Danseres zonder benen – Clara Asscher Pinckhof

DORPJE DEIL IN DE LITERATUUR

Door Marjon de Lange

Zou er nog iemand zijn die weet dat een beroemde Joodse schrijfster in ons lieflijke dorpje Deil gewoond heeft? Waarschijnlijk niet, of alleen via de overleving, want het was in 1915. Clara was onderwijzeres en heeft een jaar lang in Deil les gegeven op de Dorpsschool.

Het bijzondere van Clara is dat zij de Holocaust overleefde. Zij kon in 1966 haar auto-biografie maken en daarin beschrijft ze haar mooie herinneringen als 19-jarige aan Deil en de Betuwe.

Clara overleefde Bergen-Belzen. Ze had geluk. In januari 1944 werd ze, samen met haar oude moedertje, ingedeeld bij een groep Joodse gevangenen die uitgewisseld werden tegen Duitse krijgsgevangen. Na een lange reis via Wenen, Bulgarije en Turkije kwam ze in Palestina aan, waar haar dochter Roza in 1939 op 16-jarige leeftijd naar toe gevlucht was. Clara was getrouwd met Rabijn Avraham Asscher, die ruim voor de verschrikkelijke oorlog overleed. Hij heeft alle ellende niet mee hoeven maken. Ze hadden samen zes kinderen. Vier van hen doken onder in de oorlog.  Twee zoons zijn omgekomen in Duitse concentratiekampen en vijf broers van Clara werden ook  vermoord door de Duitsers. Dappere Clara dook niet onder, ze bleef lang lesgeven en tijdens de schoolvakanties hielp ze in de beruchte Hollandse Schouwburg waar kinderen opgevangen werden voor ze op transport gesteld werden naar concentratiekampen. Daar ‘adopteerde’ ze een meisje van vier, Mindeltje,  haar ouders waren met een illegaal schip naar Palestina gevlucht, ze mochten haar niet meenemen. Ze was als baby achtergelaten en in een Joods weeshuis terechtgekomen. Op 26 mei 1943 kreeg Clara een oproep voor Westerbork. Mindeltje ging met haar mee.

Zwarte tijden voor Joodse mensen. Maar ook in het schilderachtige Deil, al in 1915, ontkwam Clara al niet aan de vooroordelen die er helaas tegen Joden heersten. Ze werd door een leerling uit een hogere klas op straat uitgescholden voor “Joedinneke”. Ze loste het incident op door de betreffende leerling en publiek min of meer voor schut te zetten, liet hem voor de klas te komen en het woord te herhalen. Met succes want hij stond daar sprakeloos met een rood hoofd en Clara had medelijden met hem want hij had onbegrepen een scheldgewoonte overgenomen die eeuwen oud was en waar hij niks aan kon doen. Het mocht de goede herinneringen aan haar tijd in onze Betuwe niet schaden.

Zo kwam het dus dat Deil genoemd wordt in een belangrijk Nederlands literair werk. Clara’s tijd in Deil viel niet altijd mee, er waren muizen op haar kamer, het was koud, de petroleumlamp walmde. Clara genoot echter volop van haar klas en haar kinderen met blonde haartjes die hun klompjes braaf uittrokken in de gang van de school. Ze beschrijft in haar autobiografie de schoonheid van het Betuws landschap.” Deil: het verdroomde dorpje aan de Linge”. Sneeuwklokjes aan weerskanten van de oprjlaan naar de pastorie en burgemeestershuis, de uitbundige bloei van de kersen-bongerd, uitnodiging op uitnodiging om bessen te komen eten en velden vol wilde bloemen. Ze was er gelukkig en heeft er haarzelf ontdekt. Dat korte jaar heeft ze door haar hele leven meegedragen als een lachend bezit.

Tijdens de Shabbath, de Joodse vrijdagavondviering en rustdag op zaterdag, ging Clara in de winter naar Rumpt, waar twee Joodse families woonde. Zonsondergang vrijdagmiddag viel dan te vroeg in om nog naar haar familie in Amsterdam te kunnen reizen. De afstand tussen Deil en Rumpt legde ze te voet af, door de zware klei. In Rumpt vond ze gelukkig een stukje thuis in een warme keuken, waar de Shabbath-kaarsen brandden.

In de zomer ging Clara naar huis, naar Amsterdam. Omdat ze dan de trein moest halen werd op vrijdagmiddag de lestijd voor haar aangepast. Maar dat was niet de enige aanpassing. De bovenmeester bleek ook de Deilse kerkklok iedere vrijdagmiddag voor te zetten zodat Clara ruim in haar tijd zou zitten, hij herstelde de tijd vrijdagavond altijd weer. Ze kwam daar bij toeval achter toen ze haar horloge gelijk gezet had met de Deilse tijd…

Clara was heel populair bij de kinderen en de dorpelingen, bevriend met de dochter van de dominee, de oude ongetrouwde tante Jans (zuster van de oud-burgemeester) en vele anderen waar ze altijd welkom was. Toen ze na een jaar Deil een baan op een Joodse school kon krijgen verliet ze met pijn in haar hart onze streek. Alle kinderen liepen met haar mee naar het dichtsbijzijnde station (waarschijnlijk Geldermalsen), ze had bij haar afscheid in Deil al vele bloemen gekregen en de kinderen hielden onderweg maar niet op met het plukken van veldboeketten, voor hun lieve juf die zo van bloemen houdt, om mee te nemen naar de grote stad.

Het liep goed af met schooljuf en schrijfster Clara. Eenmaal in Palestina kwam ook haar andere dochter bij haar wonen. In 1947, terug in Nederland, zag zij haar twee overlevende zonen weer. En Mindeltje? Die bleef ook in Bergen-Belzen bij haar en reisde mee naar Palestina waar tante Clara haar in Haifa uiteindelijk met haar echte ouders kon herenigen.

Danseres zonder benen – autobiografie van Clara Asscher Pinckhof – 1966
Clara Asscher-Pinckhof (1896-1984)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.