiszen

De schrijver doet een aantal opmerkelijke wetenswaardigheden uit de geschiedenis van zijn dorp uit de doeken. Zo vond hij bewijs voor het bestaan en de plek van een Middeleeuwse burcht.

Teisterbant

Acquoy is vooral bekend door de scheve kerktoren, ook wel de Betuwse toren van Pisa genoemd. Dat scheef staan is het resultaat van een constructiefout bij de bouw in de 15e eeuw, zo ontdekte Dijk bij zijn speurtocht naar de Acquoyse geschiedenis. ,,Die geschiedenis is veel rijker dan men denkt en daar mogen de mensen, die zich als klein en meest westelijke dorp van de gemeente toch vaak een verstoten kindje voelen, trots op zijn.” Dijk woont sinds 2008 in het dorp dat circa 600 inwoners telt. Zijn boek verhaalt over het dorp vanaf ver voor de jaartelling. ,,De invloed van de Batavieren en de Romeinen komt zeker aan bod maar vanaf het jaar 780 wordt het echt interessant. Acquoy viel toen onder het gebied Teisterbant dat lag tussen Tiel en Vlaardingen. Het was in handen van heersers uit Duitsland, Dietz genaamd. De verwantschap met de familie Nassau en de latere Oranjes is terug te vinden in het Wilhelmus: ben ik van Dietzen bloed.

Burcht

In 1026 werd Teisterbant door de bisschop van Utrecht verdeeld onder leenheren die ieder een stuk grond kregen en daar een kasteel mochten bouwen. Als je destijds een kasteel bouwde, bouwde je ook een kerk. Die oorspronkelijk Middeleeuwse kerk van Acquoy werd net als de domkerk van Utrecht op 1 augustus 1674 getroffen door een storm. Ook hier stortte het hele middenschip in en bleef de toren staan. Men kerkte vervolgens in het koor tot de kerk in 1844 werd herbouwd. De informatie daarover vond ik in oude onderhoudscontracten.” In overdrachtspapieren uit 1520 ontdekte hij dat er in Acquoy een burcht met een voorburcht placht te staan. ,,Tekeningen van kastelen zijn er pas vanaf 1600, toen kwamen er rondtrekkende tekenaars, maar het kasteel van Acquoy was al weg, waarschijnlijk vernield tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De voorburcht stond op de plek van het huidige Huize Acquoy en was met een brug verbonden met de burcht die weer op een zogenaamde motteheuvel stond. Die is in de jaren ’70 weg geëgaliseerd in het kader van de ruilverkaveling. Als je goed kijkt, kun je zien dat er een rond gebouw met een doorsnee van circa 45 meter heeft gestaan.”

Vrijdorp

Dijk ontdekte ook dat Acquoy fungeerde als een ‘vrijdorp’. Minder bekend als de vrijstad zoals Vianen en Culemborg, wel met dezelfde werking. ,,Mensen konden hier hun toevlucht zoeken en werken om hun schulden elders af te betalen. Ik heb getracht het verhaal wetenschappelijk maar ook breed leesbaar te maken. De achterliggende wetenschappelijke voetnoten komen later beschikbaar voor verder onderzoek want er liggen nog veel vragen die nader onderzocht zouden kunnen worden. Ik denk dat er dan nog meer verrassende feiten op tafel komen.” Het boek is verkrijgbaar via de stichting Vrienden van Acquoy.

(Bron: Nieuwsblad Geldermalsen)

F.A. Wonninkstraat in Meteren staat stil bij het verzet

Verbaasde reacties kreeg Ine Wonnink op zondag 29 april 2018 toen zij aanbelde bij de bewoners van de F.A. Wonninkstraat in Meteren. De straat, die vernoemd is naar haar reeds overleden vader, kreeg dit bezoek ter ere van zijn 100ste geboortedag. Als één van de dochters van deze verzetsstrijder kent Ine de verhalen van het verzet in onze regio maar al te goed. Het verzet waarin haar ouders een rol hebben gespeeld.

door Mandy van Diën

Bewoonster Chantal Kielliger was eveneens verrast toen Ine, haar dochter en kleindochters aan haar deur stonden met een traktatie. Chantal richtte n.a.v. een straatbarbecue enkele jaren geleden een Facebook-pagina op. Deze pagina werd gevonden door Ine, waarna zij een reactie plaatste. Er ging wat communicatie over en weer. Daar bleef het echter bij, tot afgelopen weekend. Ine’s zus was al eens een kijkje wezen nemen in de straat die de familienaam draagt, Ine zelf nog niet. Het was een spontane actie die opkwam tijdens een gesprek met haar dochter. De nazaten van Frederik Antonij (Ton) Wonnink werden vriendelijk en enthousiast ontvangen. ,,Een mooie, gezellige straat met een diversiteit aan mensen”, vertelt Ine trots.

