Militaire Willemsorde in Gellicum

In stukken van de Nationale Militie wordt hij omschreven als iemand met een lang aangezicht, blauwe ogen, kleine mond, klein voorhoofd, spitse neus, ronde kin, blond haar en blonde wenkbrauwen.

Willem van der Peijl, een stevige jonge vent, geboren op 26 september  1792 in Gellicum. Of hij daarvoor werd opgeroepen of vrijwillig dienst heeft genomen is niet bekend, maar in maart 1814 werd hij op 21-jarige leeftijd flankeur bij het vierde Bataljon Infanterie Nationale Militie.

Die flankeurs bij de infanterie bleken in meerdere opzichten een apart soort soldaten te zijn. Ze werden vaak vooruit gezonden in veldslagen om vijandelijke eenheden te ontregelen door hun officieren, tamboers en vaandeldragers uit te schakelen, waarbij ze gebruik maakten van het terrein om dekking te zoeken. Flankeurs hadden de taak om heel actief aanwezig te zijn, gericht te kunnen schieten en veel eigen initiatief te tonen. Deze eenheden waren zeer geliefd bij de jonge, enthousiaste en dappere, maar niet erg gedisciplineerde en vaak gebrekkig opgeleide vrijwilligers.

Flankeur in grote tenue, 1820-1825, A. Courtois, Schouten-Carpentier, Willem Frederik graaf van Bylandt, 1825 – 1827. Collectie Rijks Museum Amsterdam

Op het moment van zijn inlijving bij de flankeurs moet onze Willem geweten hebben, dat hij zou worden ingezet bij de strijd tegen Napoleon, maar dat hij op 18 juni 1815 actief onderdeel zou gaan uitmaken van de alles beslissende Slag bij Waterloo? Ach, waarschijnlijk had hij nog nooit van die plaats in de toen nog zuidelijke Nederlanden gehoord.

Het vierde Bataljon Infanterie behoorde tot de derde Nederlandse divisie onder aanvoering van generaal-majoor H.G. Baron Chassé. Het is bekend dat deze divisie een prominente rol in deze grote veldslag heeft gespeeld.

De Slag bij Waterloo, Jan Willem Pieneman, 1824 De hertog van Wellington krijgt hier het bericht dat de Pruisische troepen te hulp komen. In dit groepsportret van de hoofdrolspelers staat Wellington, bevelhebber van de Brits-Nederlandse troepen, centraal. Linksvoor ligt de Nederlandse kroonprins, de latere Willem II, gewond op een brancard. Het schilderij was aanvankelijk bedoeld voor Wellington. Maar toen Willem I het zag kocht hij het voor zijn zoon. Zo bleef het schilderij behouden voor Nederland. Ook baron Chassé is op dit schilderij afgebeeld. Collectie Rijks Museum Amsterdam
De Slag bij Waterloo, Jan Willem Pieneman, 1824
De hertog van Wellington krijgt hier het bericht dat de Pruisische troepen te hulp komen. In dit groepsportret van de hoofdrolspelers staat Wellington, bevelhebber van de Brits-Nederlandse troepen, centraal. Linksvoor ligt de Nederlandse kroonprins, de latere Willem II, gewond op een brancard. Ook baron Chassé is op dit schilderij afgebeeld. Collectie Rijks Museum Amsterdam

Kort voordat Napoleon bij Waterloo definitief werd verslagen, was het Koning Willem I die het besluit nam de Militaire Willemsorde in het leven te roepen. Deze orde werd niet naar hem persoonlijk vernoemd, maar naar zijn zoon, de Prins van Oranje, die zich in de Slag bij Waterloo bijzonder heldhaftig zou manifesteren. De Militaire Willemsorde zou uitgroeien tot de hoogst denkbare militaire onderscheiding.