POLITIEAGENT

Dhr. F.A Wonnink 2
F.A. Wonnink

Ton Wonnink was ten tijde van de oorlog politieagent in de regio Zetten-Kesteren. Met regelmaat werd hij overgeplaatst naar Geldermalsen. Rond 1943 raakten hij en zijn vrouw betrokken bij het verzet, waarbij hij onder meer hulp verleende bij het plaatsen en verzorgen van onderduikers en het verspreiden van illegale lectuur. Hij werkte mee aan tal van sabotageacties en het vervoer van wapens en munitie.

Wonnink en zijn vrouw waren pas midden twintig tijdens de oorlog en hadden nog een heel leven dat daarop volgde. Een leven waarin zij hun kinderen leerden om regelmatig stil te staan bij wat ze hebben. Een belangrijke les die Wonnink zijn kinderen vaak vertelde was dat als je blijft haten, je de oorlog gaande houdt. Dat de oorlog niet tussen de mensen zelf is, en dat ook de Duitse bevolking heeft geleden. Hij kende vaak angst, waarbij zijn grootste zorg was dat hij gepakt zou worden met het risico dat anderen daarin werden meegenomen.

Dhr. F.A Wonnink
F.A. Wonnink

INTENSE GESPREKKEN

Ine vind het belangrijk dat de vrijheid, waarvoor zoveel mensen hebben gestreden en nog altijd voor strijden, wordt doorgegeven. Om even bij stil te staan op 4 mei; voor hen die hebben gevochten en alle slachtoffers die zijn gevallen. Ine was verrast door de interesse en intense gesprekken tijdens haar bezoek. Trots is zij op een jonge moeder die haar kinderen riep om kennis te maken en vertelde over hoe Wonnink handelde in de oorlog. ,,Een verhaal dat werd verteld zonder haat, maar dat werd doorgegeven van de ene generatie naar de andere.” De F.A. Wonninkstraat is voor de bewoners meer dan alleen een naam. De straat heeft niet alleen een gezicht gekregen, maar een verhaal. Kalenberg kent nog 12 straten die zijn vernoemd naar lokale verzetsstrijders.

Ine Wonnink met dochter en kleindochters voor de straat die vernoemd is naar haar vader - Foto Chantal Kielliger
Ine Wonnink met dochter en kleindochters voor de straat die vernoemd is naar haar vader – Foto Chantal Kielliger

Oorlogskind in Geldermalsen

Intussen woont Corry Derksen in een prachtig huis langs de dijk aan de Waal. Haar kinderjaren en daarbij horende oorlogsjaren woonde ze in een huis aan de Stationsstraat in Geldermalsen. Vader, Jan Hendrik Derksen, was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het lokale verzet tegen de Duitse bezetter. Hierbij zijn dingen gebeurd die achteraf diepe indruk hebben gemaakt en waaraan Corry nog regelmatig terugdenkt. Vooral tijdens de meidagen wanneer we allemaal weer stilstaan bij herdenken van oorlogsslachtoffers en het vieren van onze vrijheid.

door Jeroen Wijngaard

Het legitimatiebewijs van J.H. Derksen voor de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers; foto Corry Derksen

Op de Kalenberg, een nieuwbouwwijk in Meteren, is een straat vernoemd naar meneer Derksen, de J.H. Derksenstraat. Een straat waar nu mensen wonen, kinderen spelen en auto’s en fietsen doorheen rijden. De meeste mensen weten maar weinig van deze man en dus de vader van Corry waarnaar deze straat vernoemd is, laat staan het gezin wat bij deze verzetsstrijder hoorde. Corry, aan het begin van de oorlog pas drie jaar, heeft lange tijd niet of weinig aandacht willen besteden aan haar herinneringen aan deze periode. Een aantal jaar geleden, mede na aandringen van haar broer Wim, heeft ze besloten het verhaal toch op te schrijven. Om de momenten die destijds zoveel indruk op haar hebben gemaakt terug te halen.

RUW VERSTOORD
Op een middag in september 1944 stond de tafel gedekt in het huis van de familie Derksen, het gezin was klaar om te gaan eten. Corry zat met haar broertje en zusje in de voorkamer en haar oudere zus bevond zich samen met een ander meisje uit het dorp ook in het huis. Op dat moment stormde een groep Duitse en Nederlandse mannen het huis binnen. Ze bleken op zoek naar Corry’s vader en moeder. Het vredige tafereel werd ruw verstoord omdat vader Jan-Hendrik gezocht werd vanwege zijn aandeel in het verzet. De heer Derksen zette onder andere spoorbeambten aan om te gaan staken en zorgde voor onderduikadressen voor Joodse kinderen uit de regio. Geldermalsen en omgeving kende een verzetsgroep die dit soort acties organiseerde maar soms ging het fout. Zo was er de gevangenneming van een aantal Duitsers die werden vastgehouden op het landgoed Mariënwaerdt. Deze militairen ontsnapten echter zij en wezen onder anderen de heer Derksen aan als lid van de betrokken verzetsgroep. Een razzia volgde maar beide ouders bleken op tijd gewaarschuwd en konden een aantal huizen verderop onderduiken. De borden stonden voor ze op de gedekte eettafel, wat ook gezien werd door de binnengevallen mannen, maar ondanks het dreigement de kinderen dan maar gevangen te nemen, vertrokken ze onverrichter zaken. Dit was wel het teken voor de familie Derksen om definitief een onderduikadres te zoeken, wat ook weer zijn weerslag had op het hele gezin, want het leidde tot vele omzwervingen door de regio. Een avontuur voor een kind maar wel met herinneringen voor het leven.

BEROERTE
Mogelijk mede vanwege een trauma kreeg de heer Derksen kort na de oorlog een beroerte met blijvende invaliditeit tot gevolg. Het gezin kon gelukkig steun vinden bij de Stichting ’40-45′ en kon zo het hoofd boven water houden. De familie werd financieel onderhouden, kreeg maatschappelijk werk toegewezen en de kinderen uit het gezin konden met een beurs gaan studeren. Mede hieruit blijkt dat de verzetsstrijder Derksen een belangrijk aandeel heeft geleverd in het verzet in onze regio.

Het complete verhaal van Corry Derksen is te lezen op: www.oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl/oorlogsherinneringen-c.-derksen.html. Het thema van het 4 en 5 mei comité 2018 is Verzet: www.4en5mei.nl/

Grandia, soldaat in het leger van Alva

De achternaam Grandia klinkt in Beesd heel vertrouwd. Toch past zij duidelijk niet in het rijtje van echt Hollandse namen als Van Leeuwen, Van Gameren en Kroeze. De klank doet een Spaanse oorsprong vermoeden en dat klopt.

Wapen familie GrandiaFamiliewapen Grandia

We moeten hiervoor terug naar Geraldo Grandia, zoon van Sebastian Grandia, geboren rond 1550 en in 1580 in Brakel in de Bommelerwaard overleden.

Waarschijnlijk in 1572 is deze Geraldo naar Holland gekomen als soldaat in het Spaanse leger van de Hertog van Alva. Twee jaar later werd hij door dat leger bij Brakel gewond achter gelaten na een grote veldslag slag in de buurt van Slot Loevestein. Een lokale schoonheid (Maaijke) ontfermde zich over hem en in 1579 zijn zij in Brakel getrouwd. Geraldo besloot in deze buurt te blijven.

Lang heeft hun geluk niet geduurd. Niet lang nadat Geraldo zich bij de Geuzen had aangesloten, kwam hij tijdens een gevecht om het leven. Dat was in 1580, het jaar dat in Brakel zijn zoon Sebastiaen Geraerts werd geboren.

Deze Sebastiaen zorgde uiteindelijk voor een omvangrijk nageslacht, eerst vooral geconcentreerd in de Bommelerwaard. Dat was logisch gelet op de natuurlijke begrenzing door de grote rivieren. Later raakte de naam Grandia breder over ons land verspreid en in deze streek komen we haar vooral nog in Beesd en directe omgeving tegen.

De naam Grandia komt zowel in Spanje als in Italie voor, het meest in de Spaanse provincie Catalonië. Wellicht was hij afkomstig uit het ‘Grandiadorp’ Vallcebre, hoog in de Pyreneeën waar nog steeds Grandia’s wonen (huis Can Noi). Volgens plaatselijke Grandia’s zou de naam voor het eerst voorgekomen zijn rond de 14e eeuw en betrof het een familie van lijfwachten.

Het familiewapen is, voor zover bekend, voor het eerst gevoerd door Jielis Grandia uit Brakel in de jaren ’60 van de achttiende eeuw. Het wapen wordt vermeld in een artikel in het genealogische tijdschrift Gens Nostra, jaargang 29 nr. 3 (maart 1974). Hier wordt verwezen naar een registratie in het archief van de Gelderse Leenkamer, gedateerd 26 mei 1761.

Op het wapen zijn drie vissen te zien, waarschijnlijk zalmen. Op de Waal werd veel zalmvisserij bedreven en ook in het gemeentewapen van de voormalige gemeente Brakel kwamen twee zalmen voor. Het symbool op de onderste helft van het schild is het familiemerk, dat in een tijd dat een groot deel van de bevolking niet of nauwelijks kon lezen, gebruikt werd om allerlei roerende zaken van een eigendomsmerk te voorzien.

Co van Leeuwen