Instelling van de Militaire Willemsorde en de Orde van de Nederlandsche Leeuw, 1815, anoniem, 1841 - 1843. Overzicht van de verschillende ordetekenen en linten van de Militaire Willemsorde en de Orde van de Nederlandsche Leeuw, ingesteld respectievelijk op 30 april en 29 september 1815. Collectie Rijks Museum Amsterdam
Instelling van de Militaire Willemsorde en de Orde van de Nederlandsche Leeuw, 1815, anoniem, 1841 – 1843. Overzicht van de verschillende ordetekenen en linten, ingesteld op 30 april en 29 september 1815. Collectie Rijks Museum Amsterdam

Vrijwel direct na Waterloo werden, bij Koninklijk Besluit van 11 augustus 1815, nummer 17, alle teruggekeerde dappere Nederlandse officieren en manschappen  onderscheiden welke ‘in de  bevrijding van het grondgebied der Nederlanden door beleid en moed tegen den algemenen vijand hebben uitgemunt’. Zij kregen de Militaire Willemsorde.  Willem van der Peijl was één van hen en ontving de Militaire Willemsorde 4e klasse. In de voordracht van de Lt. Kolonel van zijn bataljon staat ‘1815 In Zuid-Nederland en Frankrijk onder de orders van den Hertog van Wellington bijgewoond de Slag van Waterloo en zich daarin dapper gedragen’. In de jaren daarna werd niet meer zo gul met het uitdelen van deze onderscheiding omgesprongen, maar ook toen moet het bijzonder zijn geweest.

Voordracht Willem van der Peijl
Voordracht Willem van der Peijl.

Gellicumse Willem overleefde het oorlogsgeweld. Hij moet echter wel een verwonding hebben opgelopen. Als dank voor de geleverde diensten hadden de gewonde soldaten en nabestaanden van omgekomen kameraden  recht op een geldelijke beloning. In maart 1817 kreeg luitenant-generaal kwartiermeester De Constant Rebecque een uitnodiging van de Hertog van Wellington om naar naar Parijs te komen en daar met hem te overleggen over de verdeling van de zogenaamde prijsgelden voor het Nederlandse leger, als dank voor hun aandeel in de Slag bij Waterloo. Om alle strijders te kunnen geven waar ze recht op hadden verzamelde het Ministerie van Oorlog de staten van alle officieren en manschappen die in 1815 de Campagne hadden meegemaakt. De bijzonderheden werden in de Nederlandsche Staatscourant van 23 juli gepubliceerd.

Willem behoorde tot de groep korporaals, tamboers en soldaten aan wie een bedrag van 29 gulden werd toegekend. De uitbetaling vond aanvankelijk plaats op het kantoor van de betaalmeester van het Ministerie van Oorlog in Den Haag. Later werden de registers en de verdere afhandeling van de betalingen overgedragen aan het Fonds ter aanmoediging en ondersteuning van de Gewapende Dienst in de Nederlanden (kortweg Fonds 1815). In deze registers vinden we de uitbetaling aan Willem terug met de vermelding ‘Soldaat 2285’.

Voor die tijd was het voor een eenvoudige jongen uit Gellicum vast een heel mooi bedrag en ongetwijfeld heeft hij het goed kunnen gebruiken toen hij (van beroep dienstknecht)  op 15 augustus 1818 in de voormalige gemeente Deil ging trouwen met Klazina van Maren uit Rumpt. Het jonge stel vestigde zich in Rumpt en bleef daar maar liefst 58 jaar getrouwd tot haar overlijden in 1876. Niet lang daarna moet Willem weer teruggekeerd zijn naar zijn geboortegrond in Gellicum waar hij op 15 maart 1877 op 84-jarige leeftijd overleed.

Over de Slag bij Waterloop is enorm veel geschreven. Het is natuurlijk interessant te weten wat bij die Slag bij Waterloo nu precies de inbreng van Willems vierde Bataljon is geweest. Ik hoop dat deze zomer te gaan ontdekken wanneer ik een bezoek ga brengen aan het Kennis Informatie Centrum, onderdeel van het Nationaal Militair Museum in Soest. Het is wel zeker dat Willem van der Peijl niet persoonlijk Napoleon ons land heeft uitgeschopt, maar het zou wel leuk zijn geweest!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s